KARMA
DEFINITIE van het woord. Een onbekende term. Een weldadige wet. Hoe het huidige leven wordt beïnvloed door daden uit vorige levens. Elke daad heeft een gedachte als basis. Via manas hebben ze invloed op elk persoonlijk leven. Waarom mensen misvormd of in slechte omstandigheden worden geboren. De drie klassen van karma en de drie werkterreinen ervan. Nationaal en raciaal karma. Individueel ongeluk en geluk. De woorden van de Meester over karma.
V. Met betrekking tot ‘het voortduren van wreedheid’; zijn de leden van primitieve stammen zielen met minder ervaring?
A. In de aard van evolutie – een ontvouwing van binnenuit naar buiten – moeten er zielen zijn met minder ervaring, waarvan de lichamen en omgeving overeenkomen met hun tot dusver verworven aard. Aan de andere kant zijn er slinkende fysieke stammen, waarvan de Australische aboriginals een voorbeeld zijn, waar de meer gevorderde ego's in andere rassen zijn geïncarneerd, waardoor het gebruik van die fysieke vorm is overgelaten aan de minder gevorderden.
Doordat deze laatsten te zijner tijd het fysieke ras verlaten, veroorzaken de achterblijvers, die minder bekwaam zijn, een verslechtering van de fysieke conditie, zodat alleen de laagste klasse van intelligenties van die stam of dat ras zulke lichamen bezet. Uiteindelijk sterft het fysieke ras uit door onvruchtbaarheid, wanneer de ego's die ermee verbonden zijn, in andere rassen zijn geïncarneerd.
V. Hoe zit het met de Mexicanen?
A. Er zijn vele soorten ego's onder de Mexicanen, net als bij elk ander hedendaags ras; de families zijn gemengd en de rassen zijn gemengd. In Mexico zijn de resultaten te zien van een vermenging van Europees bloed met dat van de ontaarde restanten van oude Amerikaanse beschavingen; noodzakelijkerwijs zijn onder karma degenen, die afkomstig zijn van Europese stromingen en zich hebben vermengd met de inheemse stammen, gevangen in de gevolgen van hun eigen oorzaken en moeten ze dit oplossen door ofwel de gebreken van de soort te elimineren, ofwel mee ten onder te gaan in de neergang van kwaad tot erger.
V. Maar de Mexicanen tonen toch een sterk patriottisme?
A. In dat opzicht verschillen ze niet van mensen van andere rassen. Patriottisme komt niet slechts voort uit het feit dat men in een bepaald ras is geboren, maar uit de
karmische verbondenheid van het ego met dat ras; het gevoel is in al dergelijke gevallen aanwezig, maar de handelingen die uit dat gevoel voortvloeien, worden vaak niet begrepen en niet op een verstandige manier toegepast; daar heerst het gevoel van afgescheidenheid, zoals bij alle min of meer onwetende ‘persoonlijkheden’ van elk ras.
V. Bestaat er zoiets als intelligent patriotisme?
A. Dat moet wel, als tegenhanger van het onintelligente patriottisme dat overal te zien is.
V. Kan er een definitie van intelligent patriottisme worden gegeven?
A. De vraag betreft intelligentie toegepast op patriottisme. Een zeer onwetend mens kan een sterk patriottisch gevoel hebben dat kan leiden tot ondoordachte acties van hemzelf of door aansporing van anderen. Een intelligenter mens zou een breder scala aan waarneming en handeling hebben en toch instemmen met nationale sentimenten en daden tegen andere naties met wat hij als individu zou beschouwen als verkeerd ten opzichte van een ander individu; beide gevallen zijn in principe verkeerd. Een werkelijk intelligent patriottisme zou het individu beschouwen als een onlosmakelijk onderdeel van de natie waartoe hij behoort en de natie als een onlosmakelijk onderdeel van het geheel van naties die samen de mensheid als geheel vormen.
Aangezien ieder individu in een fysiek lichaam wordt geboren via ouders van een bepaald ras of volk, en dus in de wereld van de mensen, biedt het karma van elke dergelijke geboorte de kans om in zichzelf de gebreken van het gezin waaruit hij voortkomt uit te bannen, en via het gezin ook de gebreken van het volk, want gebreken van een volk zijn de som van alle individuen waaruit het volk bestaat en het uitbannen van deze gebreken begint en eindigt bij het individu.
