DIFFERENTIATIE VAN DE SOORTEN — ONTBREKENDE SCHAKELS
In het Westen bestaat er geen echte psychologie. In het Oosten bestaat deze wel. De mens is de spiegel van alle krachten. Zwaartekracht is slechts een halve wet. Het belang van polariteit en samenhang. Voorwerpen onzichtbaar maken. De verbeelding is almachtig. Mentale telegrafie. Gedachten lezen is een inbreuk. Voorwerpen overbrengen, helderziendheid, helderhorendheid en het zogeheten tweede gezicht. Beelden in het astrale Licht. Dromen en visioenen. Verschijningen. Echte helderziendheid. Innerlijke prikkel veroorzaakt uiterlijke indruk. Het astrale licht is het register van alles.
V. Wat is het doel van dit hoofdstuk in het boek?
A. Om theosofische studenten vertrouwd te maken met de uitleg en de werkelijke feiten achter algemeen bekende verschijnselen, en om te waarschuwen tegen het aanvaarden van verkeerde ideeën daarover. Elke student zal, hetzij in het leven waarin hij voor het eerst met de studie van deze ware filosofie begint, hetzij in een volgend leven, onvermijdelijk in contact komen met de bewoners van de verschillende innerlijke psychische toestanden, en als hij daar begrip voor heeft – kennis van de gevaren ervan – is hij in staat er ongeschonden doorheen te gaan. In ‘De Stem van de Stilte’ wordt het astrale gebied beschreven als de Hal der Lering, van zware beproevingen, waar onder elke bloem een opgerolde slang ligt.
Alle oprechte studenten die de gevaren van het astrale gebied kennen, zullen nooit trachten er binnen te dringen, door welke praktijk dan ook. Zij zullen van nature in contact komen met de gevaren die daar in verschillende vormen bestaan, maar zij zijn gewaarschuwd en worden ook beschermd door hun vastberaden verlangen om anderen goed te doen – om te leren, met het doel anderen te helpen. Kennis zal spontaan opwellen in de mens die op de juiste wijze te werk gaat vanuit een degelijke filosofische basis. Hij zal geen behoefte hebben om op welk gebied dan ook binnen te dringen. Evenmin zou een ware leraar hem ooit aansporen tot het verwerven van psychische vermogens.
V. Er wordt gezegd dat men tot aan de drempel van het goddelijke kan komen en dan weer terugvallen. Wat wordt daarmee bedoeld?
A. Iemand zou zich op een bepaalde plaats kunnen bevinden waar juist de kracht in hem schitterende resultaten zou teweegbrengen, waardoor hij overweldigd zou raken. Dan zou hij kunnen afglijden naar het uitoefenen van die kracht, simpelweg omdat hij die bezat, zelfs met het idee dat hij die nooit anders dan ten goede zou gebruiken. Maar zolang er een egoïstische gedachte of een egoïstisch gevoel is, zolang er een gevoel van wraak of zelfs alleen maar van irritatie in hem kan worden opgewekt, loopt hij gevaar, omdat dezelfde kracht die het goede bewerkstelligt, met gelijke kracht ook schade zal aanrichten.
V. Als de kansen op illusie in de astrale wereld oneindig veel groter zijn dan in het waakbewustzijn, hoe kunnen we ons dan tegen misleidingen beschermen?
A. Er is maar één veilige manier: door juist onderscheidingsvermogen, wat bovendien nooit kan worden bereikt door van onderaf naar boven te werken. We moeten handelen vanuit het hoogste spirituele deel van onze aard – van bovenaf naar beneden. De astrale vorm van de substantie moet worden geleid vanuit het hogere bestaansniveau. Dus, terwijl we weten dat er dit illusoire rijk van de natuur bestaat en waarom mensen krachten kunnen vertonen die daarmee verband houden, is wat we moeten doen ons steeds meer bewust te worden van de aard van de Ware Mens, en voortdurend vanuit die basis werken. Omdat de hoogste spirituele basis alles omvat, wordt naarmate men groeit in zijn spirituele waarnemingsvermogen het hele universum bekend; dat wil zeggen, men komt onmiddellijk in contact met alles en elk wezen dat waar dan ook bestaat.
