KARMA

DEFINITIE van het woord. Een onbekende term. Een weldadige wet. Hoe het huidige leven wordt beïnvloed door daden uit vorige levens. Elke daad heeft een gedachte als basis. Via manas hebben ze invloed op elk persoonlijk leven. Waarom mensen misvormd of in slechte omstandigheden worden geboren. De drie klassen van karma en de drie werkterreinen ervan. Nationaal en raciaal karma. Individueel ongeluk en geluk. De woorden van de Meester over karma.

V. Met betrekking tot ‘het voortduren van wreedheid’; zijn de leden van primitieve stammen zielen met minder ervaring?

A. In de aard van evolutie – een ontvouwing van binnenuit naar buiten – moeten er zielen zijn met minder ervaring, waarvan de lichamen en omgeving overeenkomen met hun tot dusver verworven aard. Aan de andere kant zijn er slinkende fysieke stammen, waarvan de Australische aboriginals een voorbeeld zijn, waar de meer gevorderde ego's in andere rassen zijn geïncarneerd, waardoor het gebruik van die fysieke vorm is overgelaten aan de minder gevorderden.

Doordat deze laatsten te zijner tijd het fysieke ras verlaten, veroorzaken de achterblijvers, die minder bekwaam zijn, een verslechtering van de fysieke conditie, zodat alleen de laagste klasse van intelligenties van die stam of dat ras zulke lichamen bezet. Uiteindelijk sterft het fysieke ras uit door onvruchtbaarheid, wanneer de ego's die ermee verbonden zijn, in andere rassen zijn geïncarneerd.

V. Hoe zit het met de Mexicanen?

A. Er zijn vele soorten ego's onder de Mexicanen, net als bij elk ander hedendaags ras; de families zijn gemengd en de rassen zijn gemengd. In Mexico zijn de resultaten te zien van een vermenging van Europees bloed met dat van de ontaarde restanten van oude Amerikaanse beschavingen; noodzakelijkerwijs zijn onder karma degenen, die afkomstig zijn van Europese stromingen en zich hebben vermengd met de inheemse stammen, gevangen in de gevolgen van hun eigen oorzaken en moeten ze dit oplossen door ofwel de gebreken van de soort te elimineren, ofwel mee ten onder te gaan in de neergang van kwaad tot erger.

V. Maar de Mexicanen tonen toch een sterk patriottisme?

A. In dat opzicht verschillen ze niet van mensen van andere rassen. Patriottisme komt niet slechts voort uit het feit dat men in een bepaald ras is geboren, maar uit de
karmische verbondenheid van het ego met dat ras; het gevoel is in al dergelijke gevallen aanwezig, maar de handelingen die uit dat gevoel voortvloeien, worden vaak niet begrepen en niet op een verstandige manier toegepast; daar heerst het gevoel van afgescheidenheid, zoals bij alle min of meer onwetende ‘persoonlijkheden’ van elk ras.

V. Bestaat er zoiets als intelligent patriotisme?

A. Dat moet wel, als tegenhanger van het onintelligente patriottisme dat overal te zien is.

V. Kan er een definitie van intelligent patriottisme worden gegeven?

A. De vraag betreft intelligentie toegepast op patriottisme. Een zeer onwetend mens kan een sterk patriottisch gevoel hebben dat kan leiden tot ondoordachte acties van hemzelf of door aansporing van anderen. Een intelligenter mens zou een breder scala aan waarneming en handeling hebben en toch instemmen met nationale sentimenten en daden tegen andere naties met wat hij als individu zou beschouwen als verkeerd ten opzichte van een ander individu; beide gevallen zijn in principe verkeerd. Een werkelijk intelligent patriottisme zou het individu beschouwen als een onlosmakelijk onderdeel van de natie waartoe hij behoort en de natie als een onlosmakelijk onderdeel van het geheel van naties die samen de mensheid als geheel vormen.

Aangezien ieder individu in een fysiek lichaam wordt geboren via ouders van een bepaald ras of volk, en dus in de wereld van de mensen, biedt het karma van elke dergelijke geboorte de kans om in zichzelf de gebreken van het gezin waaruit hij voortkomt uit te bannen, en via het gezin ook de gebreken van het volk, want gebreken van een volk zijn de som van alle individuen waaruit het volk bestaat en het uitbannen van deze gebreken begint en eindigt bij het individu.

Intelligent patriottisme zou daarom bestaan uit het vervullen van onze volledige plicht in die positie waarin ons karma ons heeft geplaatst, ten opzichte van onze familie en ten opzichte van de mensheid als samengesteld uit individuen, families en naties, waarbij we erkennen dat alles hetzelfde van aard is en alleen verschilt in graad. Als onze familieplichten goed en verstandig worden vervuld, zouden onze plichten ten opzichte van de natie en de mensheid grotendeels vanzelf worden vervuld. Met ‘familiale plichten’ en ‘nationale plichten’ wordt niet bedoeld een valse gehechtheid aan familie of natie als een bron van trots, jacht naar pleziertjes of sensualiteit, maar het cultiveren en verheffen van de hogere gevoelens en emoties van onszelf en onze familie en het benutten daarvan voor het vervullen van onze plicht jegens de natie en de mensheid in het algemeen.

V. Het lijkt een hopeloze taak?

A. Het lijkt hopeloos omdat individuen het hulpmiddel niet op zichzelf toepassen; we willen wachten tot het ras is verbeterd en dan zouden we daarmee in de pas lopen, maar nog nooit is een ras of volk verbeterd zonder sterke en voortdurende inspanningen van individuen die een betere manier hebben gezien en die deze belichamen en uitdragen. Er werd vroeger gezegd dat ‘een beetje zuurdesem al snel de hele deegmassa doet rijzen’; degenen die de ‘zuurdesem’ hebben, moeten deze eerst op zichzelf toepassen voordat deze in anderen kan gaan werken.

V. In dit hoofdstuk wordt gesproken over een onvolwaardig of slecht ego; wat betekent dat?

A. Er zijn vele klassen van ego's. We dienen altijd te onthouden dat ego's zich ontwikkelen; dat sommigen zelfbewuste wezens waren toen onze wereld begon, en dat anderen menselijke wezens zijn geworden sinds dat begin en tot halverwege het derde ras. Bovendien wijst het feit dat er slechte en onvolwaardig mensen zijn in het fysieke bestaan op slechtheid en onvolwaardigheid in ego's, want het zijn de ego's die incarneren.

V. Ik heb begrepen dat het ego onsterfelijk en spiritueel van aard is?

A. Het ego is essentieel spiritueel en onsterfelijk van aard, maar omdat het het vermogen heeft om waar te nemen en te handelen en de wet van actie en reactie in zichzelf belichaamt, raakt het, terwijl het van hogere naar lagere gebieden van substantie werkt, betrokken bij de lagere gebieden door zich eraan te hechten en lijdt het dienovereenkomstig totdat het zijn gebrek aan wijsheid overwint en zijn ware aard op de lagere gebieden doet gelden en gebruikt. Als ego's zijn we slechts gedeeltelijk werkzaam in lichamen; manas wordt nog niet volledig door ons als ras gebruikt; elke incarnatie is slechts één aspect van onze vroegere bestaansvormen, we moeten de verbinding maken tussen hoger en lager terwijl we in een lichaam zijn.

V. Wat zou het resultaat zijn als een ego in een lichaam een pad van degeneratie en kwaad zou blijven volgen, leven na leven?

A. In zo'n geval zou de kracht van de in gang gezette neigingen na verloop van tijd de band tussen het ego en zijn instrument tijdens een bepaald leven verbreken en zou het instrument met de gegeven impuls een entiteit zonder menselijke ziel worden. Er zijn zulke wezens in de wereld, menselijk van vorm, maar zielloos.