Intelligent patriottisme zou daarom bestaan uit het vervullen van onze volledige plicht in die positie waarin ons karma ons heeft geplaatst, ten opzichte van onze familie en ten opzichte van de mensheid als samengesteld uit individuen, families en naties, waarbij we erkennen dat alles hetzelfde van aard is en alleen verschilt in graad. Als onze familieplichten goed en verstandig worden vervuld, zouden onze plichten ten opzichte van de natie en de mensheid grotendeels vanzelf worden vervuld. Met ‘familiale plichten’ en ‘nationale plichten’ wordt niet bedoeld een valse gehechtheid aan familie of natie als een bron van trots, jacht naar pleziertjes of sensualiteit, maar het cultiveren en verheffen van de hogere gevoelens en emoties van onszelf en onze familie en het benutten daarvan voor het vervullen van onze plicht jegens de natie en de mensheid in het algemeen.
V. Het lijkt een hopeloze taak?
A. Het lijkt hopeloos omdat individuen het hulpmiddel niet op zichzelf toepassen; we willen wachten tot het ras is verbeterd en dan zouden we daarmee in de pas lopen, maar nog nooit is een ras of volk verbeterd zonder sterke en voortdurende inspanningen van individuen die een betere manier hebben gezien en die deze belichamen en uitdragen. Er werd vroeger gezegd dat ‘een beetje zuurdesem al snel de hele deegmassa doet rijzen’; degenen die de ‘zuurdesem’ hebben, moeten deze eerst op zichzelf toepassen voordat deze in anderen kan gaan werken.
V. In dit hoofdstuk wordt gesproken over een onvolwaardig of slecht ego; wat betekent dat?
A. Er zijn vele klassen van ego's. We dienen altijd te onthouden dat ego's zich ontwikkelen; dat sommigen zelfbewuste wezens waren toen onze wereld begon, en dat anderen menselijke wezens zijn geworden sinds dat begin en tot halverwege het derde ras. Bovendien wijst het feit dat er slechte en onvolwaardig mensen zijn in het fysieke bestaan op slechtheid en onvolwaardigheid in ego's, want het zijn de ego's die incarneren.
V. Ik heb begrepen dat het ego onsterfelijk en spiritueel van aard is?
A. Het ego is essentieel spiritueel en onsterfelijk van aard, maar omdat het het vermogen heeft om waar te nemen en te handelen en de wet van actie en reactie in zichzelf belichaamt, raakt het, terwijl het van hogere naar lagere gebieden van substantie werkt, betrokken bij de lagere gebieden door zich eraan te hechten en lijdt het dienovereenkomstig totdat het zijn gebrek aan wijsheid overwint en zijn ware aard op de lagere gebieden doet gelden en gebruikt. Als ego's zijn we slechts gedeeltelijk werkzaam in lichamen; manas wordt nog niet volledig door ons als ras gebruikt; elke incarnatie is slechts één aspect van onze vroegere bestaansvormen, we moeten de verbinding maken tussen hoger en lager terwijl we in een lichaam zijn.
V. Wat zou het resultaat zijn als een ego in een lichaam een pad van degeneratie en kwaad zou blijven volgen, leven na leven?
A. In zo'n geval zou de kracht van de in gang gezette neigingen na verloop van tijd de band tussen het ego en zijn instrument tijdens een bepaald leven verbreken en zou het instrument met de gegeven impuls een entiteit zonder menselijke ziel worden. Er zijn zulke wezens in de wereld, menselijk van vorm, maar zielloos.
V. Putten we tijdens een bepaald leven uit onze gehele karmische voorraad?
A. In het leven van werelden, rassen, naties en individuen kan karma niet werken tenzij er een geschikt instrument voor zijn werking is, en totdat er zo’n instrument bestaat, blijft het karma dat daarmee verband houdt onuitgewerkt. Terwijl een mens fasen van zijn vroegere karma doormaakt via zijn lichaam, omstandigheden en omgeving, wordt zijn andere onuitgewerkte karma gereserveerd gehouden totdat zijn lichaam, omstandigheden en omgeving het onuitgewerkte karma toestaan om te werken. Het verstrijken van de tijd veroorzaakt geen vermindering van de kracht van karma, noch verandert het de aard ervan.