V. Is het astrale gebied niet slechts een weerspiegeling van de aarde?
A. Het woord ‘astraal’ zal op een gegeven moment moeten worden losgelaten, omdat het te algemeen is. We kunnen zeggen dat het astrale licht die fase is van het gehele astrale gebied die in directe verbinding staat met onze aarde. Er zijn vele verschillende lagen van astrale substantie en die laag die de aarde omringt, is doordrongen van alle uitstralingen, zowel psychisch als fysiek, die vanuit de aarde ontspringen; die weerspiegelt en beïnvloedt ook alle mensen op aarde. Dit astrale licht komt overeen met de atmosfeer, waarvan wetenschappers zeggen dat deze zich tot veertig mijl rond de aarde uitstrekt.
V. Wat is het gevaar van psychische verschijnselen?
A. Het gevaar van onwetendheid. Zoals wij nu in elkaar zitten en met onze huidige opvattingen zouden we, als we zouden proberen te communiceren met wezens die we slechts gedeeltelijk kunnen zien en waarvan we de aard volstrekt niet kunnen doorgronden, ons openstellen voor hun invloed. Wij hebben ons eigen werk te doen op onze eigen plek; we hebben onze eigen invloedssfeer waarbinnen we beschermd zijn en waarin vreemde krachten niet kunnen binnendringen, tenzij we er zelf een opening voor maken. Want als we onze gedachten en gevoelens op hen richten, kunnen we de deuren openen voor sub-menselijke entiteiten, of voor verdorven entiteiten van het astrale gebied
V. Zou er hetzelfde bezwaar zijn tegen het aantrekken van elementalen?
A. Ja. Er wordt gesteld dat er vele vormen van elementaal leven bestaan, allemaal met hun eigen natuurlijke vermogens, eigenschappen, werkwijzen en wetten, maar er wordt verder geen uitleg gegeven over hun aard, omdat zodra de sleutel wordt gegeven, het louter aan hen denken, hen al tot iemand aantrekt. Wat zou het dan voor zin hebben om in deze richting te denken? Het is net alsof we materie in ons lichaam opnemen die op geen enkele manier te assimileren is; omdat het daar niet thuishoort is het beslist schadelijk. Een dergelijke manier van denken dient er alleen maar toe om dat soort handelingen in stand te houden en om dat soort wezens aan te trekken, die net zo min verantwoordelijk zijn als vuur of water verantwoordelijk is. Onze gedachten zouden niet gericht moeten zijn op uiterlijke zaken, behalve wanneer we die zaken gebruiken ten behoeve van het hoogste goed voor allen. Veel informatie in deze richting wordt achtergehouden, want als we die zouden hebben, zouden we die alleen op een schadelijke of vernietigende manier gebruiken.
V. Bestaan er geen buddhische en manasische elementalen?
A. Er zijn levens op elk gebied. Er zijn buddhische levens, manasische levens, lagere manasische levens, psychische en fysieke levens – die bestaan in wat bekend staat als de substantie of materie van die verschillende gebieden. Er bestaat geen materie op zichzelf, maar het is altijd de schepping van een of andere gedachte. Bij onze evolutie van vormen op welk gebied dan ook, maken we gebruik van de levensvormen van die gebieden en ontwikkelen we ze volgens onze denkrichting.