V. Putten we tijdens een bepaald leven uit onze gehele karmische voorraad?

A. In het leven van werelden, rassen, naties en individuen kan karma niet werken tenzij er een geschikt instrument voor zijn werking is, en totdat er zo’n instrument bestaat, blijft het karma dat daarmee verband houdt onuitgewerkt. Terwijl een mens fasen van zijn vroegere karma doormaakt via zijn lichaam, omstandigheden en omgeving, wordt zijn andere onuitgewerkte karma gereserveerd gehouden totdat zijn lichaam, omstandigheden en omgeving het onuitgewerkte karma toestaan om te werken. Het verstrijken van de tijd veroorzaakt geen vermindering van de kracht van karma, noch verandert het de aard ervan.

V. Moet elk leven slechts één fase of klasse van karma tot uitdrukking brengen?

A. Niet noodzakelijkerwijs. Er kunnen tijdens één leven veranderingen optreden in het instrument, waardoor het geschikt wordt voor een nieuwe klasse van karma. Dit kan op twee manieren plaatsvinden: (a) door de intensiteit van het denken en de kracht van een gelofte om anders te denken en te handelen, en (b) door natuurlijke veranderingen als gevolg van de volledige uitputting van oude oorzaken.

V. Wat bepaalt de karmische neiging van een bepaald leven?
A. Geboorte in een bepaald soort lichaam om de resultaten van een bepaald soort karma te verkrijgen, is het gevolg van het overwicht van bestaande neigingen.

V. Wanneer iemand in de wereld wordt geboren met bepaalde neigingen die als ongewenst worden beschouwd, wat kan er dan worden gedaan om deze te veranderen en wat zouden de gevolgen van een dergelijke inspanning zijn?

A. Maatregelen die door een ego worden genomen om neigingen te onderdrukken, gebreken te elimineren en tegen te gaan door andere oorzaken in gang te zetten, zullen de macht van de karmische neiging veranderen en zijn invloed verkorten, in overeenstemming met de kracht of zwakte van de inspanningen die worden geleverd om de genomen maatregelen uit te voeren.

V. Er werd gesproken over verschillende soorten karma; wat werd er bedoeld met die verklaring?

A. Karma kan drie soorten omvatten:
(a) datgene wat momenteel in dit leven werkt via de juiste instrumenten; (b) datgene dat wordt gemaakt of opgeslagen om in de toekomst te worden uitgeput; en (c) datgene wat uit vorige levens is overgebleven en nog niet werkzaam is omdat het wordt belet door de ongeschiktheid van het instrument dat door het ego wordt gebruikt, of door de kracht van het karma dat nu werkzaam is.

V. Zijn het lichaam en de omstandigheden ervan het werkterrein van karma?

A. Er zijn drie werkterreinen van karma: (a) het lichaam en de omstandigheden;
(b) het denken en het intellect; en (c) de psychische en astrale gebieden. Aangezien
het lichaam, de geest en de ziel elk een onafhankelijke werking hebben, kan elk van deze,
onafhankelijk van de andere, bepaalde karmische oorzaken uitputten waarbij sommige karmische oorzaken verder verwijderd zijn van of dichter bij het moment van hun totstandkoming liggen dan die welke via andere kanalen werken.

V. Bestaan er wezens die vrij zijn van karma?

A. Geen enkele; karma werkt op alle dingen en alle wezens, van het kleinst denkbare atoom tot het hoogste wezen. Geen enkele plek in het gemanifesteerde universum is gevrijwaard van zijn invloed, want manifestatie betekent actie en actie brengt zijn specifieke resultaten voort. Karma is de inherente wet van de kracht om te handelen in elk wezen van elke graad; in ieder geval wordt de kracht om te handelen uitgeoefend in overeenstemming met de mate van intelligentie die is verworven. Het universum is belichaamd bewustzijn.

V. Er is gesproken over raskarma, nationaal karma en familiekarma; wat betekenen deze termen?

A. Aangezien alle wezens van dezelfde soort zijn – dat wil zeggen, spiritueel van aard en oorsprong – zijn ze allen op innerlijke niveaus met elkaar verbonden en beïnvloedt elk wezen alle andere op een nuttige of belemmerende manier. Raskarma beïnvloedt elk lid van het ras door middel van deze wet van oorzaak en gevolg door verdeling. Nationaal karma werkt op de leden van een natie in door middel van dezelfde wet, maar dan in meer geconcentreerde vorm. Familiekarma heerst alleen in een natie waar de families zuiver en afgescheiden zijn gehouden; want in elke natie waar een vermenging van families plaatsvindt – zoals in elke Kali Yuga-periode het geval is – wordt familiekarma in het algemeen over een natie verdeeld. Alle mensen, die dezelfde principes als bestanddelen van hun aard hebben, zijn door zowel de innerlijke als de uiterlijke principes van hun wezen verbonden; zij beïnvloeden elkaar daarom op subtiele en onmerkbare manieren, evenals op de uiterlijke manieren die gewoonlijk waarneembaar zijn.
V. Als alle wezens van elke graad worden beïnvloed door de dynamische kracht van menselijke gedachten en gevoelens moeten wij dan, als menselijke wezens, de lagere rijken helpen die de aarde vormen waarop we leven?

A. Dat is de leer. Natuurrampen worden veroorzaakt door de afscheidende en destructieve effecten van het egoïstisch en verkeerd denken van mensen. Een ramp kan worden teruggevoerd tot een fysieke oorzaak, zoals een inwendige brand of atmosferische verstoring, maar deze zijn veroorzaakt door de verstoring die is ontstaan door de dynamische kracht van het menselijke denken. Een hint hiervan is te vinden in de geschriften van St. Paulus, wanneer hij spreekt over de hele schepping die zucht in ellende wegens de ongerechtigheden van de mens.

V. Moeten alle mensen lijden onder dergelijke rampen?

A. Nee. Ego's die geen karmische band hebben met een deel van de wereld waar een ramp op komst is, worden op twee manieren buiten schot gehouden:
(a) door een afkeer die inwerkt op hun innerlijke aard en hen ertoe aanzet om elders heen te gaan, of (b) door te worden gewaarschuwd door degenen die over de vooruitgang van de wereld waken.

V. Hoe kunnen de handelingen van mensen natuurrampen veroorzaken? (p. 110)

A. Door hun opeenstapelend effect op de psychische aard van elementale wezens. Karma is de sleutel tot alle omstandigheden, want het beïnvloedt zowel het kleinste atoom als het hoogste spirituele wezen. De elementalen van het mineralenrijk en van de rijken daaronder (de elementalen zelf) zijn psychische embryo's. Iedere gedachte van de mens gaat bij zijn evolutie over naar de innerlijke wereld en wordt een actieve entiteit door zich te verenigen met een elementaal– dat wil zeggen, met een van de halfbewuste krachten van de rijken.

Het blijft bestaan als een actieve intelligentie – een schepsel dat door het denken is verwekt. Zo wordt een goede gedachte voortgezet als een actieve, weldoende kracht; een slechte gedachte als een kwaadaardige demon. Het automatisch werkende brein slaat alleen grove energieën op en brengt verbanden voort die geen vruchten afwerpen, wat uiteindelijk leidt tot verstoringen in de natuur. Het is analoog aan combinaties van chemicaliën die door wetenschappelijke denkers worden geproduceerd – tegenstrijdige elementen die in bedwang worden gehouden, maar waarvoor uiteindelijk een vonkje voldoende is om ze vrij te laten komen en verschrikkelijke explosies te veroorzaken.

V. En op dezelfde manier kunnen de handelingen of karma van de mens gunstige effecten teweegbrengen in de lagere rijken van de natuur?