V. Moet elk leven slechts één fase of klasse van karma tot uitdrukking brengen?
A. Niet noodzakelijkerwijs. Er kunnen tijdens één leven veranderingen optreden in het instrument, waardoor het geschikt wordt voor een nieuwe klasse van karma. Dit kan op twee manieren plaatsvinden: (a) door de intensiteit van het denken en de kracht van een gelofte om anders te denken en te handelen, en (b) door natuurlijke veranderingen als gevolg van de volledige uitputting van oude oorzaken.
V. Wat bepaalt de karmische neiging van een bepaald leven?
A. Geboorte in een bepaald soort lichaam om de resultaten van een bepaald soort karma te verkrijgen, is het gevolg van het overwicht van bestaande neigingen.
V. Wanneer iemand in de wereld wordt geboren met bepaalde neigingen die als ongewenst worden beschouwd, wat kan er dan worden gedaan om deze te veranderen en wat zouden de gevolgen van een dergelijke inspanning zijn?
A. Maatregelen die door een ego worden genomen om neigingen te onderdrukken, gebreken te elimineren en tegen te gaan door andere oorzaken in gang te zetten, zullen de macht van de karmische neiging veranderen en zijn invloed verkorten, in overeenstemming met de kracht of zwakte van de inspanningen die worden geleverd om de genomen maatregelen uit te voeren.
V. Er werd gesproken over verschillende soorten karma; wat werd er bedoeld met die verklaring?
A. Karma kan drie soorten omvatten:
(a) datgene wat momenteel in dit leven werkt via de juiste instrumenten; (b) datgene dat wordt gemaakt of opgeslagen om in de toekomst te worden uitgeput; en (c) datgene wat uit vorige levens is overgebleven en nog niet werkzaam is omdat het wordt belet door de ongeschiktheid van het instrument dat door het ego wordt gebruikt, of door de kracht van het karma dat nu werkzaam is.
V. Zijn het lichaam en de omstandigheden ervan het werkterrein van karma?
A. Er zijn drie werkterreinen van karma: (a) het lichaam en de omstandigheden;
(b) het denken en het intellect; en (c) de psychische en astrale gebieden. Aangezien
het lichaam, de geest en de ziel elk een onafhankelijke werking hebben, kan elk van deze,
onafhankelijk van de andere, bepaalde karmische oorzaken uitputten waarbij sommige karmische oorzaken verder verwijderd zijn van of dichter bij het moment van hun totstandkoming liggen dan die welke via andere kanalen werken.
V. Bestaan er wezens die vrij zijn van karma?
A. Geen enkele; karma werkt op alle dingen en alle wezens, van het kleinst denkbare atoom tot het hoogste wezen. Geen enkele plek in het gemanifesteerde universum is gevrijwaard van zijn invloed, want manifestatie betekent actie en actie brengt zijn specifieke resultaten voort. Karma is de inherente wet van de kracht om te handelen in elk wezen van elke graad; in ieder geval wordt de kracht om te handelen uitgeoefend in overeenstemming met de mate van intelligentie die is verworven. Het universum is belichaamd bewustzijn.
V. Er is gesproken over raskarma, nationaal karma en familiekarma; wat betekenen deze termen?
A. Aangezien alle wezens van dezelfde soort zijn – dat wil zeggen, spiritueel van aard en oorsprong – zijn ze allen op innerlijke niveaus met elkaar verbonden en beïnvloedt elk wezen alle andere op een nuttige of belemmerende manier. Raskarma beïnvloedt elk lid van het ras door middel van deze wet van oorzaak en gevolg door verdeling. Nationaal karma werkt op de leden van een natie in door middel van dezelfde wet, maar dan in meer geconcentreerde vorm. Familiekarma heerst alleen in een natie waar de families zuiver en afgescheiden zijn gehouden; want in elke natie waar een vermenging van families plaatsvindt – zoals in elke Kali Yuga-periode het geval is – wordt familiekarma in het algemeen over een natie verdeeld. Alle mensen, die dezelfde principes als bestanddelen van hun aard hebben, zijn door zowel de innerlijke als de uiterlijke principes van hun wezen verbonden; zij beïnvloeden elkaar daarom op subtiele en onmerkbare manieren, evenals op de uiterlijke manieren die gewoonlijk waarneembaar zijn.