V. Als we ophouden aan de elementalen te denken, wat gebeurt er dan met hen?
A. Wanneer de kleuring of energie die wordt gebruikt om hen te beïnvloeden uitdooft en er geen verdere toevoer meer is, hernemen ze hun eigen natuurlijke, ongekleurde aard. De elementalen nemen elke vorm aan die de verbeelding van de mens voor hen creëert. Zoals een mens denkt, zo creëert hij de beelden waarin die levens kunnen functioneren en geeft hij ze richting. Afhankelijk van zijn denken zal hij vormen van schoonheid creëren, of vormen van een tegengestelde aard – constructieve of destructieve vormen. Wat is verbeelding anders dan gedachte die vorm tot stand brengt? En verbeelding is het ‘koninklijke vermogen’, zoals de heer Judge zegt want elke vorm van vooruitgang moet eerst in de verbeelding tot stand komen voordat deze op welke manier dan ook in praktijk kan worden gebracht. Verbeeldingskracht is het vermogen om te denken, in de praktijk toegepast.
V. Als ons denken de neiging heeft om elementale levens van energie te voorzien, zouden we dan niet de juiste elementalen verzwakken als we niet denken?
A. Maar we zijn voortdurend aan het denken. We kunnen niet ophouden met denken. We zijn voortdurend bezig levens te ontwikkelen – kleur te geven aan kleurloze levens. Als we er niet in slagen in de juiste richting te handelen, handelen we natuurlijk in de verkeerde richting. Als we bijvoorbeeld de tamasische eigenschap stimuleren, stimuleren we niet de sattvische eigenschap.
V. Zou de evolutie dan veel sneller verlopen als we allemaal vanuit dezelfde grondgedachte zouden werken?
A. Ja: de op afscheiding gebaseerde benadering staat haaks op de hele natuur. Het probleem is dat we, hoewel we goddelijk zijn, niet handelen vanuit de goddelijke natuur. We dienen te begrijpen wat we zijn en wat het doel van het leven werkelijk is. Dan zullen we een consensus bereiken in verbeelding, denken en wil. Twee of drie wilskrachten, die allemaal op dezelfde basis handelen, zijn samen veel sterker dan drie afzonderlijke wilskrachten; hoe meer ze op dezelfde basis handelen, hoe groter de kracht in het handelen – in een steeds toenemende verhouding.
V. Hoe valt het feit te verklaren dat elementalen en astrale gedaanten door sommigen wel en door anderen niet kunnen worden waargenomen?
A. Simpelweg doordat die vorm van waarneming bij sommige mensen is ontwikkeld en bij anderen niet. Maar dat betekent niet dat er sprake is van kennis; evenmin betekent het zelfs maar een normale ontwikkeling. In feite duidt het soms op een abnormale toestand waarbij de verschillende principes van de diverse lichamen los staan van elkaar, zoals het geval is bij mediums die aan epilepsie lijden. Wanneer de principes niet op elkaar zijn afgestemd, is er geen helder zicht op het astrale vlak; en wanneer er onwetendheid heerst over de oorzaken op het astrale gebied, zijn de conclusies die in woorden worden uitgedrukt over dit gebied doorgaans onjuist. Ware helderziendheid zou het vermogen zijn om in het akasische licht te zien. Al ons zien geschiedt door middel van gereflecteerd licht van boven naar beneden, via de verschillende lagere principes.
V. Kunnen we zeggen dat alle materie lichtgevend is, in de zin dat zij een of ander soort licht uitstraalt?
A. Elke soort materie bezit lichtglans, hoewel dit voor ons niet zichtbaar is.
V. Tot welke graad van intelligentie wordt radium beschouwd?
A. We zouden kunnen zeggen dat radium dichter bij de essentie van de geest van de elementalen staat dan sommige andere. Alle metalen bevatten iets van stralende essentie, maar de vorm van radium, die zeer zeldzaam is en moeilijk te verkrijgen, heeft wanneer het is geïsoleerd, het vermogen om uit zichzelf te stralen. Er is een onophoudelijke stroom vanuit de homogeniteit van de zon naar de homogene substantie van onze aarde, waarvan alle andere vormen van materie op onze aarde voortbrengsels zijn.
V. Behoren metaal-elementalen dan tot een andere klasse dan plantaardige of dierlijke substanties?
A. Ze staan in feite dichter bij het astrale rijk. Er zijn enkele vreemde verschijnselen waarneembaar wanneer men naar die vormen van materie kijkt. Een steen zal bijvoorbeeld niet branden, omdat er meer vuur in zit dan in hout.