A. De mens is de werkelijke drijvende kracht en sturende macht in dit universum, want hij staat aan het hoofd, is zelfbewust en heeft het vermogen om kwaliteiten te verwerven, de aard van alle wezens te begrijpen en de lagere naturen te manipuleren. Het is aan hem om die naturen zo te gebruiken dat dit de beste resultaten oplevert voor alle wezens die betrokken zijn bij de evolutiestroom die deze aarde en dit zonnestelsel samenstellen.
De mens heeft vele combinaties en transformaties teweeggebracht in de lagere rijken, die voor hen op eigen kracht niet mogelijk waren, en die weldadig zijn.

V. Dan is de mens een schepper in een veel bredere zin dan we gewend zijn te denken?

A. Ongetwijfeld. De impuls tot handelen in de lagere rijken komt oorspronkelijk van hem. Het bewuste handelen van de lagere rijken komt allemaal voort uit de mens. Na de actie volgt altijd de reactie. De elementen, ‘lucht, water, vuur en aarde’, of elk deel of combinatie daarvan, reageren allemaal op ons. Wij ervaren die reacties van de elementen vanwege onze houding ten opzichte van hen en ons gebruik ervan, want wij zijn degenen die hen tot actie aanzetten, hetzij op een weldadige, hetzij op een kwaadaardige manier. Tornado's, aardbevingen, allerlei soorten leed zoals oorlogen of strijd, hetzij in de elementen, hetzij tussen mensen, worden allemaal door de mens veroorzaakt.

V. U sprak over het ‘automatisch werkende brein’; is er nog een andere manier waarop ons brein kan werken?

A. Zeker. In het ene geval is er alleen maar brute kracht opgeslagen en uitgestoten zonder enige omzetting van die grove energie in hogere vormen van dynamiek. In het andere geval, het intellect van het echt wetenschappelijk ingestelde brein, is er de evolutie van een gesublimeerde vorm van spirituele energie die, kosmisch gezien, onbegrensde resultaten ten goede oplevert. Het menselijk brein kan worden gebruikt als een onuitputtelijke generator van hogere energievormen vanuit lagere. De adept creëert niets nieuws; hij transformeert slechts de materialen uit de natuur. De ene verspilt en onteert de scheppende kracht; de ander behoudt en verheft de aard van alles.

V. Er lijkt geen grens te bestaan aan iemands verantwoordelijkheid?

A. Die is er ook niet. Wat of wanneer iemand ook denkt of doet, hij kan dat niet doen zonder andere wezens te beïnvloeden, of het nu mensen zijn of wezens onder of boven ons, want elke handeling wordt in zekere mate gevoeld door het hele universum heen. Hij krijgt de reactie in zijn eigen morele aard vanuit de lijnen van zijn mentale handeling; en tegelijkertijd zal hij fysiek langs dezelfde lijnen handelen, waardoor hij anderen ten goede of ten kwade beïnvloedt, zowel op de innerlijke als op de uiterlijke gebieden van actie; en dan krijgt hij de fysieke reactie.

V. Dan is er nooit enige onrechtvaardigheid?

A. Er bestaat geen onrechtvaardigheid. Wat wij als onrechtvaardigheid beschouwen, lijkt zo
omdat wij de oorzaken niet zien die de huidige kwalijke gevolgen hebben veroorzaakt.
Als wij geen kennis hebben van onze eigen ware aard en van de wet van karma die daarin besloten ligt, dan kunnen we alleen maar het gevoel hebben dat we onrechtvaardig zijn behandeld, en koesteren we haat en wrok. Wat ons belet deze dingen te begrijpen is vooral dat wij niet weten waarom we hier zijn. We bekijken de dingen vanuit het perspectief van één leven, en omdat we ons in dit leven bevinden, stellen we ons voor dat het iets is waar we niets mee te maken hebben. Als we anderen zien die volgens ons meer geluk hebben dan wijzelf, willen we weten waarom en omdat er op basis van onze aannames geen antwoord mogelijk is, gaan we ervan uit dat we onrechtvaardig worden behandeld. Als karma de leer van verantwoordelijkheid is, dan is reïncarnatie de leer van hoop. De twee gaan samen. De reden dat we op aarde zijn, volgens de occulte leer: we zijn hier niet vanwege onze deugden, we zijn hier vanwege onze gebreken. De ‘persoonlijkheid’ is in feite het afwerken van gebreken. Als we niet leren wat het doel van het leven is en het werk niet doen, creëren we alleen maar meer gebreken om bij te stellen en meer problemen voor onszelf.

V. Wie mag oordelen over iemands motieven in wat hij voelt en doet?

A. De persoon zelf. Maar hij moet zichzelf vergeten als hij werkelijk wil oordelen. Geen enkele rechter kan onpartijdig zijn als hij een zeker eigenbelang heeft bij zijn eigen beslissingen. Dus als we enig eigenbelang hebben bij onze beslissingen, kunnen we onze motieven niet beoordelen; we kunnen ze alleen goed beoordelen als we niets voor onszelf beogen. De beste leidraad en de grootste bescherming die een mens kan hebben, is een vastberaden verlangen om de mensheid te dienen en niets voor zichzelf te beogen.

V. Door degenen te straffen die straf verdienen, helpen we dan karma niet, en worden we dan niet een instrument van gerechtigheid?

A. Nee. De Bijbel bevat veel occulte uitspraken. U kent vast wel degene die zegt: De wraak is aan mij; Ik zal vergelden, zegt de Heer (Wet). De Wet regelt het zijne. We hoeven onszelf niet tot instrumenten van wraak te maken. In onze moderne beschaving hebben we onze middelen om wraak te nemen, maar in feite zijn onze middelen onjuist, onvolmaakt en schadelijk. Het nemen van het leven van een medemens omdat hij een ander heeft gedood, is niet meer gerechtvaardigd wanneer het door een aantal mensen wordt gedaan, dan de oorspronkelijke moord. Dat is verkeerd, maar de moordenaar opsluiten zodat hij anderen geen kwaad meer kan doen, is een heel ander verhaal.

V. Brengen we anderen schade toe met onze haat?

A. Niemand kan haat voelen zonder anderen schade toe te brengen.

V. Maar als onze eigen gedachten zodanig zijn dat er geen haat in ons is, zouden we dan niet beïnvloed worden door de haat van een ander?

A. Dat is het hele verhaal. Als iemand zonder haat of wraakgevoelens tegenover zijn medemensen denkt en voelt, kan niets van die aard hem raken.
V. Als iemand die door de daad van een ander wordt geraakt geen verlangen heeft om die ander te kwetsen, verzacht dat dan de daad van die ander?

A. Natuurlijk doet het dat. Maar er zijn twee mogelijkheden. Degene die gekwetst is, oogst wat hij heeft gezaaid, anders zou hij niet gekwetst kunnen zijn. Maar hij kan, door zijn verandering van aard en houding en zijn verlangen om anderen niet langer te kwetsen, weigeren om kwaad terug te doen. Maar degene die het letsel toebrengt of er nog steeds aan vasthoudt, krijgt alle reacties die uit die houding voortvloeien. Hij is niet veranderd; hij heeft nog steeds dezelfde aard; hij heeft nog steeds hetzelfde verlangen. Vaak is iemand die een ander letsel toebrengt en daar geen vergelding voor krijgt, nog meer verontwaardigd dan ooit. Je kunt iemand zich niet anders laten voelen, tenzij hij dat zelf wil. Dus hoewel we misschien vriendelijk over een ander mogen denken, kunnen we zijn gevoelens niet veranderen. Alleen hijzelf kan dat doen. Dus misschien helpen we hem en misschien ook niet, maar in ieder geval profiteren we van het effect van ons eigen welwillende houding. Als we geen gunstige invloed op de ander hebben, is dat omdat hij zo is geïnfecteerd (niet aangedaan) dat we hem niet kunnen helpen. Het hangt allemaal af van de aard van de ontvanger, van de ‘aard van het beestje’; Neem bijvoorbeeld een ratelslang. Geen enkel mens hoe vriendelijke hij ook is kan de aard van die slang veranderen.

