Het lager en het Hoger Zelf²

Als twee goudglanzende vogels die wonen in dezelfde boom,
Zo zijn, onafscheidelijk, het lager en het Hoger Zelf.
De ene eet de vruchten die rijpen aan de levensboom,
De andere kijkt stil en zwijgend toe.

Wonende in dezelfde boom, is de één van zorg vervuld,
Gebonden aan zijn aardse vorm kent hij zijn glorie niet,
Maar zodra hij de ander ziet, zijn Heer en God,
wordt hij bevrijd van zorg en kent zijn ware Zelf
Wanneer de ziener ziet het stralend Zelf in gouden schijn,
De Heer, de Bron van al wat is en ooit zal zijn,
Is hij bevrijd van goed en kwaad, verdriet en vreugd,
En wordt vereend met Hem die is de Heer van het Al

Mundaka Upanishad III- vers 1-3