V. Sommige wetenschappers beweren dat er elektriciteit in planten zit?
A. Precies dezelfde essentie is in elk rijk te vinden. Sommige vormen brengen die niet zo sterk tot uitdrukking als andere, maar alle vormen hebben dezelfde uiteindelijke essentie, oorsprong en bestemming. Juist door terug te keren naar deze wortel van elke vorm is de adept in staat de wetten van de evolutie ervan te begrijpen, evenals die van elke andere soort materie van een vergelijkbare graad of niveau.
V. Bevat de zon niet een groot deel van de levenskracht?
A. De zon is de levensgolf van ons systeem, maar bezit zelf alle principes die de mens ook heeft. We profiteren dus in meer of mindere mate van de zon, afhankelijk van hoe we erover denken. We kunnen in de zon zitten en er alleen warmte uit halen, maar we kunnen ook putten uit haar hogere principes; we kunnen alles opnemen wat erin zit. Alles hangt af van de manier waarop we denken. Het is de manier waarop we over iets denken die de krachten in beweging zet.
V. Sluit die uitspraak aan bij die van de heer Judge, die zei dat als hij vijfhonderd aan de theosofie toegewijde mannen en vrouwen had, hij de geschiedenis van de wereld zou veranderen?
A. Ja. Als er vijfhonderd eerlijke, oprechte, onbaatzuchtige aan de theosofie toegewijde mannen en vrouwen zouden zijn , dan zou er de kracht van eenheid zijn – een dynamische energie – die de wereld in beweging zou brengen. Misschien zouden we allemaal graag tot die vijfhonderd behoren, maar wat houdt ons tegen? Simpelweg de ideeën die we nu koesteren, waardoor onze energie grotendeels op een destructieve, in plaats van op een constructieve manier wordt besteed. Wanneer we gaan leven op een gezonde, constructieve basis met de hoogste idealen, zal die kracht aanwezig zijn, want er schuilt in de mens, wanneer hij is ontdaan van de invloed van egoïsme, een kracht die groter is dan de kracht van de zon zelf – de kracht van directe, zelfbewuste intelligentie in actie.
V. In het hoofdstuk staat: “… de adept die deze dynamiek beheerst, kan de atomen van een voorwerp uit elkaar drijven – altijd met uitzondering van het menselijk lichaam” Waarom niet het menselijk lichaam?
A. Omdat geen enkel menselijk of dierlijk lichaam op die manier kan worden opgesplitst zonder dat het leven van dat lichaam wordt vernietigd. Maar hoewel het lichaam niet kan worden opgesplitst, kan het wel zodanig worden veranderd dat het niet meer zichtbaar is, ook al is het nog aanwezig. Dit wordt bereikt door inzicht in de wetten van de akasa, aether, waardoor het zicht op een bepaald punt kan worden gestopt en niet verder kan gaan. Dat wil zeggen, er kan een punt worden aangegeven dat een baan beschrijft en daar wordt gestopt. Dan zou het lichaam binnen die barrière onzichtbaar zijn.
V. Ik leid uit de woorden van de heer Judge af dat cohesie een kracht op zichzelf is, en niet het gevolg van aantrekking of afstoting. Op welke wijze kan deze dan van deze twee krachten worden onderscheiden?
A. Cohesie is die kracht die door de wil wordt teweeggebracht en die de wil ook weer kan verstrooien; terwijl de aantrekking en afstoting van atomen van materie, indien niet verstoord door een hogere kracht, zichzelf zullen uitputten en de atomen in staat zullen stellen terug te keren naar hun oorspronkelijke vorm. Je kunt de deeltjes van wat dan ook uit elkaar halen; dat wil zeggen, je kunt vaste stoffen oplossen tot vloeistoffen, enzovoort; maar als je ze hun eigen gang laat gaan, zullen ze terugkeren naar hun oorspronkelijke vorm. Toch kan de wil van de mens elke vorm bijeenhouden of verstrooien, en de cohesie van bijvoorbeeld een zon is te danken aan de gecombineerde kracht van alle intelligenties die de zon vormen door in één richting te werken.