V. Maar als het ons karma is om slechte en wraakzuchtige gevoelens en gedachten te hebben, dan kunnen we het toch niet helpen dat we ons op die manier gedragen?

A. Ja, dat kunnen we wel. Karma is zowel huidige handeling als het huidige effect van vroegere handelingen. Hoewel we misschien niet altijd invloed kunnen uitoefenen op de houding van een ander, kunnen we, zoals zojuist gezegd, altijd invloed uitoefenen op onze eigen houding. Als we dat niet konden, zouden we slechts machines zijn, slechts schepsels van ons verleden, geen scheppers in het heden. Dat zouden we moeten weten, want iedereen weet wel beter dan iemand schade toe te brengen. Hij herkent wat schadelijk is voor een ander, maar als hij zo egoïstisch is dat het hem niets kan schelen, wordt hij een destructieve kracht, geen creatieve, en moet hij de reactie ondergaan. ‘Het kwaad moet in de wereld zijn, maar wee degene door wie het kwaad komt.’ Wee degenen die zichzelf tot instrument maken waardoor het kwade karma werkt omdat het in dat geval hun eigen aard is waarmee een rol wordt gespeeld.

V. Wat betekent het om karma-loos te zijn?

A. Alles wat karma-loos is, is datgene in ons wat leeft en denkt, de waarnemer, de werkelijke mens. Hij schept en ervaart alle karma. Er is geen karma tenzij hij het maakt. Hij wordt niet veranderd door karma, noch groter noch kleiner gemaakt; maar terwijl hij gehecht is aan handelen (karma) of aan een lichaam en omstandigheden die door hem zijn gecreëerd, ervaart hij alles wat voortvloeit uit de handelingen waaraan hij gehecht is, totdat hij ophoudt met de gehechtheid aan dat soort handelingen. Hij krijgt alle ervaringen die zijn handelingen in dat lichaam hem brengen.

V. De OCEAAN zegt dat bepaalde entiteiten door slechtheid worden vernietigd. Verwijst dat naar het Ego?

A. Hoe zou dat kunnen, als het Ego, de werkelijke mens, niet blijvend door handelingen wordt beïnvloed? Laten we het eens op deze manier bekijken: een Ego, of spiritueel wezen, is gedurende vele incarnaties zo door en door slecht geweest in zijn handelingen dat er geen enkele vriendelijke gedachte of gevoel meer in hem aanwezig is; niets dan wrede en egoïstische gedachten, die alleen maar pijn en lijden in de wereld veroorzaken. Zijn werken worden vernietigd: de persoonlijkheid die door dat soort gedachten en gevoelens is opgebouwd. Niets van die persoonlijkheid kan worden gehecht aan of geassimileerd door het spirituele wezen.

Omdat zijn houding volledig tegen de rest was gericht, moet de beweging van het geheel uiteindelijk dat soort werken (karma) uit het bestaan elimineren. Dat vernietigt niet het Ego, maar het vernietigt zijn werken, zijn opeenstapeling van ervaringen. Het verwijdert hem uit zijn plaats, en hij moet opnieuw beginnen vanaf waar hij was voordat zijn slechte daden begonnen, want dat is waar hij thuishoort. Het Ego kan niet worden vernietigd, maar zijn incarnaties kunnen van dien aard zijn dat zij verloren gaan en hij uit een bepaalde stroom wordt geworpen en terug moet keren naar de plaats waar hij de route heeft verlaten om opnieuw te beginnen. Maar de werkelijke mens blijft bestaan, evenals zijn echte werken, dat wil zeggen de verworven wijsheid en de opgedane ervaring. Hij kan veel bladzijden uit het Boek des Levens verliezen, maar Hij blijft bestaan.

V. Maar er moet toch karma zijn om dat Ego weer terug te brengen?

A. Het is zijn karma om te moeten terugkeren naar de mentale neerslag die gedurende lange voormalige incarnaties is opgeslagen, of dat nu op deze wereld is of op een andere, en moet opnieuw beginnen op basis van die mentale neerslag. Hij heeft enorm veel tijd en moeite verloren en een enorme hoeveelheid vruchteloos lijden ervaren – vruchteloos zonder iets goeds, dat wil zeggen, met als enig effect dat al zijn werken teniet zijn gedaan. En hij moet de neigingen die hij heeft ontwikkeld overwinnen wanneer hij weer incarneert – de neiging om te herhalen.
V. Dit lijkt me nogal verwarrend.
A. Er zou geen verwarring moeten zijn als je het idee van de individualiteit in gedachten houdt – het permanente spirituele wezen, het reïncarnerende Ego, dat de drie-eenheid van Atma-Buddhi-Manas is. Het lagere manas – de
persoonlijkheid – is de visie op het fysieke bestaan die het hogere manas heeft, als gevolg van zijn gedachten en handelingen op het fysieke gebied van het leven. Hij kan die visie veranderen, of hij kan die verliezen en een nieuwe reeks inspanningen beginnen; of in sommige gevallen kan hij voor die incarnatie of voor een lange periode worden verwijderd en in een nieuwe periode moeten incarneren, onder omstandigheden van onwetendheid in plaats van kennis. Ook dat is zijn karma; de slechte resultaten die voortkomen uit zijn eigen vroegere handelingen. De enige basis die hij zou hebben, zouden de neigingen zijn die hij had ontwikkeld; en deze zou hij moeten overwinnen.

V. Kan dit lot niet worden vermeden?

A. Alleen door een verandering van basis, door een betere aanpak. Elke poging om de resultaten van onze eigen handelingen te ‘vermijden’ leidt alleen maar tot een sterkere reactie; omdat we door te proberen te vermijden, alleen maar die kracht opslaan of tegenhouden die zich op een geschikt moment van nature zou hebben uitgeput.

V. Wat is nu de werkelijke oorzaak van karma?

A. Karma is in de eerste plaats, uiteindelijk en altijd handeling; en we kunnen karma niet begrijpen totdat we het idee vatten dat het hele universum intelligentie is, die zichzelf uitdrukt in talloze vormen en op vele manieren. Het is de handeling van intelligentie die alle gevolgen voortbrengt die op dit bestaansgebied waarneembaar zijn.

V. Hoe is die uitspraak van toepassing op het individu?

A. Individueel gezien is iedereen karma, want hij is zowel degene die handelt als degene die de resultaten ontvangt die voortvloeien uit zijn handelen. Karma is nooit een externe kracht, noch een bepaald wezen of wezens; het zijn de collectieve acties van wezens waarmee we onszelf in een bepaalde relatie hebben geplaatst, maar die relatie is van onze kant gezien volledig individueel. We zetten bepaalde oorzaken in gang en zijn gedwongen om de resultaten te ervaren die uit die oorzaken voortvloeien, want elke beweging in het universum beïnvloedt andere wezens in alle richtingen, en er is altijd een reactie op het punt van verstoring. Wij moeten noodzakelijkerwijs de bijsteller zijn.

V. Dus karma is de kracht die het handelen van het individu beïnvloedt?

A. We maken een fout als we denken dat ‘krachten’ iets uit zichzelf doen.
Krachten zijn altijd werkzaam, maar geen enkele kracht kan ons op het rechte pad brengen als we verkeerd handelen. Intelligentie, die in de juiste of verkeerde richting wordt gestuurd, is de echte actor en wijzelf zijn die intelligentie.
Als onze intelligentie niet op de juiste manier wordt gebruikt, kan geen enkele andere intelligentie ons helpen. Als er weldadige en sterke krachtige zijn, kunnen we alleen met hen samenwerken en hen benutten door onszelf op te werken tot hun niveau van functioneren. Hetzelfde geldt voor kwaadaardige en destructieve krachten: de enige manier waarop we in de invloedssfeer van hun macht kunnen komen, is door zelf kwaadaardig en destructief te zijn.

