CYCLI
Een van de belangrijkste leerstellingen. Overeenkomstige woorden in het Sanskriet. In het Westen zijn maar weinig cycli bekend. Ze veroorzaken de terugkeer van vroeger levende personen. Ze beïnvloeden het leven en de evolutie. Wanneer vond het eerste moment plaats? De eerste trillingsfrequentie bepaalt de daaropvolgende. Wanneer de mens de bol verlaat, sterven de krachten. Schokken en rampen. Reïncarnatie en karma vermengd met de cyclische wet. Beschavingen keren terug. De cyclus van Avatars, Krishna, Boeddha en anderen verschijnt cyclisch. Kleinere personages en grote leiders. Cycli die zich kruisen veroorzaken schokken. De cycli van de maan, de zon en de sterren. Individuele cycli en die van reïncarnatie. De beweging door de sterrenbeelden heen, en de betekenis van het verhaal van Jonas. De zodiakale klok. Hoe de ideeën door volkeren worden opgenomen en bewaard. Oorzaak van aardbevingen, kosmisch vuur, ijstijden en overstromingen. De brahmaanse cycli.
V. Hoe worden cycli tot stand gebracht?
A. Cycli worden natuurlijk niet tot stand gebracht door een of ander groot wezen voor de menselijke wezens. Laten we eens kijken naar de cycli van de aarde die om haar as draait, van de maan die om de aarde draait, van beide die om de zon draaien, en van de zon die om een centraal hemellichaam draait, waarbij ze door de verschillende sterrenbeelden trekt in de loop van 25.868 jaar. Al deze cycli zijn tot stand gebracht door de kracht en intelligentie van die wezens die aanwezig waren bij het begin van de evolutie van dit universum en dit zonnestelsel; het is het van tijd tot tijd terugkeren en opnieuw verschijnen van die wezens die de grote cycli instellen; cycli betekenen de terugkeer van datgene wat eerder was.
V. Hoe zou u zeggen dat karma verband houdt met de wet van de cycli?
A. Uiteindelijk betekenen cycli in feite karma. We kunnen zien dat we onszelf tot onze eigen betrekkingen hebben gebracht met de veranderingen van de zon door de verschillende sterrenbeelden heen.
De tekens van de dierenriem waaronder we geboren worden, geven ons, wanneer ze juist worden geïnterpreteerd, een indicatie van wat de toestand van de beschaving op een bepaald moment zal zijn, omdat de wezens die in het verre verleden bepaalde betrekkingen zijn aangegaan, simpelweg zijn teruggekeerd en die eerdere betrekkingen en vergelijkbare omstandigheden hebben hervat.
V. Zijn we dan net zo onderworpen aan cycli als aan karma?
A. En net zoals aan reïncarnatie. Nogmaals, reïncarnatie betekent hetzelfde als cycli. Door incarnatie brengen we onszelf in relatie met alle fysieke zaken – de aarde waarop we ons bevinden, de omstandigheden op die aarde, de betrekking tot andere planeten en tot andere stelsels. Dit zijn allemaal omstandigheden die we zelf hebben veroorzaakt; we ervaren deze omstandigheden in een lichaam op aarde, en zijn eraan onderworpen vanwege ons denken en handelen.
V. Maar zijn we verplicht om de cycli op ons te laten uitwerken?
A. We moeten ze zeker ervaren, aangezien wij de oorzaak ervan zijn.
We moeten eronder functioneren, maar we hoeven niet onderworpen te zijn aan, of gecontroleerd te worden door de omstandigheden die zich voordoen. De werkelijke oorzaken liggen altijd achter de fysieke effecten. Het is de spirituele aard van de mens die de drijvende kracht is, de ondersteunende kracht – het leven zelf, het bewustzijn zelf – achter alles wat tot stand is gebracht. Dus wat er ook op aarde bestaat, is op hogere bestaansniveaus tot stand gebracht door de ontelbare handelingen van verschillende intelligenties. We bevinden ons fysiek en uiterlijk onder de omstandigheden, maar innerlijk hebben we de kracht om erboven uit te stijgen.