V. Hoe verhoudt de kracht van adhesie zich tot cohesie?
A. Er zijn verschillende soorten materie, afzonderlijke lichamen, zoals vaste stoffen en vloeistoffen, die aan elkaar kunnen worden gehecht, maar dit gebeurt door elektrische of magnetische aantrekkingskracht in die materie, die anders niet gemakkelijk aan elkaar zouden hechten. Achter al deze processen gaan de grote wetten van de elektrische kracht schuil. Cohesie werkt op de deeltjes van één enkel object. Zoals het nu is samengesteld, is er een trillingsfrequentie die de combinatie weergeeft van de trillingen van de intelligenties waaruit het object bestaat. Met andere woorden: het object heeft massavibratie die het in vorm houdt. Zodra je die massavibratie kent, kun je een hogere toon aanslaan, en dan zal het object uiteenvallen.
V. Is de beheersing van de lucht door de mens niet een mystieke kracht?
A. Nee; het is op geen enkele manier een mystieke kracht. Het verlangen van de mens om te vliegen en een machine te ontwikkelen die hem in staat stelt dat te doen, is de enige kracht achter de beheersing van de lucht. Elke jongen die met een vlieger speelt, begrijpt het basisprincipe van het vliegen: dat het de invalshoek van de lucht op een plat oppervlak is die de machine in de lucht houdt. Maar misschien komt het verlangen om te vliegen voort uit iets uit het verleden – iets dat tot nu toe verborgen lag in de aard van de mens. Van de Atlantische rassen wordt gezegd dat zij hun veldslagen in de lucht uitvochten. Zij gebruikten echter geen benzine om hun schepen voort te stuwen. Zij maakten gebruik van zonne-energie en beschikten over een zonnemotor die geen mechanische onderdelen bevatte, maar diende als brandpunt – een trefpunt – voor de zonnestralen in verschillende werkingsfasen: als aandrijfkracht, als opwaartse kracht, als neerwaartse kracht, of welke kracht zij ook nodig hadden.
V. Zijn de Oosterlingen niet in staat om door middel van een bepaald ademhalingssysteem de polarisatie te overwinnen en zo het lichaam te laten zweven.
A. Zij concentreren zich op een idee totdat zij elk besef van lichamelijk bestaan verliezen. Het is geen bewuste levitatie. Zij kunnen de polarisatie van het lichaam al dan niet overwinnen, want dat hangt af van de kennis van degene die het proces toepast, en ook van de toestand van het astrale lichaam en het fysieke lichaam op dat moment. Zij moeten de juiste manier kennen om levitatie te bewerkstelligen. Maar waarom zou iemand willen zweven? Wat zou het nut ervan zijn?
V. Hebben de Egyptenaren de kennis van het zweven niet ten goede gebruikt bij de bouw van de piramiden?
A. Dat was in vroegere tijden, voordat we werden zoals we nu zijn. We moeten niet vergeten dat we niet meer zo goed zijn als we ooit waren, noch zo wijs. We zijn verder de trap afgedaald en, om een vergelijking te gebruiken, we werken nu in de kelder in plaats van op de eerste verdieping. Toen we in de allereerste Egyptische beschaving werkten, beschikten we over de kennis die ons in staat stelde de polariteit van de immense stenen te veranderen en ze zo gemakkelijk hanteerbaar te maken. Zelfs het aanvoeren ervan vanuit enorme afstanden werd mogelijk gemaakt door de kennis van polarisatie. In één periode maakten we gebruik van gezang; dat wil zeggen, bepaalde methoden van reciteren. In andere perioden gebruikten we een metaal waarvan we op dit moment geen kennis hebben. Dit metaal had het effect dat, wanneer het onder een zwaar gewicht werd geplaatst, het de aantrekkingskracht van de aarde verhinderde, want dat is wat gewicht is: de aantrekkingskracht van de aarde op bepaalde massa’s materie. Doorbreek die aantrekkingskracht en het gewicht is als niets, of slechts relatief licht.