V. De Lipika worden in de Geheime Leer genoemd als Heren van karma, als optekenaars van karma. Het lijkt alsof ze wezens van buitenaf zijn.

A. Nee, de Lipika zijn geen persoonlijke wezens, hoewel dat idee in omloop is gebracht door veel ‘theosofische’ studenten die de uitspraken in de Geheime Leer volledig verkeerd hebben begrepen. Dat zulke wezens karma praktisch ‘manipuleren’ is vreemd aan de hele leer.
Er zijn als samenstellende delen van ieder mens, principes, die zijn ontleend aan de zeven grote hiërarchieën van het zijn. Actie, wanneer ook ondernomen, wordt ondernomen met, via en gevoeld door een, meer of al deze principes, en het algemene en individuele effect dat wordt voortgebracht wordt geregistreerd – al het goede en al het slechte – door die hiërarchieën waartoe de principes behoren. De handeling vindt zijn eigen plaats en reactiefocus. Elke hiërarchie heeft zijn eigen individualiteit als massa; individualiteit is niet kenmerkend voor de eenheden.

Daarom kunnen de Lipika worden beschouwd als de registratiepunten van de algemene en individuele gevolgen van karma; hoewel deze uitspraak als verklaring geometrie vereist, wat een uitdrukking is in de vorm van de reactie van alle krachten in de natuur.

V. Hoe kunnen we dan karma-loos worden?

A. We kunnen nooit karma-loos worden, in de zin van vrij zijn van karma, want karma werkt op elk wezen, van het kleinste atoom tot het hoogste wezen in het universum. Maar wanneer we ophouden te handelen op een manier die persoonlijk voordeel oplevert, wanneer de reden altijd universeel is in zijn werking, dan zijn de gevolgen in overeenstemming met de wet. We zijn karma-loos niet omdat we de wet toepassen; we zijn slechts instrumenten en brandpunten ervan.

V. Kan een individu zichzelf verwijderen uit het nationale karma van een egoïstische natie?

A. Een natie wordt egoïstisch gemaakt door de individuen die er deel van uitmaken, en egoïsme zal oorlog veroorzaken tussen individuen, bevolkingsgroepen of massa's mensen, aangezien oorlog begint in de mens zelf, niet buiten hem. Maar als een individu niet instemt met de egoïstische ideeën die zijn natie beheersen, noch met de methoden die in overeenstemming daarmee worden gevolgd, en als hij er waar hij maar kan tegen protesteert, dan is hij er niet mee verbonden. Hij bevindt zich te midden van alles onder karma, en welk karma hem ook toekomt in de eerste plaats, vanwege zijn verbondenheid, zal hij ontvangen, maar hij heeft de verbinding met het nationale idee verbroken voor zover het toekomstig karma betreft.

V. Helpen alle arbeiders in het socialisme, in vakbonden en in soortgelijke organisaties niet mee om het nationale karma te verzachten?

A. Ongetwijfeld zijn ze allemaal oprecht in hun toewijding en zelfopoffering daarvoor, maar welke blijvende verbetering kan er komen als ze op een verkeerde manier aan verkeerde dingen werken? Hun motief heeft uitsluitend betrekking op het fysieke bestaan, welvaart, gemak en comfort. Geen enkele poging in die richting kan ooit blijvend voordeel opleveren, zoals blijkt uit verschillende zogenaamde hervormingen die zijn gekomen en gegaan – en de hervormers met hen. Waar zijn hun offers? We komen allemaal voort uit dezelfde bron en reizen allemaal naar hetzelfde doel; maar we zullen geen juiste methoden en juiste relaties krijgen totdat we onze eigen aard begrijpen en daarnaar handelen. Dat is de enige manier waarop we nationaal of individueel karma kunnen verzachten.

 

V. Maar als iedereen onderwijs had genoten, zou hij deze zaken dan kunnen begrijpen?

A. Iemands opleiding maakt geen wezenlijk verschil. Iedereen kan rechtvaardigheid begrijpen. Hij kan begrijpen dat verdienste het enige is dat verdienste kan opleveren, en hij kan voldoende begrijpen om zijn plicht jegens zijn familie en alle anderen te vervullen. Over het algemeen denken mensen dat de wereld hen een bestaan, kansen en onderwijs is verschuldigd. Het enige wat we moeten beseffen is dat wij de wereld onze dienstbaarheid verschuldigd zijn. De situatie van ieder mens hangt af van wat zijn aard werkelijk is. Als een mens goed en rechtvaardig en nobel van geest is, heeft hij geen betere omstandigheden nodig om dat tot uiting te brengen. Het enkele feit dat iemand onder gunstige onderwijsomstandigheden opgroeit, betekent niet dat hij kennis heeft van of inzicht in de oorzaken van onderdrukking. Bovendien zal het niemand met de aanleg om te leren niet lukken een manier te vinden om te leren, ongeacht de omstandigheden.

V. Wat weerhoudt mensen er dan van om goed en kwaad, en deze gerechtigheid die we karma noemen, te begrijpen?

A. Ze nemen een onverantwoordelijke houding aan, uit wrok over vermeende onrechtvaardigheid; ze verwachten te oogsten waar ze niet hebben gezaaid; ze zijn op zoek naar iets voor zichzelf. Dus zijn ze bereid om te luisteren naar alle aangeboden wondermiddeltjes en gaan ze achter alles aan wat iets voor niets belooft. Ze kijken niet naar binnen; ze zijn niet nederig; ze vragen zich niet af wat het doel is van de innerlijke mens; hoe het komt dat ze zijn zoals ze zijn, en niet op een andere plek onder andere omstandigheden.

V. Bent u van mening dat alleen het begrip van deze ideeën over karma en reïncarnatie de natie kan redden van interne problemen?
A. Het is de enige uitweg. Totdat mensen begrijpen dat ze hier niet voor één keer zijn, dat ze alles wat ze ontvangen ook verdienen, zullen we net zoveel en nog ergere problemen hebben dan we al hebben gehad, want hoe langer het duurt, hoe intenser de reacties zullen zijn. Maar misschien zullen mensen alleen naar deze voor de hand liggende, vanzelfsprekende waarheden luisteren als er zo'n absolute ontwrichting en vernietiging heeft plaatsgevonden dat ze moeten stoppen en nadenken.

Hoe graag zouden de Meesters, als ze konden, de mensheid redden! Ze hebben alles gedaan wat ze kunnen. De Boodschap is hier, en het is onze enige hoop. Jezus zei: "O, Jeruzalem, hoe zou ik je onder mijn vleugels hebben willen verzamelen zoals een kip haar kuikens, maar jullie wilden niet." En Jeruzalem werd vernietigd. We hoeven niet te denken dat er voor ons niet hetzelfde gevaar bestaat. Er is niets in onze beschaving dat blijvend is – van spoorwegen, boeken, gebouwen – er zou na honderd jaar geen enkel restant overblijven. Dus als er diegenen zijn die ogen hebben om te zien, oren om te horen en die kunnen begrijpen, laat hen dan in en buiten het seizoen werken om deze ideeën aan hun medemensen voor te leggen, zodat de ideeën zich kunnen verspreiden en anderen aan het denken kunnen zetten.

V. Zou het begrip van een relatief klein aantal individuen dan zorgen voor de juiste omstandigheden?

A. Laat ze het maar uitproberen. De juiste omstandigheden kunnen alleen ontstaan wanneer individuen ‘het Pad volgen’. Wie gaat dat dan doen? Niemand houdt iemand tegen om een waar theosofisch leven te leiden. Maar wat eerst nodig is, is het begrip van het theosofische leven. Het kan overal worden geleefd, alleen of in groepsverband, want het is een leven van juiste ideeën. De enige manier om betere omstandigheden te creëren is door betere ideeën. Het verbeteren van omstandigheden zonder het verbeteren van ideeën plaatst mensen alleen maar in een positie die gunstiger is voor het handelen op basis van verkeerde ideeën en geeft hun de kans om hun egoïsme uit te buiten.