V. Kan de mens een punt bereiken waar cycli geen invloed op hem hebben of hem niet belemmeren?
A. Slechts in één opzicht. De mens is altijd onderworpen aan cycli. Als het bijvoorbeeld tijd is om te gaan slapen, kan hij niet anders dan zich naar binnen terug te trekken. Maar het bewustzijn kan zich in een zodanige staat van activiteit bevinden dat er geen onderbreking of verlies van herinnering bestaat tussen de verschillende toestanden.
Gewoonlijk weet de mens niet wat zijn bewuste activiteit is terwijl het lichaam slaapt. Daarom is hij in veel grotere mate onderworpen aan de slaapcyclus dan een adept.
V. Als we de cyclische wet naleven, kan dan worden gezegd dat we met de cycli werken?
A. Kennis wordt precies op die manier verworven. Cycli zullen hun loop vervolgen, of we ons daar bewust van zijn of niet, maar door ons bewust te zijn van cycli, zijn we in staat er voordeel uit te halen. Vastberaden volhouden tijdens een dalende cyclus is even noodzakelijk als de juiste vooruitgang boeken tijdens een stijgende cyclus. Het feit dat indrukken of gebeurtenissen van allerlei aard terugkeren, is een kans waardoor we met elke volgende cyclus een hogere toestand kunnen bereiken.
V. Kunt u alstublieft het volgende op pagina 142 toelichten: — “ Hiermee wordt niet beweerd dat de conjunctie de gevolgen veroorzaakt, maar dat eeuwen geleden de Meesters van Wijsheid alle problemen betreffende de mens hebben doorgrond…”enz.
A. De conjunctie van de planeten brengt het gevolg niet teweeg; zij geeft slechts het tijdstip aan, net zoals de zodiakale klok dat doet, of zoals onze gewone klokken dat doen. Het veroorzaakt niet het effect, maar geeft aan wanneer het effect van een bepaalde oorzaak zal plaatsvinden.
V. Wat wordt bedoeld in het laatste gedeelte van diezelfde zin — “en doordat ze de symboliek van de dierenriem in het denken van de oude volkeren inprentten…”?
A. In het begin van de aarde zijn er eerst de oudere of de meer gevorderde Ego’s van de vorige aarde aanwezig. Daarna komen, in het kielzog van de gevorderde Ego’s, degenen die minder zijn gevorderd, totdat allen die zelfbewust zijn, zich, laten we zeggen, in de vroegere staat van de aardbol bevinden. Daarnaast komen de ego’s die de ontluikende mensheid vertegenwoordigen – een mensheid analoog aan die waar de huidige hogere dieren van deze ronde in onze zevende ronde naartoe zullen evolueren. De hogere Ego's, dan, die in de eerste bol hebben gewerkt en deze hebben gevestigd, gaan over naar de tweede, terwijl de latere stroom van Ego’s in de eerste toestand komt. Het zijn de hogere of meer gevorderde Ego's die de daaropvolgende of minder ontwikkelde Ego's de kennis met betrekking tot deze wetten bijbrengen; het is een doorgeven van wat eerder bekend was.
V. Gezien het feit dat de mens een spiritueel wezen is en altijd van koers kan veranderen, zie ik niet in hoe Meesters cycli zouden kunnen bepalen, tenzij mensen noodzakelijkerwijs allemaal op vrijwel dezelfde manier handelen.
A. Ze berekenen cycli op basis van het gemiddelde van de massa van de mensheid, niet op basis van de positie van het individu ten opzichte van de cyclus. Een individu kan een heel andere positie innemen dan die van de massa ten opzichte van een bepaalde cyclus, maar niettemin beweegt hij mee en is hij gebonden aan die cyclus; hij moet met dat ras meebewegen, hetzij erboven, hetzij eronder. Niemand kan ontsnappen aan het ras waartoe hij behoort. Het effect van cycli op ons, of het gebruik van de cyclische terugkeer, hangt echter van het individu af.
