Nieuwsflits » Activiteiten » Publicaties » Studies in De Geheime Leer » Van Inspiratie naar Intuïtie

Van Inspiratie naar Intuïtie

[Dit artikel is een vertaling van hoofdstuk 10 van het boek Studies in The Secret Doctrine (Book I, second series) van B.P. Wadia (The Theosophy Company, Bombay, 1961, herdruk in 1976). Deze Studies zijn oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift The Theosophical Movement.]

De geschriften van H.P.B. verschaffen informatie en geven kennis maar dat was niet het doel van haar opdracht. Door haar aanwezigheid in hun midden konden verscheidene ernstige personen de gelegenheid te baat nemen om dat pad van heiligheid te betreden dat naar het Sanctum Sanctorum van de berg Olympus leidt, en waarin wijzen de zuivere Geest vereren die alomtegenwoordig en onpersoonlijk is;

maar haar komst en verblijf in de wereld van sterfelijkheid was niet gericht op een dergelijke prestatie. Talrijk en wonderlijk waren de verschijnselen die ze vertoonde; groots en duizelingwekkend waren de krachten die ze bezat; grootmoedig en ontzagwekkend was haar leven van unieke offers en wonderbaarlijke zwerftochten, maar zelfs deze onthullen niet volledig het oogmerk van haar harde werk.

 

Wat en hoe ze onderwees, hoe en waarvoor ze zwoegde – als deze beide zaken samen worden onderzocht, dan zal dit ons helpen de ware bedoeling van haar opdracht te doorgronden. Indien de wereld waarheen ze kwam, het tijdperk waarin ze verscheen, de nieuwe ordening die haar wijsheid en daden veroorzaakten - waardoor een nieuw tijdperk in dit vijfde Mind-Race werd ingeluid- voldoende worden bestudeerd en zorgvuldig overdacht, zal dit ons leiden tot het begrijpen en helpen van onze mensheid aan wiens spirituele bijstand haar werk en haar liefde waren gewijd.

 

Wanneer de afsluitende bladzijden van Isis Ontsluierd als een voorwoord tot de inleiding en de proloog van De Geheime Leer worden gelezen; als we het voorwoord van Isis relateren aan het afsluitende gedeelte van De Sleutel tot de Theosofie; en als vervolgens de ernstige waarschuwingen uit de Vijf Boodschappen aan de Amerikaanse Theosofen met betrekking tot de groei van psychisme - misschien uitgesproken omdat de nadrukkelijke hints in het laatste hoofdstuk van Isis in de wind waren geslagen - in combinatie met De Stem van de Stilte worden behandeld, dan en dan alleen zullen we in staat zijn om, hoe vaag ook, de bedoeling en het plan van haar opdracht te zien.

 

Isis Ontsluierd legde de fouten van de materialistische wetenschap bloot en veroordeelde de zonden van corrupte theologie. Maar ze deed nog iets meer:

 

[…] Wij hebben onze redenering versterkt door beschrijvingen te geven van enkele van de talloze verschijnselen die we in verschillende delen van de wereld hebben aanschouwd. [...]

Nu we een grondslag hebben gelegd door het verklaren van de wijsbegeerte der occulte verschijnselen, schijnt het ons nuttig het onderwerp te verduidelijken met feiten die onder onze ogen zijn voorgevallen, en die iedere reiziger kan verifiëren.

De oervolken zijn verdwenen, doch de oorspronkelijke wijsheid leeft nog voort en kan worden verkregen door hen die ‘willen’, ‘durven’ en kunnen ‘zwijgen’.1

 

Dan volgt het afsluitende twaalfde hoofdstuk dat in verscheidene opzichten als het meest essentiële, belangrijkste en hoogst praktische mag worden beschouwd. Na meer dan voldoende haar belofte te zijn nagekomen, schrijft H.P.B.:

Zij die ons tot hiertoe hebben gevolgd zullen natuurlijk vragen welk praktisch doel dit boek wil bereiken; er is veel gezegd over magie en haar vermogens, en over de ontzaglijke ouderdom van het toepassen daarvan. Willen wij beweren dat de occulte wetenschappen over de gehele wereld zouden moeten worden bestudeerd en in praktijk gebracht? Zouden wij het moderne spiritisme willen vervangen door de oude magie? Noch het één, noch het ander; die vervanging zou niet kunnen plaatshebben, en die studie zou niet algemeen ter hand kunnen worden genomen zonder dat de kans ontstond op enorme gevaren voor de mensheid.