V. Zou niet alleen al het verlangen om de lijdende mensheid te helpen uiteindelijk een deur openen voor actie?

A. Als we echt de mensheid verlangen te helpen en onszelf vergeten, voor anderen werken zonder na te denken over succes of mislukking of beloning, zullen de deuren voor ons opengaan zodra we er klaar voor zijn. Dat is de Wet.
V. Als iemand het welzijn van het geheel nastreeft, profiteert hij dan zelf ook van dat streven?

A. We moeten niet vergeten dat een verlangen geen voorwaarde is. Een louter verlangen brengt ons niet ver, tenzij we de voorwaarden scheppen die ervoor zorgen dat het verlangen krachtig of actief wordt. Als we verlangen het welzijn van de mensheid te bevorderen, is de vraag: wat doen we om dat welzijn te bewerkstelligen? Wat we moeten doen is ophouden met aan onszelf te denken, ophouden met voor onszelf te calculeren, ophouden met na te denken over hoe wij eruit zullen komen. Want dit ‘wij’ is persoonlijkheid, die altijd verandert, van jaar tot jaar, van maand tot maand, van dag tot dag.

V. Wanneer ons karma ons niet toestaat actief deel te nemen aan het verlichten van de stress van de wereldsituatie, wat moet dan onze houding ten opzichte daarvan zijn?

A. We moeten een opgewekte, kalme en zelfverzekerde houding aannemen, in het besef dat de molens van de goden langzaam malen, maar dat ze buitengewoon fijn malen; dat karma aanpassingen teweegbrengt die op zijn minst tot een bepaald besef van universele broederschap moeten leiden, wat onder andere omstandigheden niet mogelijk is. Maar als we moedeloos blijven zitten en zeggen dat er niets aan te doen is en dat het geen zin heeft om iets te doen, omdat mensen egoïstisch zijn en nooit zullen inzien, dan kan er niets worden gedaan. We moeten altijd vol vertrouwen zijn in de grootst mogelijke vastberadenheid om de juiste houding aan te nemen op basis van het gedachtegoed dat theosofie ons voorhoudt, en altijd werken voor het goede, voor principes, voor de vrijheid van de ziel.

V. Toch levert werken op die basis geen goed karma op, zoals kan worden afgeleid uit het karma van Jezus aan het kruis.

A. De vraag is niet of we werken voor goed karma of slecht karma, maar of we proberen het juiste te doen. In het geval van een wezen als Jezus is het soms noodzakelijk om een lichaam van het ras aan te nemen, zodat Hij met de mensen kan communiceren, hen kan onderwijzen en hen kan helpen, zoals alleen mogelijk is door middel van een lichaam dat vergelijkbaar is met dat van hen. Hij neemt noodzakelijkerwijs het lichaam van een familie aan en vervult fysiek gezien zijn karma als lid van die familie. Hij verzacht het karma van de familie of het ras, louter door hun lichamelijk karma te ervaren, en door de gebreken van de familie te corrigeren, verheft hij dat familiekarma enorm. 

V. Heeft hij dat karma toen en daar beëindigd?
A. Wat dat lichaam betreft, wel. Maar zelfs het hoogste wezen dat een fysiek lichaam binnengaat om een boodschap over te brengen, komt door zijn houding en zijn handelen en door de boodschap die hij brengt, in conflict met de gevestigde orde der dingen en oogst beledigingen, laster, smaad en wreedheden van al diegenen die zich tegen hem verzetten. Verdient hij dit? Nee, het is niet zijn karma, maar het karma van degenen die hem vervolgen, belasteren en mishandelen.
V. Zou een theosoof bang zijn om kwaad te doen vanwege het slechte karma dat hem te wachten staat?

A. Hij zou bang zijn om kwaad te doen, niet vanwege het slechte karma dat hem zou overkomen, maar omdat hij wel beter weet dan kwaad te doen. Hij weet alleen goed te doen, en als hij kwaad doet, moet hij zeker bang zijn, want de gevolgen staan vast, en het feit is dat het kwaad niet alleen ten koste van hemzelf gaat, persoonlijk gezien, maar zich ook zal voortzetten op andere nietsvermoedende personen die daartoe geneigd zijn. Was het niet Jezus die zei: “Zoals gij anderen meet, zo zal u gemeten worden, dus zal aan u weer toegemeten worden, opgestapeld, samengedrukt en overgeheveld?”
Als we theosofen zijn, dan weten we hoe we de kosten moeten berekenen en zijn we in staat om van tevoren de samengestelde rente te becijferen die gepaard gaat met slechte daden. Aan de andere kant moeten we ook geen bescherming voor onszelf zoeken tegen kwaad doen, maar zo denken en handelen dat er geen bescherming nodig is; niets dan het goede kan ons raken als wij goed denken, goed handelen en goed voelen. Het kwade komt alleen tot ons door ons kwaad en egoïstisch denken.

V. Wordt de spirituele aard van de mens nooit beïnvloed door karma?

A. Nee, de onveranderlijke Geest in de mens wordt niet beïnvloed in zijn aard, of veranderd door wat hij ook mag ervaren, maar hij vergroot zijn kracht en kennis door verschillende fasen van evolutie en vooruitgang. Laten we niet de fout maken om naar een eindpunt te zoeken, maar eerder te kijken vanuit het oogpunt van voortdurende vooruitgang. Een staat van perfectie als einddoel zou stagnatie betekenen. In een oneindig universum zijn er oneindige mogelijkheden, en welke hoogten van kennis of vermogen ook bereikt mogen worden, er moeten altijd gebieden zijn die daar voorbij liggen.

V. Is het de neiging van karma om altijd het evenwicht te herstellen, zodat aan het einde van een mahamanvantara al het karma tussen wezens zou worden gecorrigeerd, of het evenwicht volledig zou worden hersteld?

A. Er is niet zozeer sprake van een volledige aanpassing, in de zin dat alle wezens individueel worden herschikt, als wel van een stopzetting van de interactie van de hele massa. Net zoals wanneer onze fysieke activiteit ophoudt door de dood van het lichaam, karma nog niet is herschikt, maar weer wacht op onze terugkeer in een lichaam waar we ermee kunnen verdergaan. Er moeten altijd nog niet-aangepaste gevolgen zijn voor elke evolutie. De mate van vooruitgang van elk wezen is in overeenstemming met de vooruitgang van de hele massa tijdens de manvantara; dus wordt zijn vooruitgang gedeeld of bepaald door het universele karma waarvan hij deel uitmaakt. Aan het einde van een manvantara kan er dus worden gesproken van een periode van assimilatie, in plaats van een periode van volledige aanpassing, die echter de hele massa van betrokken wezens in staat stelt een ander uitgangspunt te nemen.

V. Dan wordt karma gewoon tijdelijk opgeschort?

A. Ja, want tijd speelt geen rol in de aanpassing van karma. Het is een kwestie van omstandigheden.

V. Maar is het niet mogelijk om de reactietijd te bepalen op basis van een eerder in gang gezette oorzaak?

A. Puur fysieke reacties kunnen natuurlijk op die manier worden gecontroleerd, maar als het gaat om mentale reacties, wordt de reactietijd beïnvloed door de omstandigheden waarin we ons bevinden of waarin we onszelf plaatsen. Wij creëren de gunstige omstandigheden voor reactie. Karma kan bestaan, in die zin dat de oorzaak in gang is gezet en het effect door anderen wordt gevoeld, maar we bevinden ons misschien nog niet in de omstandigheden waarin we de aanpassing kunnen maken, omdat ander karma zo sterk werkt dat het deze specifieke reactie tegenhoudt.