Stel dat er, laten we zeggen, een wereldwijde revolutie zou plaatsvinden, waarbij alle vormen op hun kop zouden worden gezet en alle ideeën over waarde en eigendom zouden worden vernietigd, hoe zouden mensen dan worden geraakt? Sommigen zouden hierdoor verschrikkelijk worden getroffen; anderen, nauwelijks. Het zou geheel afhangen van de individuen – van de mate van hun gehechtheid aan de resultaten die een dergelijke gang van zaken teweegbrengt. Vrijheid komt voort uit een ontbreken van eigenbelang in de resultaten van wat we ook doen. Als we mét dingen werken, niet voor dingen, voor het welzijn van allen, zonder gehecht te zijn aan succes of mislukking, dan worden we niet getroffen door dergelijke catastrofes. Ze kunnen ons niet raken. We zijn geïnteresseerd in hun gevolgen voor anderen en niet die voor onszelf.
V. Moeten de massa’s dan, net als het individu, leren te handelen ongeacht het eigenbelang?
A. Dat is de opvatting. Als ieder mens alles zou doen wat hij kan voor elk ander mens, dan zou niemand lijden. Er zou geen armoede zijn in welke vorm dan ook.
V. Kunnen we een cyclische terugkeer van het Schrikbewind verwachten?
A. Ongetwijfeld. Dezelfde omstandigheden die het in Frankrijk teweegbrachten, zouden in elk ander land dezelfde omwenteling kunnen veroorzaken. Het is belangrijk om op te merken dat vele jaren vóór de Revolutie een zekere grote persoonlijkheid, bekend als Graaf de St. Germain, in Frankrijk ter plaatse was. Hij vervulde vele diplomatieke missies voor de machthebbers van die tijd en waarschuwde hen keer op keer voor wat er zou komen zodra bepaalde veranderingen zouden worden doorgevoerd en bepaalde voorzorgsmaatregelen zouden worden getroffen. Daar werd een poging ondernomen door iemand die wist hoe hij dat karma kon tegenhouden. Zijn inspanningen waren altijd gericht op de waarheid – op ware broederschap in de hoogste zin van het woord.
V. Maar het motto van de Franse Revolutie was toch “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap“?
A. Ja; juist dat motto werd gebruikt om revolutie en bloedvergieten teweeg te brengen – gebruikt voor destructieve doeleinden, in plaats van in overeenstemming met de spirituele, constructieve basis die de woorden werkelijk vertegenwoordigen. Een interessante parallel is wellicht waarneembaar in dit land. Al in 1886 zei Mr. Judge dat dit grote en glorieuze land niet lang in rust zal blijven, dat het volk in opstand zal komen – waarvoor, wie zal het zeggen? Hij zei dat als onze wetgevers wisten wat er zou gebeuren en tegenovergestelde effecten teweeg konden brengen, ze dat zouden doen; maar dat geen enkele wetgeving en geen enkele inspanning van patriotten zou helpen wanneer het uur slaat wanneer karmische aanpassingen onder het volk moeten plaatsvinden.
V. Waarom luisteren mensen niet naar dit soort waarschuwingen?
A. Velen zijn van mening dat zoiets hier natuurlijk nooit zou kunnen gebeuren.
Ze zijn geobsedeerd door het idee dat we spiritueel gezien veel verder zijn dan de tijd waarin dergelijke omstandigheden mogelijk waren. Maar zijn we als geheel wel zo ver gevorderd? Streven we als geheel niet naar eigenbelang, persoonlijke hebzucht, persoonlijke roem en bezittingen van allerlei aard? Er is onder de mensen in het algemeen en met name onder onze politici en zogenaamde ‘intellectuelen’, geen echt begrip van wat het doel van het leven is; bijgevolg wordt de enige kennis die zou kunnen helpen, niet toegepast. Wat zit er achter de Volkerenbond die momenteel in oprichting is? Eigenbelang van de kant van elke natie. Het heeft absoluut geen zin om de kwestie te vermijden. We moeten inzien wat het echte probleem van de mensheid is. Het is een feit dat we geen echte idealen hebben; het is ieder voor zich –individualisme, eigenbelang, zelfzuchtigheid. Toch zijn we verbonden met andere individuen en met andere naties. Wat hen overkomt, zullen we in meer of mindere mate onvermijdelijk voelen.
V. Als alle mensen het ideaal van broederschap zouden omarmen, zoals de theosofie dat voorstelt, zouden we dan een duidelijk verschil in de omstandigheden zien?