[...] Wij zouden noch geleerden, noch theologen, noch spiritisten tot praktische magiërs willen maken, doch wij zouden hen allen willen laten beseffen dat er vóór deze moderne tijd reeds echte wetenschap, diepzinnige godsdiensten en werkelijke verschijnselen zijn geweest.

Wij zouden willen dat allen die een stem hebben in de opvoeding van het volk eerst wisten, en dan onderwezen dat de veiligste gidsen naar menselijk geluk en verlichting die geschriften zijn die vanuit de verste oudheid tot ons zijn gekomen en dat in die landen waar de mensen de voorschriften ervan als hun leefregel hebben aanvaard, een nobeler geestelijk streven en een gemiddeld hogere zedelijkheid heersen.[…] De wereld heeft geen sektarische kerk nodig, onverschillig of die van Boeddha, Jezus, Mohammed, Swedenborg, Calvijn of iemand anders is. Aangezien er slechts EEN waarheid is, heeft de mens slechts één kerk nodig, de tempel Gods binnenin ons, die ommuurd is door stof, die alleen doordringbaar is voor iemand die de weg kan vinden, de reinen van hart zullen God zien.

De drie-éénheid van de Natuur is het slot der magie, de drie-éénheid van de mens de sleutel die er op past.2

Aldus de onmiskenbare conclusie aan het eind van de twee boekdelen, die zijn gevuld met tot nu toe niet of weinig bekende feiten, en een bewonderenswaardig beredeneerde rangschikking ervan. Door een onberispelijke logica maakt ze gevolgtrekkingen en geeft ze een veilige richting aan die ons uit het labyrint van een duistere beschaving zou kunnen halen.

De stem “die zich verhief voor geestelijke vrijheid en ons pleidooi voor bevrijding van alle tirannie, zowel die van de WETENSCHAP als van de THEOLOGIE”3, in de beginpagina’s van het eerste deel getiteld ‘Vóór de sluier’, is er niet alleen in geslaagd de twijfels weg te nemen van de oprechte en intelligente zoeker naar de Waarheid en hem daarmee van zijn slavernij te bevrijden; het heeft ook de overtuiging gebracht dat het spoor waarnaar ze verwees naar de stroom leidde die, eenmaal overgestoken, hem naar de andere oever zal brengen waar de andere wereld doorbreekt. Hiermee geconfronteerd is hij in staat te bevestigen: “wij gaan van wat we zien over in wat onzichtbaar is voor het oog der zintuigen”4.

De laatste zin uit Isis volgt op bovenstaande woorden: “Onze vurige wens was aan ware zielen te tonen hoe zij het gordijn kunnen oplichten, en in de helderheid van die tot dag gemaakte nacht met niet verblinde blik de ONGESLUIERDE WAARHEID te kunnen aanschouwen.”5

De draad werd in De Geheime Leer weer opgepakt.

In de eerste reeks van studies werd aangetoond hoezeer de moderne bestudeerder van de Oude Wijsheid gebukt gaat onder de karmische beperkingen van ons tijdperk.

H .P.B.'s vroegste werken bieden aan een oprecht intelligent individu een duizendtal kwetsende afwijzingen, maar slagen erin zijn rede en intuïtie tot op zekere hoogte open te stellen voor het ontvangen van de instructies die in de Geheime Leer zijn vastgelegd en die “de esoterische leringen omvatten van de hele wereld sinds het begin van onze mensheid.”6

Voor een juiste waardering van deze instructies is er iets meer nodig dan het gewone bevattingsvermogen. We hebben er al op gewezen hoe een latent geestelijk vermogen wordt ontplooid door de juiste studie van het boek.

Welnu, het volledig begrijpen van de gehele inhoud ervan is alleen maar mogelijk door een totale ontplooiing van dat vermogen. Het begrijpen van de inhoud van De Geheime Leer en de ontwikkeling van het vermogen dat daardoor wordt bereikt, reageren op elkaar. Hoe meer we studeren, hoe meer dit vermogen zich ontplooit, en des te groter het begrijpen van de instructies.

De weloverwogen en bewuste poging van onze kant om de kracht van deze interactie te versnellen is essentieel om het intellectueel herkennen van de leringen te transformeren naar geestelijke realisatie. Zo wordt De Geheime Leer een levend boek en een boek om naar te leven; leef er niet naar en de delen blijven koud en doods, een massa verwarrende onderwerpen, een heus oerwoud van details die wel interessant zijn maar geen waarde hebben.