A. Puur fysieke reacties kunnen natuurlijk op die manier worden gecontroleerd, maar als het gaat om mentale reacties, wordt de reactietijd beïnvloed door de omstandigheden waarin we ons bevinden of waarin we onszelf plaatsen. Wij creëren de gunstige omstandigheden voor reactie. Karma kan bestaan, in die zin dat de oorzaak in gang is gezet en het effect door anderen wordt gevoeld, maar we bevinden ons misschien nog niet in de omstandigheden waarin we de aanpassing kunnen maken, omdat ander karma zo sterk werkt dat het deze specifieke reactie tegenhoudt.

Er wordt gezegd dat wie karma begrijpt, de tijdslimieten begrijpt, en wie de tijdslimieten begrijpt, karma begrijpt, maar dat begrip zal ons pas ten deel vallen als we de werking van oorzaken begrijpen, en het is ook niet noodzakelijk. Als we nu precies zouden weten wanneer de terugslag van een handeling zou komen, zouden we waarschijnlijk al onze tijd besteden aan het bedenken wat we zouden kunnen doen om die te ontwijken, te verbeteren of precies de juiste omstandigheden te creëren om die te ontvangen. Wat we moeten doen, is alles precies zo te nemen zoals het komt. We moeten niet uitgaan van het standpunt dat we geld moeten sparen voor slechte tijden, want dat is slechts een manier om onszelf gerust te stellen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed. Zorg voor vandaag. Maak je geen zorgen over het volgende uur. Zorg voor dit uur. Zorg voor elk moment, elk uur, zoals het komt, nergens bang voor, nergens aan twijfelen, in volledig vertrouwen, leunend op de wet van onze eigen aard. Als we onze verantwoordelijkheid voelen en ons zo goed mogelijk inzetten voor het welzijn van iedereen, zonder na te denken over wat het effect op onszelf zal zijn, dan zullen we karma op de best mogelijke manier aanpassen en uitwerken.

V. Kan zeer goed karma de gevolgen van kwaad niet snel overwinnen?

A. Nee, dat kan het niet; de gevolgen van beide moeten hun beloop hebben, hoewel twee soorten karma, die even sterk maar tegengesteld van aard zijn, elkaar voorlopig zouden kunnen neutraliseren en de werking van een zwakkere soort karma mogelijk maken. Maar als we het hebben over de gevolgen die via een lichaam worden gevoeld, is het goed te weten dat deze slechts een klein deel van het karma uitmaken. Wat het karma ook is, hoe slecht of schadelijk ook, hoe goed ook, als de houding van degene die het doormaakt juist is, komt het als een kans. De enige manier waarop we de gevolgen van slecht karma kunnen verminderen, is door er de juiste houding tegenover aan te nemen. Als er goede tijden komen, kunnen we goede oorzaken zaaien; als er slechte tijden komen, kunnen we nog steeds proberen goede oorzaken te zaaien en de kans aangrijpen om kracht, moed en begrip voor het leven te verwerven.

We lijken altijd te proberen slecht karma te vermijden en goed karma voor onszelf te krijgen, terwijl we juist gebruik zouden moeten maken van alles wat op ons pad komt. Op deze manier betalen we onze schulden aan een schuldeiser die we niet kunnen vermijden: onszelf. We doen geen moeite om iets te vermijden, maar gaan direct aan de slag met wat er voor ons ligt. Dan begint de ziel te handelen, begint de wil te handelen en wordt het vermogen van de wil vergroot. Er is geen wil die werkt met een grillige, twijfelende persoonlijkheid, bang voor dit en voor dat, angstig dat hij dit of dat niet zal kunnen verdragen. Alleen het gevoel van verantwoordelijkheid zal ons uit die persoonlijke overwegingen bevrijden.

V. Het allerbeste karma zou dan zijn om slecht karma weg te werken?

A. Wel, laten we zeggen dat niets goed en niets slecht is, maar dat alles een kans is – de allerbeste kans, omdat de ziel weet wat ze nodig heeft om haar vermogens te vergroten en haar energie te behouden. Soms herkennen we onze kansen niet, omdat ze zich elk moment voordoen. Elke gebeurtenis op zich is een kans – zelfs passerende mensen op straat en de gedachten en gevoelens die zij bij ons oproepen; wat we ook voelen ten opzichte van anderen, onze contacten met hen, onze band met hen, onze familierelaties, onze sociale, zakelijke en nationale relaties – dit zijn allemaal kansen die we op alle mogelijke manieren moeten benutten; elk daarvan vormt karma. Ons contact met de theosofie is een karmische kans.

V. Het lijkt mogelijk om karma over een langere periode te verdelen?

A. Nogmaals, dat hangt af van de houding die we aannemen. We zouden karma over een langere periode kunnen verdelen, of we zouden het kunnen versnellen omdat we zelfbewuste wezens zijn en dat feit betekent altijd dat we een keuzemogelijkheid hebben. Onze totaal andere houding ten opzichte van het leven als gevolg van onze theosofische studie heeft de neiging om karma te versnellen; of we kunnen zeggen dat we, naarmate we versnellen we karma tegenkomen.

V. Kan karma te sterk worden versneld?

A. Niemand van ons zal waarschijnlijk de aanleg of de moed hebben om zo ver te gaan dat we de last van karma niet meer zouden kunnen dragen. We zullen nooit een last krijgen die we niet kunnen dragen, ook al lijkt die misschien te zwaar. We moeten datgene in onszelf opruimen wat niet rechtvaardig is, wat niet eerlijk is en wat ons niet toestaat te handelen zoals we zouden moeten handelen. Hoe sneller we dat doen, hoe beter, maar we versnellen alleen zoveel als we aankunnen. We bespoedigen natuurlijk zowel het weldadige als het ongunstige karma, maar iemand die zijn karma uit het verleden niet vertrouwt, of het nu goed of slecht is, kan niet erg snel vooruitgang boeken.

V. Blijft ongebruikt karma inherent aanwezig in het wezen in de vorm van mentale neerslag?

A. Het wordt in zijn eigen onvergankelijke aard afgedrukt of ingebrand. Daarom zeggen we dat een mens zijn eigen omstandigheden meebrengt, wat die ook mogen zijn. Hoe zou hij uit zijn rust in devachan, of na een manvantara, tevoorschijn kunnen komen en weer verder kunnen gaan met zijn evolutie, als er niets was om mee verder te gaan? Karma is zowel oorzaak als gevolg, dat moeten we onthouden.

V. Begrijpt het Ego bij terugkeer naar het aardse leven volledig de rechtvaardigheid van reïncarnatie en onderneemt het vrijwillig de taak?

A. Zeker. Na het verlaten van devachan en vóór de wedergeboorte heeft het Ego door zijn eigen aard een mogelijkheid om precies waar te nemen wat de resultaten van de komende geboorte noodzakelijkerwijs moeten zijn. Dan stort hij zich erop om het uit te werken door middel van de omstandigheden waarin Karma hem heeft geplaatst; hij kan het niet uitwerken vanuit de Egoïsche toestand.
Het is slecht karma om onder de hoede te worden geplaatst van mensen van wie de ideeën volkomen onjuist zijn, maar als het onze bedoeling is geweest om het juiste te doen en we vasthouden aan die koers, dan zal er altijd iets in ons zijn dat ons ervan weerhoudt om iets als waarheid te accepteren dat niet vanzelfsprekend is.