A. Alles hangt af van de idealen die mensen aanhangen. Als mensen als geheel ertoe gebracht zouden kunnen worden om naar de boodschap van de theosofie te luisteren en deze toe te passen, zouden de ellende, het lijden en de ontberingen die nu in de wereld bestaan, zo goed als ophouden te bestaan. Maar het ligt buiten het bereik van welke macht dan ook om mensen ertoe te brengen te luisteren en toe te passen. Zij moeten eerst verlangen en ervoor kiezen om te luisteren.
V. Dan zijn we dus zeer beperkt in ons vermogen om te helpen?
A. Dat we ‘beperkt’ zijn, geeft ons geen excuus om niet alles te doen wat we kunnen, en dat is alles wat iemand kan doen. Als er onder een grote groep wezens mensen zijn die een bepaald ideaal nastreven en daarvoor de nodige inspanning leveren, behoren zij in feite niet tot dezelfde groep als de anderen, en opereren zij niet onder dezelfde omstandigheden. Maar als zij volhardend blijven in het helpen van anderen, komt de grootste hulp na verloop van tijd de rest ten goede. Zo'n groep zouden we een liga van individuen kunnen noemen die zou groeien in kennis en in kracht en steeds beter in staat zou worden om de rest te helpen.
V. U zegt dat de enige hoop voor een volk ligt in het luisteren naar de juiste ideeën? Hoe zit het dan met Rusland?
A. In Rusland hebben ze naar leiders geluisterd. Dat is het probleem daar. Een of andere leider heeft hun de eigendommen beloofd van degenen die deze nu bezitten, niet werken en eten in overvloed. Dat is wat ze wilden. Dus luisterden ze naar zijn belofte en terwijl ze luisterden, slaagde hij erin hen zo onder de duim te krijgen dat niemand van hen het waagde nee te zeggen. Ze hebben een leider nodig die weet wat het juiste is en die met ijzeren hand zal regeren in het belang van de rechtvaardige zaak. Dan zou iedereen gedwongen worden het juiste te doen ten bate van de rest. Dat is de enige manier waarop het in Rusland kan worden gedaan.
V. Zouden hoge idealen, in het algemeen gesproken, een ware energiestroom teweegbrengen?
A. Ieder mens is een onophoudelijke dynamo van voortdurend geproduceerde energie, die uiteindelijk invloed zal hebben op de aarde zelf waarop wij leven. De hersenen fungeren als een verdeler; geen enkele energie die wij in welke gedachte dan ook steken, gaat verloren, maar wordt onderdeel van de energie van de aarde. Als die energie meer wordt gewijd aan desintegratie dan aan goede en constructieve idealen, dan zal dit niet alleen leiden tot de vernietiging van de beschaving, maar ook van de aarde zelf. Er is geen scheiding tussen ons en de andere natuurrijken.
We zijn allemaal met elkaar verbonden. We leven voort op de lagere natuurrijken; we ontlenen onze instrumenten aan hen, en we beïnvloeden hen hetzij weldadig, hetzij schadelijk. Met de energie die we in eigenbelang steken, wekken we een schadelijke invloed op, die uiteindelijk, in een cyclisch verloop, zal uitmonden in een of andere ramp. De energie die door hoge idealen wordt opgewekt, zal eveneens een hoogtepunt bereiken, maar dan als een groot voordeel. We moeten de theosofie leren kennen, maar meer nog, we moeten er in ons leven een levende kracht van maken, om ervoor te zorgen dat ze een weldadig effect heeft en zich verspreidt voorbij onze eigen beperkte horizon van denken en voelen. We moeten die dynamische kracht leveren, niet voor één bepaald kanaal, maar voor alle. Het is de kracht van het bewustzijn wanneer die bevrijd is van eigenbelang; het is de Geest, bevrijd van eigenbelang.
V. Op pagina 146 staat: ”Deze vier yuga’s zijn: krita, of satya, het gouden yuga; treta; dvapara; en kali of het zwarte yuga.” De aard van de twee middelste wordt niet uitgelegd. Wat zou de aard van die twee cycli zijn?
