De diepte van het zijn

Zoals wel vaker gebeurt, hebben we deze titel ontleend aan een boek; een boek van de hand van de Dalai Lama waarin hij probeert in te gaan op de visie van het Boeddhisme op de wezenlijke identiteit van elk wezen.

Een cruciaal gegeven in elke religieuze en filosofische traditie en essentieel als we willen spreken over een mogelijk transformeren van de mens, van onszelf. Ook voor Theosofen is het daarom belangrijk om bij deze vraag stil te staan.


Als we naar de titel kijken, merken we twee begrippen óp, namelijk ‘diepte en ‘zijn’ en deze doen ons onvermijdelijk aan het Absolute, het Goddelijke, aan het Leven zelf denken. In de Theosofische literatuur spreken we dan over de Eerste Grondstelling die een antwoord kan bieden op de vragen die we als mens stellen: nl. wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wat is Leven en is er zo iets als een God of het Goddelijke?

 

Diepte en Zijn, zijn twee begrippen die meteen aanduiden dat het omschrijven of definiëren van de bron van het Leven niet zo eenvoudig is. Het zijn zeer open en brede begrippen, volledig in de lijn van wat er in de Eerste grondstelling wordt onderwezen. Mevrouw Blavatsky zegt hierin: “een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk principe waaromtrent elke bespiegeling onmogelijk is, omdat dit het menselijk bevattingsvermogen te boven gaat …” En toch is het essentieel hier aandacht aan te besteden; regelmatig bij het gegeven in onze studie en praktijk van het leven stil te staan.

 

Want er is het Absolute dat boven alles staat, het transcendente waavan we niet kunnen zeggen wat het juist is, alleen dat het IS; maar er is ook dat Absolute wat we het immanente noemen, Dat wat zich in miljarden en miljarden wezens, werelden, … uitdrukt.  Als de mens de microkosmos van de macrokosmos is, dan moet dit ook in onszelf te vinden zijn. Dat is uiteindelijk de opdracht die elk mens heeft, nl. het ontwikkelen van het ZELF.