V. Als alle wezens van elke graad worden beïnvloed door de dynamische kracht van menselijke gedachten en gevoelens moeten wij dan, als menselijke wezens, de lagere rijken helpen die de aarde vormen waarop we leven?
A. Dat is de leer. Natuurrampen worden veroorzaakt door de afscheidende en destructieve effecten van het egoïstisch en verkeerd denken van mensen. Een ramp kan worden teruggevoerd tot een fysieke oorzaak, zoals een inwendige brand of atmosferische verstoring, maar deze zijn veroorzaakt door de verstoring die is ontstaan door de dynamische kracht van het menselijke denken. Een hint hiervan is te vinden in de geschriften van St. Paulus, wanneer hij spreekt over de hele schepping die zucht in ellende wegens de ongerechtigheden van de mens.
V. Moeten alle mensen lijden onder dergelijke rampen?
A. Nee. Ego's die geen karmische band hebben met een deel van de wereld waar een ramp op komst is, worden op twee manieren buiten schot gehouden:
(a) door een afkeer die inwerkt op hun innerlijke aard en hen ertoe aanzet om elders heen te gaan, of (b) door te worden gewaarschuwd door degenen die over de vooruitgang van de wereld waken.
V. Hoe kunnen de handelingen van mensen natuurrampen veroorzaken? (p. 110)
A. Door hun opeenstapelend effect op de psychische aard van elementale wezens. Karma is de sleutel tot alle omstandigheden, want het beïnvloedt zowel het kleinste atoom als het hoogste spirituele wezen. De elementalen van het mineralenrijk en van de rijken daaronder (de elementalen zelf) zijn psychische embryo's. Iedere gedachte van de mens gaat bij zijn evolutie over naar de innerlijke wereld en wordt een actieve entiteit door zich te verenigen met een elementaal– dat wil zeggen, met een van de halfbewuste krachten van de rijken.
Het blijft bestaan als een actieve intelligentie – een schepsel dat door het denken is verwekt. Zo wordt een goede gedachte voortgezet als een actieve, weldoende kracht; een slechte gedachte als een kwaadaardige demon. Het automatisch werkende brein slaat alleen grove energieën op en brengt verbanden voort die geen vruchten afwerpen, wat uiteindelijk leidt tot verstoringen in de natuur. Het is analoog aan combinaties van chemicaliën die door wetenschappelijke denkers worden geproduceerd – tegenstrijdige elementen die in bedwang worden gehouden, maar waarvoor uiteindelijk een vonkje voldoende is om ze vrij te laten komen en verschrikkelijke explosies te veroorzaken.
V. En op dezelfde manier kunnen de handelingen of karma van de mens gunstige effecten teweegbrengen in de lagere rijken van de natuur?
A. De mens is de werkelijke drijvende kracht en sturende macht in dit universum, want hij staat aan het hoofd, is zelfbewust en heeft het vermogen om kwaliteiten te verwerven, de aard van alle wezens te begrijpen en de lagere naturen te manipuleren. Het is aan hem om die naturen zo te gebruiken dat dit de beste resultaten oplevert voor alle wezens die betrokken zijn bij de evolutiestroom die deze aarde en dit zonnestelsel samenstellen.
De mens heeft vele combinaties en transformaties teweeggebracht in de lagere rijken, die voor hen op eigen kracht niet mogelijk waren, en die weldadig zijn.