A. De cycli worden het gouden, het zilveren, het bronzen en het ijzeren genoemd. De aard van elke cyclus komt enigszins overeen met de aard van de metalen, hun waarden en hun bestanddelen. Het eerste tijdperk komt overeen met de kindertijd – een cyclus van onschuld en zuiverheid. Dan komt de jeugd met haar uitbundigheid van leven; vervolgens de volwassenheid, wanneer alle krachten in actie zijn – waarbij het intellect de neiging heeft de spirituele aard te overstijgen. Het ijzeren tijdperk ontstaat altijd als gevolg van het feit dat de gehele kracht van het intellect wordt besteed aan materiële zaken, in plaats van aan spirituele waarneming.
V. Wat volgt er na het ijzeren tijdperk?
A. Wanneer het ijzeren tijdperk haar cyclus heeft voltooid, volgt daarop in logische volgorde het gouden tijdperk. Maar dat is nog ver weg. We hebben pas de eerste vijfduizend jaar van de kali-yuga achter de rug, waardoor er nog iets meer dan vierhonderdduizend jaar te gaan zijn. Laten we zeggen dat over vijftigduizend jaar alle beschavingen op aarde hun mogelijkheden als zodanig hebben uitgeput. Dan komt er een grote verstoring, zoals de geologische veranderingen die op elke planeet zichtbaar zijn, laten zien. Deze verstoringen zijn de reacties van de krachten die de mens zo lang heeft ingeperkt, en veroorzaken een herverdeling van de continenten.
Stel je eens voor dat een grote catastrofe de aarde overspoelde; dat het land zonk, zoals dat in zulke periodes gebeurt, en dat er land oprees waar voorheen de zee was; dat een gedeelte van de bevolking ontsnapte en zich op dat land vestigde. Degenen die het overleefden, zouden zich bezighouden met de eerste levensbehoeften: voedsel, kleding en onderdak. De kunsten en wetenschappen die bestonden, zouden geen plaats meer hebben, maar zouden slechts een traditie worden voor de kinderen die onder die omstandigheden werden geboren. Hun kinderen zouden een traditie hebben die nog verder verwijderd was van de oude kunsten. Zo zou een geheel nieuwe fase van bestaan tot stand komen.
De volgende generaties, gebukt onder de last van het dagelijks levensonderhoud, zouden alleen die kunsten en wetenschappen leren die van toepassing waren op hun omgeving, en de cyclus van de terugkeer van de oude kunsten zou nog lang op zich laten wachten. Zo zou het verhaal van onze huidige westerse beschaving zijn. Al onze herkenningspunten zouden binnen tweehonderd jaar of meer verdwenen zijn. Dan zouden we ons misschien in een ander leven, op een ander continent dat uit de zee is opgerezen, afvragen welke mensen dit of dat kleine overblijfsel van de beschaving achterlieten. Deze beschaving zal dezelfde fasen doorlopen als elke andere; zij vertegenwoordigt slechts de belichamingen van zielen die vroegere beschavingen hebben doorgemaakt. Want wij zijn het tweede ras, het derde, en het vierde ras; het tweede versmolt met het derde, het derde met het vierde, het vierde met het vijfde, en zo moet de vermenging met toekomstige rassen doorgaan. In al die rassen werd het leven geleefd in een tijdperk van onschuld en zuiverheid, gevolgd door een tijdperk waarin zuiverheid en onschuld afnamen door de groei van het intellect langs fysieke lijnen, en vervolgens ging de fysieke vaart van de beschaving door in al haar complexiteit tot aan haar uitsterven.
V. Begon de Gouden Eeuw nadat we onze huidige lichamen hadden gekregen?
A. Nee, onze lichamen waren toen nog niet zo stevig; ze waren meer kneedbaar, van een fijnere materie. In die tijd waren er reuzen, dat wil zeggen: gestalten die in vergelijking met de huidige wezens erg groot waren. Die gestalten zijn steeds tastbaarder geworden.
V. Welke klasse van Ego's zou de Gouden Eeuw inluiden?
A. De klasse die wij nu vertegenwoordigen, want wij moeten in de Gouden Eeuw hebben geleefd. Het is gewoon de cyclus van de wedergeboorte van naties, analoog aan onze wedergeboorte in een ander lichaam: eerst komt de kindertijd, dan de jeugd, de volwassenheid, het verval en de dood. Op dit moment bevinden wij ons in onze ‘volwassenheid’ als ras, in onze Kali-Yuga.