V. De heer Judge spreekt over ons als de Atlantiërs die tovenaars waren. Wat wordt hiermee bedoeld?
A. De Atlantiërs misbruikten de krachten die ze bezaten. Maar we zeggen dit niet over de Atlantiërs; we zeggen het over onszelf. De oude wijsheids-religie leert ons dat wij in feite de Atlantiërs zijn. Ooit beschikten we over grote krachten, maar we zijn die kwijtgeraakt door misbruik in het vierde ras, en opnieuw in het vijfde ras, net als de vroege Egyptenaren. De vraag is nu: zijn we op het punt gekomen waarop we onze krachten kunnen herwinnen door de krachten die we nu bezitten op de juiste manier te gebruiken?
V. Hoe kan de heer Judge weten, zoals hij beweert, dat elke mens van elk ras over dezelfde krachten beschikt?
A. Ten eerste door ze te zien bij vele mannen en vrouwen van vele rassen, en ten tweede door de gemeenschappelijke oorsprong en aard van alle mensen te kennen. Als je bijvoorbeeld één man zou horen zingen, zou je misschien denken dat alleen hij kon zingen; maar als je vervolgens veel mensen zou horen zingen, zou je weten dat alle mensen het vermogen tot zingen bezitten en dat zingen zelf slechts een kwestie van training is. De mens is een samengesteld wezen; dat wil zeggen, zijn principes bestaan uit elk element dat waar dan ook in de grote oceaan van het Leven voorkomt. Daarom bestaan dezelfde mogelijkheden in ieder van ons.
V. Waarom zijn dromen vaak zo’n absurde mengeling?
A. Toch lijken de absurditeiten in dromen heel natuurlijk. Het komt ons helemaal niet vreemd voor als we in onze droom bijvoorbeeld in een tempel zitten, ons vervolgens in een oogwenk in een bepaalde richting door een straat in de stad verplaatsen, en ons dan ineens in een boot op de oceaan bevinden. In dromen hebben we helemaal niets om ons op te oriënteren. We hebben onze eigen boot, onze eigen straat, onze eigen tempel. We creëren onze eigen wereld en onze eigen ideeën; we volgen onze eigen koers. Tijdens het waakbewustzijn kunnen we niet zo goed dromen, omdat ofwel iemand anders ons zal controleren, ofwel we onszelf kunnen controleren aan de hand van onze naam en ons adres en onszelf kunnen identificeren via de gebruikelijke denkwijzen onder mensen.
V. Hoe kunnen we weten of een droom afkomstig is van de hogere natuur?
A. Door de aard van de innerlijke mens te kennen. Wanneer die kennis op de droom wordt toegepast, openbaart de aard ervan zich en is er geen twijfel over of de droom afkomstig is van het astrale niveau of van de hogere natuur. In de regel is alles wat we in een droom vanuit de innerlijke mens ervaren een gevoel, want de droom die door de hersenen wordt gefilterd, is geheel versnipperd en verward. Een droom die een diepe indruk maakt, kan natuurlijk geen louter oppervlakkige droom zijn.
V. Heeft karma invloed op onze dromen?
A. Karma is altijd aan het werk; het is actie en reactie, of we nu wakker zijn, dromen of ons in een andere toestand bevinden. De oorzaken die in de waaktoestand in gang worden gezet, herhalen zich in de astrale toestand, omdat we dromen op basis van de indrukken uit ons persoonlijke leven, onze gedachten en gevoelens.
V. Dromen die voortkomen uit de persoonlijkheid moeten toch heel anders zijn dan dromen die voortkomen uit de innerlijke mens?