V. Dan is de mens een schepper in een veel bredere zin dan we gewend zijn te denken?
A. Ongetwijfeld. De impuls tot handelen in de lagere rijken komt oorspronkelijk van hem. Het bewuste handelen van de lagere rijken komt allemaal voort uit de mens. Na de actie volgt altijd de reactie. De elementen, ‘lucht, water, vuur en aarde’, of elk deel of combinatie daarvan, reageren allemaal op ons. Wij ervaren die reacties van de elementen vanwege onze houding ten opzichte van hen en ons gebruik ervan, want wij zijn degenen die hen tot actie aanzetten, hetzij op een weldadige, hetzij op een kwaadaardige manier. Tornado's, aardbevingen, allerlei soorten leed zoals oorlogen of strijd, hetzij in de elementen, hetzij tussen mensen, worden allemaal door de mens veroorzaakt.
V. U sprak over het ‘automatisch werkende brein’; is er nog een andere manier waarop ons brein kan werken?
A. Zeker. In het ene geval is er alleen maar brute kracht opgeslagen en uitgestoten zonder enige omzetting van die grove energie in hogere vormen van dynamiek. In het andere geval, het intellect van het echt wetenschappelijk ingestelde brein, is er de evolutie van een gesublimeerde vorm van spirituele energie die, kosmisch gezien, onbegrensde resultaten ten goede oplevert. Het menselijk brein kan worden gebruikt als een onuitputtelijke generator van hogere energievormen vanuit lagere. De adept creëert niets nieuws; hij transformeert slechts de materialen uit de natuur. De ene verspilt en onteert de scheppende kracht; de ander behoudt en verheft de aard van alles.
V. Er lijkt geen grens te bestaan aan iemands verantwoordelijkheid?
A. Die is er ook niet. Wat of wanneer iemand ook denkt of doet, hij kan dat niet doen zonder andere wezens te beïnvloeden, of het nu mensen zijn of wezens onder of boven ons, want elke handeling wordt in zekere mate gevoeld door het hele universum heen. Hij krijgt de reactie in zijn eigen morele aard vanuit de lijnen van zijn mentale handeling; en tegelijkertijd zal hij fysiek langs dezelfde lijnen handelen, waardoor hij anderen ten goede of ten kwade beïnvloedt, zowel op de innerlijke als op de uiterlijke gebieden van actie; en dan krijgt hij de fysieke reactie.
V. Dan is er nooit enige onrechtvaardigheid?
A. Er bestaat geen onrechtvaardigheid. Wat wij als onrechtvaardigheid beschouwen, lijkt zo
omdat wij de oorzaken niet zien die de huidige kwalijke gevolgen hebben veroorzaakt.
Als wij geen kennis hebben van onze eigen ware aard en van de wet van karma die daarin besloten ligt, dan kunnen we alleen maar het gevoel hebben dat we onrechtvaardig zijn behandeld, en koesteren we haat en wrok. Wat ons belet deze dingen te begrijpen is vooral dat wij niet weten waarom we hier zijn. We bekijken de dingen vanuit het perspectief van één leven, en omdat we ons in dit leven bevinden, stellen we ons voor dat het iets is waar we niets mee te maken hebben. Als we anderen zien die volgens ons meer geluk hebben dan wijzelf, willen we weten waarom en omdat er op basis van onze aannames geen antwoord mogelijk is, gaan we ervan uit dat we onrechtvaardig worden behandeld. Als karma de leer van verantwoordelijkheid is, dan is reïncarnatie de leer van hoop. De twee gaan samen. De reden dat we op aarde zijn, volgens de occulte leer: we zijn hier niet vanwege onze deugden, we zijn hier vanwege onze gebreken. De ‘persoonlijkheid’ is in feite het afwerken van gebreken. Als we niet leren wat het doel van het leven is en het werk niet doen, creëren we alleen maar meer gebreken om bij te stellen en meer problemen voor onszelf.
V. Wie mag oordelen over iemands motieven in wat hij voelt en doet?
A. De persoon zelf. Maar hij moet zichzelf vergeten als hij werkelijk wil oordelen. Geen enkele rechter kan onpartijdig zijn als hij een zeker eigenbelang heeft bij zijn eigen beslissingen. Dus als we enig eigenbelang hebben bij onze beslissingen, kunnen we onze motieven niet beoordelen; we kunnen ze alleen goed beoordelen als we niets voor onszelf beogen. De beste leidraad en de grootste bescherming die een mens kan hebben, is een vastberaden verlangen om de mensheid te dienen en niets voor zichzelf te beogen.