V. Doorlopen alle naties momenteel de Kali-Yuga?
A. Niet noodzakelijkerwijs. Andere naties bevinden zich momenteel wellicht in hun tijdperk van onschuld en zuiverheid, maar de Kali-Yuga neigt er natuurlijk naar steeds algemener te worden. Zolang naties elkaar onbekend zijn, gescheiden door land en zee, en bijgevolg ook in intelligentie, kunnen de verschillende cycli vrij onafhankelijk van elkaar hun gang gaan, maar zodra intelligentie zich over de hele wereld begint te verspreiden en er bijna onmiddellijke verbinding is, begint de Kali-Yuga gelijkvormig te worden.
V. Dus cycli overlappen elkaar en eindigen niet abrupt?
A. Cycli overlappen elkaar altijd. Er is geen duidelijk breekpunt. Er kan geen korte pauze zijn, gevolgd door een onmiddellijk nieuw begin. Het ene gaat altijd over in het andere, net zoals de nacht geleidelijk overgaat in de dag. De cycli hebben hun ochtend, middag, schemering en hun definitieve duisternis, waarbij elke periode onmerkbaar overgaat in de volgende.
V. Wat bepaalt de 24-uurscyclus, inclusief dag en nacht?
A. Wat de aarde betreft, wordt de vierentwintig uur durende cyclus bepaald door de omwenteling van de aarde om haar eigen as, die in haar baan rond de zon ons de verschijningsvorm van dag en nacht vertoont. Maar wat onszelf betreft, wordt deze cyclus, net als alle andere, bepaald door, en precies afgestemd op de behoeften van de wezens
die onder de invloed van deze cyclus vallen.
We moeten niet vergeten dat in het begin de zon en alle planeten die tot dit zonnestelsel behoren, door hun relaties en onderlinge verbanden een bewegingsorde of een bepaalde
trillingsfrequentie tot stand hebben gebracht, die de sleutel is die alle bewegingen beheerst.
Neem ter illustratie de negentienjarige cyclus van de maan, waarover de heer Judge spreekt, en bedenk daarbij dat alle occulte cycli die de aarde beïnvloeden, worden berekend aan de hand van de maan. Er zijn vier weken en dertien maanmaanden. Als we nu dertien met vier vermenigvuldigen en het resultaat met negentien, krijgen we een getal dat opgeteld zeven oplevert. Hetzelfde geldt voor de zonnecyclus van achtentwintig jaar. Als we 4 x 13 vermenigvuldigen en vervolgens met 28, krijgen we een antwoord waarbij de som van de cijfers ook zeven oplevert. Diezelfde zeven herhaalt zich in bijna alle cycli.
V. Komt dat door het feit van onze zevenvoudige aard?
A. Dat komt doordat alles zevenvoudig is; daarom zijn er zeven ronden, zeven rassen, zeven onderrassen, zeven dagen van de week, zeven kleuren, zeven omhulsels van de ziel, enz.
V. Heeft de periode van zeven jaar in het leven van de mens een bijzondere betekenis?
A. Ja. De eerste zeven jaar geven een bepalende richting aan de volgende zeven; de volgende zeven jaar hebben een bepalende invloed op de zeven volgende, en zo verder. Dan is er nog een belangrijke cyclus, de cyclus van negen. Zodra we de vijf zijn gepasseerd en bepaalde zaken in gang hebben gezet, zullen de volgende vier dezelfde lijn volgen, omdat de vijf het evenwicht vormt. Negen is dus het volmaakte getal, en behalve dat het het getal van volmaaktheid is, is het ook het getal van de dood – dat wil zeggen, wanneer er volmaaktheid is in één richting, volgt er een vernietiging van die volmaaktheid en het begin van een nieuwe negen. Het getal tien wordt de voltooiing van volmaaktheid genoemd, omdat zeven en drie samen tien vormen. De zeven is de manifesterende zijde van de natuur – het zichtbare; de drie zijn verborgen – de atma-buddhi-manas-zijde – de Geest, het Zelf en de verworven wijsheid, en de actieve scheppende kracht van die wijsheid.