Het boek heeft tot doel te pogen deze ontplooiing tot stand te brengen omdat de mogelijkheid daartoe bestaat. De tijd is rijp want “een tijdperk van ontgoocheling en wederopbouw zal weldra een aanvang nemen – ja, is reeds aangebroken. De kringloop is bijna voltooid; een nieuwe cyclus staat op het punt te beginnen.” 7 De werking van dit vermogen is onderhevig aan het karma van de cyclus waaronder we functioneren. Die wordt daarom vergezeld door grote belemmeringen en ernstige gevaren, en beide problemen werden naar voren gebracht en herhaald door H.P.B.. Door haar manier van uitdrukken wordt een duidelijk beeld van de methodes en wegen naar hogere ontplooiing getoond.

 

 

H.P.B. tracht het denkvermogen van het individu en het ras te beschermen tegen de hernieuwde uitbraak van lager psychisme door “hun wijsgerige conclusies aan te bieden in plaats van een niet te staven hypothese, wetenschappelijke analyse en bewijs in plaats van geloof dat geen onderscheid maakt.”1De Geheime Leer gaat verder. Haar opbouw en wijze van presenteren brengen een innerlijke mentale verandering teweeg die de appreciatie van een hogere ethica noodzakelijk maakt en een toepassing ervan geeft geboorte aan een nieuwe en edelere moraliteit.

Zo krijgen we zicht op het ware doel van de opdracht van H.P.B., de ware innerlijke betekenis van haar boodschap: het introduceren van de kracht van een onbekende kennis in het denkvermogen van het Ras en dit zo te zuiveren van het waardeloze, de droesem, en de smet van conventionele meningen en blind geloof, om vervolgens van daaruit dat denkvermogen te reorganiseren, eerst door een moedige beeldenstorm en vervolgens door een overtuigende creatieve kracht.

Voor de uitvoering ervan zijn beide processen afhankelijk van de student. Het materiaal wordt door H.P.B verschaft en de gebruiksmethode werd ook getoond; maar correctie moet uit zelfverbetering komen; individuele inspanning voor een mens, een vereniging, een kerk, een natie, een gemeenschap of een ras moet het resultaat zijn van zelfopgelegde en zelfuitgedachte pogingen. De principes zijn naar voren gebracht en ze bevatten alle richting en leiding die we werkelijk nodig hebben; de toepassing van deze principes door het volgen van een duidelijk afgebakende koers is waar we naar zouden moeten streven.

 

Ethisch en moreel gezien was het voornaamste doel van H.P.B.’s opdracht: het doen ontstaan van een nieuwe visie in het hart van de mens, hem ertoe te brengen zijn eigen goddelijkheid te herkennen, hem overtuigen van zijn eigen latente geestelijke krachten; hem die krachten doen gebruiken, hem transformeren in een zelfhervormer vooraleer hij een hervormer van zijn broeders werd; te leren vóór te onderwijzen; te leven volgens de hogere moraliteit van een verhevener ethiek die op zichzelf een introductie zou zijn van die moraliteit en ethiek van het politieke lichaam van zijn familie, stam, gemeenschap, natie en ras.

H.P.B.’s werk vond in de meest ware zin met individuen plaats want voor haar zijn individuen de eenheden die de mensheid uitmaken. Zelfverbetering en zelfhervorming is dat waartoe haar geschriften ons trachten aan te zetten; daarna volgt het vermogen

1 ) om helder te zien,

2) om intelligent te onder-scheiden,

3) om geïnspireerd te zijn door de vitaliteit van de geestelijke Wil,

4) om te scheppen door het juiste spreken,

5) de juiste energie; en

6) handeling die een offer inhoudt.

Zo verrichten haar geschriften een tweevoudig wonder: door een zuiveringsritueel groeit de student in helder inzicht, onderscheidingsvermogen en inspiratie; en wordt met hun hulp de gave van wijsheid en mededogen tot stand gebracht door middel van een geheiligd leven en door het verrichten van heilige dienstbaarheid.

 

De Geheime Leer vervult getrouw deze dubbele plicht.