V. Door degenen te straffen die straf verdienen, helpen we dan karma niet, en worden we dan niet een instrument van gerechtigheid?
A. Nee. De Bijbel bevat veel occulte uitspraken. U kent vast wel degene die zegt: De wraak is aan mij; Ik zal vergelden, zegt de Heer (Wet). De Wet regelt het zijne. We hoeven onszelf niet tot instrumenten van wraak te maken. In onze moderne beschaving hebben we onze middelen om wraak te nemen, maar in feite zijn onze middelen onjuist, onvolmaakt en schadelijk. Het nemen van het leven van een medemens omdat hij een ander heeft gedood, is niet meer gerechtvaardigd wanneer het door een aantal mensen wordt gedaan, dan de oorspronkelijke moord. Dat is verkeerd, maar de moordenaar opsluiten zodat hij anderen geen kwaad meer kan doen, is een heel ander verhaal.
V. Brengen we anderen schade toe met onze haat?
A. Niemand kan haat voelen zonder anderen schade toe te brengen.
V. Maar als onze eigen gedachten zodanig zijn dat er geen haat in ons is, zouden we dan niet beïnvloed worden door de haat van een ander?
A. Dat is het hele verhaal. Als iemand zonder haat of wraakgevoelens tegenover zijn medemensen denkt en voelt, kan niets van die aard hem raken.
V. Als iemand die door de daad van een ander wordt geraakt geen verlangen heeft om die ander te kwetsen, verzacht dat dan de daad van die ander?
A. Natuurlijk doet het dat. Maar er zijn twee mogelijkheden. Degene die gekwetst is, oogst wat hij heeft gezaaid, anders zou hij niet gekwetst kunnen zijn. Maar hij kan, door zijn verandering van aard en houding en zijn verlangen om anderen niet langer te kwetsen, weigeren om kwaad terug te doen. Maar degene die het letsel toebrengt of er nog steeds aan vasthoudt, krijgt alle reacties die uit die houding voortvloeien. Hij is niet veranderd; hij heeft nog steeds dezelfde aard; hij heeft nog steeds hetzelfde verlangen. Vaak is iemand die een ander letsel toebrengt en daar geen vergelding voor krijgt, nog meer verontwaardigd dan ooit. Je kunt iemand zich niet anders laten voelen, tenzij hij dat zelf wil. Dus hoewel we misschien vriendelijk over een ander mogen denken, kunnen we zijn gevoelens niet veranderen. Alleen hijzelf kan dat doen. Dus misschien helpen we hem en misschien ook niet, maar in ieder geval profiteren we van het effect van ons eigen welwillende houding. Als we geen gunstige invloed op de ander hebben, is dat omdat hij zo is geïnfecteerd (niet aangedaan) dat we hem niet kunnen helpen. Het hangt allemaal af van de aard van de ontvanger, van de ‘aard van het beestje’; Neem bijvoorbeeld een ratelslang. Geen enkel mens hoe vriendelijke hij ook is kan de aard van die slang veranderen.
V. Maar als het ons karma is om slechte en wraakzuchtige gevoelens en gedachten te hebben, dan kunnen we het toch niet helpen dat we ons op die manier gedragen?
A. Ja, dat kunnen we wel. Karma is zowel huidige handeling als het huidige effect van vroegere handelingen. Hoewel we misschien niet altijd invloed kunnen uitoefenen op de houding van een ander, kunnen we, zoals zojuist gezegd, altijd invloed uitoefenen op onze eigen houding. Als we dat niet konden, zouden we slechts machines zijn, slechts schepsels van ons verleden, geen scheppers in het heden. Dat zouden we moeten weten, want iedereen weet wel beter dan iemand schade toe te brengen. Hij herkent wat schadelijk is voor een ander, maar als hij zo egoïstisch is dat het hem niets kan schelen, wordt hij een destructieve kracht, geen creatieve, en moet hij de reactie ondergaan. ‘Het kwaad moet in de wereld zijn, maar wee degene door wie het kwaad komt.’ Wee degenen die zichzelf tot instrument maken waardoor het kwade karma werkt omdat het in dat geval hun eigen aard is waarmee een rol wordt gespeeld.