Het principe van de drie verborgen en de zeven gemanifesteerde is in alle richtingen van toepassing, zoals bij getallen, kleuren en geluiden, die hun overeenkomstige betekenissen hebben in alle leven en manifestatie.
V. Bestaan er ook honderdjarige cycli?
A. Die bestaan. Om de honderd jaar hebben de Meesters van Wijsheid een poging ondernomen om iets beters tot stand te brengen op het gebied van idealen, op een manier die de mensen van die tijd konden aanvaarden binnen het kader van hun toenmalige opvattingen. Een dergelijke poging is terug te vinden in de oprichting van deze republiek. Er leefden in die tijd verschillende personen, van wie sommigen ons bekend zijn uit de geschiedenis, en anderen van wie we niets weten, die het idee van een republiek van broederschap hadden en dit hebben doorgezet. Degene die meer dan wie ook deed voor de ideeën die de overhand zouden krijgen, was Tom Paine; toch werd geen man meer gehekeld door de vroege theologen. Dan was er George Washington.
Wat was het dat hem op de been hield tijdens die bijna onmogelijke strijd tegen een van de meest oorlogszuchtige en sterkste volkeren; tegen de tweedracht, onwetendheid en de zelfzucht van de mensen voor wie hij vocht en die hem zo halfslachtig steunden? Welnu, hij had steun. Er ligt een grotere betekenis dan op het eerste gezicht lijkt in het feit dat Lafayette uit Frankrijk kwam en hem een zwaard bracht. Veel documenten, waaronder de hogere vrijmetselaarsdocumenten, tonen aan dat deze republiek bedoeld was als een republiek gebaseerd op broederschap. Maar we zijn van dat ideaal afgedwaald en in individualisme vervallen.
V. Kan een individu in de Kali-Yuga geen eigen Gouden Cyclus hebben?
A. Jazeker, en wel in deze betekenis: al het goede karma uit het verleden van verschillende levens zou in één leven tot bloei kunnen komen. Dan zou hij voor dat leven een Gouden Cyclus hebben, maar een enorme hoeveelheid minder gelukkig karma zou onafgewerkt blijven, en het volgende leven zou een opruiming kunnen brengen van alles wat niet was opgeruimd. Wat goed lijkt, is niet altijd goed, maar heel vaak slecht. Als een mens met bezittingen, rijkdom, cultuur en alles wat in de wereld begeerlijk lijkt, deze voordelen zou gebruiken ten nadele van zijn medemensen, zou hij alleen de ellende vergroten die hij ongedaan moet maken. In werkelijkheid hoeven we niet jaloers te zijn op die mensen die een hoge positie bekleden en rijkelijk worden beloond uit de systemen die zij besturen.
Zij bevinden zich in de slechtst denkbare positie, en hun beurt moet nog komen. Niemand kan aan de wet ontkomen, zonder de anderen van dienst te zijn met zijn verdiensten. In dit tijdperk is er een vermenging van de kasten, want we moeten niet vergeten dat kasten overal bestaan – de Brahmanen, de Krijgers, de Handelaren en de Dienaren – terwijl veel Sudra's in hart en nieren hoge posities bekleden, en de Brahmanen lage posities.
V. Zal er een cyclische herschikking van de kasten plaatsvinden?
A. Een dergelijke herschikking vindt altijd plaats; dat wil zeggen, mensen worden voortdurend in verschillende posities geplaatst, hoog en laag, maar in elke cyclus moet rekening worden gehouden met de gehele gemeenschap van mensen die met elkaar in contact komen tijdens de verschillende soorten ervaringen. Als de Sudra's, wanneer zij aan de macht zijn, die macht ten goede gebruiken, behouden zij hun hoge positie; als zij hun macht gebruiken tegen het welzijn van alle anderen, moeten zij onvermijdelijk hun plaats als Sudra's weer innemen.
V. Is er enige mogelijkheid om het IJzeren Tijdperk te verkorten?
A. Absoluut niet. De vraag werd ooit aan de heer Judge gesteld: “Kunnen we iets doen tegen Kali-Yuga?” Hij zei: “Nee, maar je kunt er heel veel in doen.” Want in een tijd als Kali-Yuga heeft de geïnvesteerde energie vier keer zoveel kracht als in enig ander tijdperk. Juist de snelheid van de beweging in Kali-Yuga maakt het mogelijk om veel meer te doen dan in enig ander tijdperk.