Door dit te doen komen we echter ook twee moeilijkheden tegen: de ene staat in verband met de beperkingen die door de cyclische wet aan het merendeel van de mensheid worden opgelegd; de andere met de zelfveroorzaakte en zelfopgelegde beperkingen van de student zelf. We moeten onszelf neerleggen bij de eerste moeilijkheid door erkenning van de oorzaken daarvan. In ‘Antwoorden aan een Engels lid van de Theosophical Society’ wordt hierover het volgende gezegd:

 

Deze schijnbare onwil om enkele geheimen van de natuur, die in het bezit van de weinigen zijn gekomen, te delen met de wereld vloeit uit heel andere oorzaken voort dan de ene die doorgaans wordt aangegeven. Het is geen EGOÏSME om een Chinese muur tussen de occulte wetenschap en degenen die er meer van zouden willen weten op te trekken, zonder daarbij enig onderscheid te maken tussen de domweg nieuwsgierige oningewijde en de serieuze, ijverige zoeker naar waarheid.

Verkeerd en onrechtvaardig zijn zij die zo denken; die de noodzaak voor een beleid van een vooruitziende universele filantropie toeschrijven aan de onverschilligheid voor het welzijn van andere mensen, en die de bewaarders van verheven fysieke en spirituele, ofschoon reeds lang verworpen, waarheden ervan beschuldigen deze ver boven het verstandelijk bereik van mensen te houden. In werkelijkheid ligt het onvermogen om die waarheden te bereiken geheel bij de zoekers.

Uiteraard dient, onder de vele andere oorzaken, de voornaamste reden voor een dergelijke terughoudendheid, in ieder geval met betrekking tot de geheimen die tot de fysieke wetenschappen behoren, elders te worden gezocht. Dit steunt geheel op de onmogelijkheid om te onthullen dat de natuur ervan, in het huidige ontwikkelingsstadium van de wereld, boven het begripsvermogen van de zogenaamde leerlingen ligt, hoe intellectueel en wetenschappelijk geschoold zij ook mogen zijn.

Deze enorme moeilijkheid wordt momenteel uitgelegd aan de weinigen die, naast Esoteric Buddhism te hebben gelezen, de verschillende occulte axioma's die erin worden benaderd ook hebben bestudeerd en begrepen. We kunnen gerust zeggen dat het door de gewone lezer zelfs niet bij benadering zal worden begrepen, maar het excuus zal vormen voor je reinste misbruik. Ja, dat is het zelfs al geworden.

De reden is eenvoudigweg dat de geleidelijke ontwikkeling van de zeven beginselen en fysieke zintuigen van de mens moet samenvallen en evenwijdig dient te lopen met de ronden en wortelrassen. ons vijfde ras heeft tot dusver slechts zijn vijf zintuigen ontwikkeld.

Als nu het kama of wilsprincipe van de ’vierde-ronders’ reeds dat stadium van zijn evolutie bereikte waarin de automatische handelingen, de ongemotiveerde instincten en impulsen van zijn kindsheid en jeugd, in plaats van uiterlijke impulsen, wilshandelingen zijn geworden die voortdurend in combinatie met het denkvermogen (Manas) worden uitgedrukt en zo van elk mens op aarde van dat ras een vrij-handelend persoon, een volledig verantwoordelijk wezen maakte, dan is het kama van ons nauwelijks volwassen vijfde ras dit nog maar geleidelijk aan het benaderen.

En wat betreft het zesde zintuig van ons ras, dat is nog nauwelijks ontloken boven de grond van zijn stoffelijkheid.

Het is daarom zeer onredelijk om van de mens van het vijfde te verwachten dat hij de aard en essentie zal aanvoelen van dat wat pas volledig door het zesde ras -om nog maar niet te spreken van het zevende– zal worden aangevoeld en waargenomen, namelijk het voordeel te genieten van het rechtmatig resultaat van de evolutie en de talenten van de toekomstige rassen, enkel met behulp van onze huidige beperkte zintuigen.