A. Ja. We hebben er moeite mee om te denken in een taal die we aan het leren zijn. We kunnen die taal misschien wel lezen, maar er niet in denken. We kunnen er zelfs in rekenen, maar we kunnen er niet in denken. Dat is precies onze moeilijkheid in dromen. We moeten denken in de taal waarmee we vertrouwd zijn en die vervolgens weer terugvertalen naar de taal van het Ego, die geen enkele taalvorm is die waar dan ook door mensen wordt gebruikt. De taal van het Ego dient ieder voor zichzelf te leren. Deze gaat verder dan onze gewone klanken en zinsbouw, en is gebaseerd op de occulte symbolen van klank, kleur en getal. Ze houdt verband met geometrische vormen – de cirkel, de driehoek, het vierkant, de verschillende hoeken en complementaire hoeken, die allemaal hun betekenis hebben. De vierpuntige ster, de vijfpuntige ster, de zes- en zevenpuntige sterren bijvoorbeeld, hebben allemaal hun eigen specifieke betekenis. Misschien verwijst de vijfpuntige ster voor sommigen naar de mens en dient zij als een middel om de mens te identificeren, net zoals woorden in het waakbewustzijn dienen als een middel tot identificatie. De vierpuntige ster zou verwijzen naar een dier, enzovoort. De taal van de ziel is in feite geheel allegorisch.
De heer Judge heeft eens gezegd dat het Ego voor zijn eigen doeleinden een zandkorrel als symbool voor een berg zou kunnen gebruiken, of een druppel water voor een meer. Werkelijk, de volledige kennis van het occulte ligt vervat in geometrische vormen en bepaalde kleuren en klanken.
V. Maar als elk Ego zijn eigen taal heeft, hoe kan hij dan met andere Ego’s communiceren?
A. Ieder zou zijn eigen taal gebruiken. Je weet dat een Chinees en een Japanner elk in elkaars taal de karakters van de ander kunnen lezen. Ooit bestond er een universele taal. Maar als een Ego met een ander communiceert, moet je bedenken dat het gebruik van klanken en zinnen niet nodig is. Zodra de aard van de een in een synthetische relatie staat met die van de ander, zijn de ideeën onderling uitwisselbaar. Er is sprake van een waarneming van de innerlijke aard van de dingen in plaats van de vorm. Het is mogelijk dat iemand die helemaal geen Engels verstaat, bij het horen van een toespraak in het Engels toch alles begrijpt wat er wordt gezegd.
Er is nog iets anders. Toen H.P. Blavatsky in India was, sprak ze de taal van de hindoes. Enkele jaren later echter, toen een van de maharadja’s naar Londen kwam om haar te bezoeken en in het Hindoestaans tegen haar begon te praten, zei ze: “Wat zegt die man in hemelsnaam?“ “Maar,“ zei hij, “mevrouw, u sprak die taal toch ook toen u in India was?“ “O,“ zei ze, “dat was in India.“ Er is dus ook iets in de omgeving dat de kennis overbrengt.
V. Zou het geval van Blinde Tom, die piano kon spelen zonder het ooit geleerd te hebben, een voorbeeld van mediumschap zijn?
A. Nee; dat was geen mediumschap, maar louter de uitdrukking van zijn eigen kennis die hij in een ander leven had opgedaan en die hij opnieuw tot leven bracht. Onze genieën zijn mensen die zich in andere levens hebben gespecialiseerd in muziek, literatuur, kunst of poëzie. Zoals we weten, zijn ze in veel gevallen excentriek – gevoelig, moeilijk in de omgang, ‘humeurig’. De reden hiervoor is dat ze uit balans zijn geraakt doordat ze slechts één vermogen hebben ontwikkeld, ten koste van de rest van hun aard.
V. Zou u kunnen zeggen dat de waarheid uit de ether komt en dat wij die in ons opnemen?
A. Nee; dat is een volstrekt onjuiste opvatting. De waarheid komt niet uit de ether. Waarheid, van welke aard dan ook, komt voort uit intelligentie en wordt door intelligentie waargenomen.