V. Is het lot dan niet nauw verbonden met karma?

A. Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt; dat wil zeggen, als je je vinger in het vuur steekt, is het ‘lot’ dat je je vinger verbrandt. Het moment waarop het lot werd bepaald, was voordat je je vinger in het vuur stak. Het enige ‘lot’ is dat wat voortkomt uit onze eigen beslissingen.
V. Begint karma niet altijd op het mentale gebied, ongeacht waar de gevolgen worden gevoeld?
A. Karma begint en wordt gevoeld op het manasische gebied, zoals gemakkelijk te zien is als we bedenken dat wat er ook met iemand gebeurt, fysiek of op een andere manier, dat, tenzij hij erover nadenkt, het voor hem geen verschil maakt in termen van geluk of ongeluk, Als het al gevoeld wordt, dan begint en eindigt karma op het manasische niveau, en daarin ligt de reden om de juiste houding te blijven aannemen; om te zien dat karma ons brengt wat we nodig hebben om gebreken in onze aard te verhelpen en onze inspanningen te versterken. En het zijn de inspanningen die tellen. Succes of mislukking doet er niet toe, maar de inspanning blijft bij ons, als een deel van onszelf; de energie die in de inspanning is gestoken, verlaat ons nooit.
V. Verplaatsen we het karma niet van lagere naar hogere gebieden?
A. We verplaatsen het karma niet, maar we verplaatsen onze persoonlijke gedachten; dat wil zeggen, we krijgen karma op de plaats waar we ons bevinden. Het kan ons niet raken op de plaats waar we niet zijn. Wijzelf zijn de varianten, niet de dingen die gebeuren.
V. Is het niet de plicht van een mens om zich aan de wetten van zijn land te houden, of hij het daar nu mee eens is of niet? Is die plicht niet karma?

A. Geboren onder die wetten en daartoe gedwongen, aangezien ze zijn opgesteld volgens de ideeën van onze medemensen, hoeven we ons nergens zorgen over te maken, behalve het vervullen van onze plicht jegens onze medemensen. Waarom zouden we, ten opzichte van onze medemensen, aanspraak maken op een superioriteit die we niet hebben, aangezien we voor ons bestaan van hen afhankelijk zijn?

Ook al hebben zij besloten een bepaalde richting in te slaan die niet in overeenstemming is met ons denken, en kunnen we ons niet onderscheiden van de massa, toch kan ieder van ons te allen tijde een spiritueel wezen zijn. Een soldaat dient te doen wat zijn superieuren hem opdragen, maar dat kan niet verhinderen dat zijn gedachten, wil en gevoelens in de juiste richting werken, en dus heeft hij zijn kans – misschien wel een grotere kans in oorlogstijd dan hij in vredestijd zou hebben gehad, juist vanwege de moeilijkheden die hij moet overwinnen. Het maakt niet uit of we in oorlog of in vrede werken, want als we ze op de juiste manier bekijken, werken alle dingen ten goede en ten dienste van gerechtigheid voor degenen die de wet naleven.
De huidige oorlog heeft ons uit onze vastgeroeste denkpatronen gehaald. Als door de vernietiging van miljoenen mensen, andere miljoenen mensen worden aangezet tot een denken zoals ze nooit eerder hebben gedacht, als ze worden aangezet tot opoffering en het nut en voordeel van opoffering inzien, dan zal er veel voor de wereld worden gewonnen.

Als er ook een nieuwe basis wordt gelegd, dan zullen degenen die als plaatsvervangend zoenoffer voor ons zijn gestorven, terugkomen op een moment dat oneindig veel gunstiger is dan het ooit tevoren voor de mensheid is geweest. Daarbij is niets verloren; geen enkele inspanning is tevergeefs.

V. Wat is de betekenis van de ‘Beschermende Muur’ waarover in de ‘Stem van de Stilte’ wordt gesproken?

A. De Meesters zijn de grote Beschermende Muur. Hoewel deze grote wezens geen controle hebben over de keuzes van mensen, hebben Ze wel controle over de kleinere wezens en de kleinere krachten van de natuur, en kunnen Ze rampen tegenhouden die ons zouden verpletteren en die ongecontroleerd op ons afkomen vanuit de natuurrijken onder ons, zichtbaar en onzichtbaar, waar we in onze onwetendheid vele vijandige krachten hebben opgewekt. Hoewel de Meesters uit rationele en feitelijke overwegingen geen actieve rol spelen in de oorlog die nu gaande is, doen Ze dat wel voor zover Ze de klimatologische omstandigheden en andere materiële factoren kunnen beheersen die een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de goede kant.

Karma is de sleutel tot alle omstandigheden, want het beheerst zowel het kleinste atoom als het hoogste spirituele wezen; het beheerst mensen, dieren, werelden en evolutieperiodes, in hun individuele handelingen en in hun collectieve interacties. In de breedste zin van het woord is karma handelen; elk effect vloeit voort uit een bepaalde handeling, uit een bepaalde voorafgaande oorzaak en de reactie is slechts de voortzetting van die handeling. Karma is de basis van evolutie; de oceaan van het leven die zich na pralaya in zijn samenstellende druppels splitst, is actie, in voortzetting van vroegere handelingen die in die assimilatieperiode zijn binnengekomen en daaruit tevoorschijn komen als een oorzaak. 

Karma is het middel waardoor evolutie verdergaat. Het voordeel van het begrijpen van karma wordt echter niet zozeer ervaren door het volgen van het wereld-, ras- of nationale karma, als wel door de studie van onze eigen persoonlijke lijnen en levens, en de toepassing en betrekking daarop van universele wetten. Wij zijn karma; wij vertegenwoordigen karma; zoals wij denken, zijn wij de scheppers van karma. Er bestaat geen karma tenzij er een wezen is dat het creëert of de gevolgen ervan voelt, en aangezien elk wezen naarmate eigen niveau de kracht heeft om te handelen, om de gevolgen van handelen waar te nemen en te ontvangen, moet men zich realiseren dat karma geen wet is die door goden, duivels, mensen of wezens van welke aard dan ook aan de mens wordt opgelegd, maar inherent is aan alle wezens; daarom is het de wet van absolute rechtvaardigheid en is elke mens verantwoordelijk voor zijn eigen externe zaken, omstandigheden en situaties, voor zijn karakter, eigenschappen en neigingen, voor zijn mentale, morele, psychische en spirituele aard op elk bewustzijnsniveau.

Hij is eveneens verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn gedachten en handelingen voor zijn medemensen en voor de natuurrijken onder de mens; hij kan zichzelf niet redden ten koste van een ander wezen, noch kan hij waar geluk kennen zolang zijn medemensen lijden. Aangezien hij een zelfbewust wezen is met het vermogen om eigenschappen te verwerven en de lagere natuur te beheersen, is het aan hem om de aard van alle dingen te begrijpen, zodat hij ze op een weldadige manier kan gebruiken. Alleen wanneer het gevoel van verantwoordelijkheid, dat het begin is van onbaatzuchtigheid, mensen ertoe aanzet hun denken te zuiveren en hun gevoelens, gedachten en daden in overeenstemming te brengen met de ware grondgedachte van het leven, kan dit begrip worden verkregen.

De wetten en principes van het bestaan – de ware grondgedachte van het leven – worden door de theosofie uiteengezet; daarom is ieders contact daarmee zowel een kans als een verantwoordelijkheid, waartoe hij door karma is gebracht. Hij kan er het beste van maken, of hij kan het verwaarlozen en zo nalaten om voordeel te behalen of uit te breiden. Als hij nu weigert er gebruik van te maken, zal hij in een ander leven minder vastberaden zijn om het doel van zijn aard te verwezenlijken, dat op dit moment wordt gedwarsboomd als hij, onder welke omstandigheden of druk dan ook, datgene verwaarloost wat hem in de juiste richting lijkt te leiden. Maar er zijn altijd mensen die de theosofie in hun eigen leven zullen uitproberen, zullen leren wat het is en het werk tot het einde toe zullen voortzetten. Zij moeten te zijner tijd de leiders en pioniers van de mensheid worden, die moet leren, ook al kost dat eeuwen van lijden. Als het licht van de zuivere theosofie helder blijft branden, zal dat het reddende licht van de hele wereld zijn. Dat moet zo zijn. Maar de vraag is: wie zullen de lichtdragers zijn?