De uitzonderingen op deze schijnbaar universele regel werden tot nu toe slechts gevonden in enkele zeldzame gevallen van aangeboren, abnormaal vroegrijpe individuele ontwikkelingen, of in die gevallen waar door een vroeg gestarte opleiding en speciale methoden, het stadium van vijfderonders werd bereikt, waardoor sommige mensen als aanvulling op de natuurlijke aanleg van dat laatste (door middel van occulte methoden) volledig hun zesde, en in nog zeldzamer gevallen hun zevende zintuig hebben ontwikkeld.9

De tweede moeilijkheid ligt bij onszelf. In het Voorwoord van De Sleutel tot de Theosofie en in de Inleiding van deel I van De Geheime Leer wordt dit helder naar voren gebracht. Daarom houdt de aanpak van De Geheime Leer een zekere activiteit, hoe elementair ook, van Buddhi in, hetgeen “het vermogen is zich bewust te worden van het kanaal waarlangs goddelijke kennis het 'Ego' bereikt en om goed en kwaad te onderscheiden, alsook het ‘goddelijk geweten’ ”10

Eenieder in wie Buddhi nog niet actief is geworden, kan slechts verstoken zijn van de geest van onderzoek omtrent de ziel en de wetenschap daarvan. Indien de Geheime Leer van een mens een supermens maakt, “de Ingewijde die beschikt over de kennis verkregen door talloze generaties van zijn voorgangers”11 ontvouwt H.P.B.'s Geheime Leer door een oprechte en volgehouden studie “het vermogen van geestelijke intuïtie, waardoor directe en stellige kennis kan worden verkregen.”12 Geestelijke Intuïtie is “geen helderziendheid zoals die gewoonlijk wordt opgevat, dit wil zeggen het vermogen om op een afstand te zien”, maar de gave om voorwerpen en onderwerpen die zich vlak voor onze neus bevinden naar waarde te schatten. Aan de hemelse schoonheid van een zonsondergang die een schilder tot een majestueuze creatie inspireert, wordt door de gewone mens onopgemerkt voorbijgegaan. Niet in het zien van meer dingen, maar in het begrijpen van datgene dat we zien, niet in het vergaren van meer rijkdom, maar in het gebruik van dat wat we bezitten; niet in het verzamelen van meer feiten, maar in het verwerven van het vermogen om dat wat reeds verzameld werd te gebruiken – dat is de taak die voor ons ligt. Daarom spreekt De Geheime Leer over helderziendheid als een aspect van Jnanasakti.13

Het doel van de boekdelen is de student in staat te stellen zijn denkvermogen zo van Kama te zuiveren dat de stroom van Buddhi of de radiatie van Intuïtie kan plaatsvinden, en zijn rede zuiver en mededogend wordt. Onder Karma is de manasische evolutie rijp om een stimulans van buitenaf te ontvangen; bijstand aan de natuur die zonder hulp faalt. De loop van de Tijd is bijna verstreken en de oorlog tussen de tweevoudige intelligentie in de mens zal tot een einde komen, althans voor hen die klaar zijn en bereid om van de wijsheid van de Ouden profijt te trekken.

 

“Manas is tweevoudig – lunair in het lagere, solair in het hogere deel”, zegt een toelichting. Dat wil zeggen, dat het in zijn hogere aspect wordt aangetrokken tot Buddhi, en in zijn lagere daalt het af tot en luistert naar de stem van zijn dierlijke ziel, die vervuld is van zelfzuchtige en zinnelijke verlangens.14

 

Wat we niet zonder hulp kunnen bewerkstelligen, is met de hulp die de geschriften van H.P.B bieden wel mogelijk; het hogere vermogen van Buddhi begint onze intelligentie te bevruchten en ons denkvermogen van binnenuit te verlichten. Om De Geheime Leer in staat te stellen dit wonder te laten voltrekken, dienen we te leren dat in de eerste plaats de studie van haar metafysische stellingen ter hand moet worden genomen. De poging om de beginselen van universele principes te begrijpen en toe te passen is het in werking stellen van het vermogen tot intuïtieve waarneming: daarom is “zonder metafysica geen occulte filosofie, geen esoterisme mogelijk”.

B.P.Wadia


1H.P. Blavatsky, Isis Ontsluierd, II, Eng. p. 586.

2Idem, p. 634-635.

3Isis Ontsluierd, I, Eng. p. xlv.

4Isis Ontsluierd, II, Eng. p. 640.

5Idem.

6H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, Eng. p. xx.

7Isis Ontsluierd, I, Eng. p. 38.

8Isis Ontsluierd, II, Eng. p. 636.

9H.P. Blavatsky, ‘Reply to an English F.T.S.’ , Collected Writings of H.P.Blavatsky, Vol. V, p. 143-150.

10De Geheime Leer, I, Eng. p. xix.

11Idem, Eng. p. 45.

12Idem, Eng. p. 46 vn.

13Idem, Eng. p. 292.

14De Geheime Leer, II, Eng. p. 495-496.