V. De meesten van ons zijn genoodzaakt te reïncarneren, maar de grote wezens die naar ons toekomen, incarneren uit eigen keuze. Wat bepaalt de cyclus van hun verschijning?
A. Als de spiritueel vervolmaakte mensen die als goddelijke incarnaties in verschillende periodes van de wereldgeschiedenis komen, niet hoeven te komen, dan moeten er toch omstandigheden op aarde zijn die hen hierheen trekken. De aard van de ego's op aarde op een bepaald moment is wat de verschijning van een groot wezen teweegbrengt. Ook verschijnen zulke wezens op de kruispunten van grote cycli, zoals gebeurde tussen 1875 en 1898 toen drie grote cycli elkaar kruisten. De eerste periode van vijfduizend jaar van Kali-Yuga, die begon bij de dood van Krishna, de leraar van de ‘Bhagavad-Gita’, werd in deze tijd voltooid.
De honderdjarige cyclus, waarin in de laatste vijfentwintig jaar van elke eeuw een poging wordt ondernomen door de Grote Loge, via leraren of hun discipelen, om betere ideeën aan de mensheid voor te leggen, was ook in werking. De zon ging in deze periode van Vissen naar Waterman over, en ook daar was een teken. Het kruispunt van deze drie cycli betekende dus verschillende dingen, maar één betekenis was dat in of rond die periode een grote figuur op aarde zou verschijnen, met de kennis die de beschaving en het denken van die tijd zouden toelaten. Als we willen weten wie dat wezen was, hoeven we alleen maar te denken in de lijn van onze studies. De persoon die in de wereld bekendstaat als H.P. Blavatsky, stond bij de Meesters onder een heel andere naam bekend, zoals zij verklaarden, en de kennis die door haar, of door hem, werd verspreid, is wat wij kennen als theosofie.
V. Vonden er op het snijpunt van deze cycli opvallende veranderingen plaats onder de mensen in het algemeen?
A. Religies, wetenschappen, regeringen en volkeren waren allemaal aan het veranderen. Juist om die reden kwam de grote figuur. De omstandigheden waren zodanig dat dat bezoek kon plaatsvinden en dat er maximaal voordeel mogelijk was. Wanneer oude vormen veranderen, is het denken van de mensen meer open, en dan is het tijd voor het werk dat alleen grote wezens kunnen verrichten.
V. Waarom is het werk in dit land in 1875 begonnen?
A. Omdat de cyclus opnieuw heeft gebracht wat er vroeger was. Hier, onder dit volk, zijn de oude Egyptenaren teruggekeerd; ook oude Perzen; oude Hindoes en mensen uit andere oude volkeren kun je onder ons geïncarneerd terugvinden, als je weet hoe. Lager op de trap bevinden zich degenen die in vorige incarnaties de Amerikaanse Indianen waren; hun karma staat hen toe te reïncarneren in het ras dat hen misbruikte en verdrong. Ook bevindt zich in dit land een verzameling van individuen uit bijna elk land van de wereld, zodat er een vermenging van fysieke variëteiten plaatsvindt die na verloop van tijd een lichaam zal voortbrengen van een heel andere aard dan alle eerdere fysieke lichamen.
Tegelijkertijd ontwikkelt de psychische aard van deze oude volkeren zich verder, neemt de gevoeligheid toe en heeft zijn invloed op de fysieke variëteit. Al met al hebben we hier dus een klasse van Ego's die over een breder scala aan begrips- en waarnemingsvermogen beschikt dan eerdere klassen van Ego’s. Dit zijn allemaal overwegingen die verlossers terugbrengen, en ze wijzen op één ding dat we zouden moeten begrijpen: dat degene die het werk in dit land begon, zijn gelijke niet kent. Als we de leringen van dat wezen en van die Grote Loge met dit idee in gedachten bestuderen, zal ons begrip des te beter zijn. Hoe meer we vanuit dat standpunt kunnen begrijpen, hoe meer we zullen ontvangen – hoe dichter we bij wijsheid zullen komen. De status van dat wezen is een grote les die het begrip van de wet van de cycli ons zou moeten leren.
V. Waarom krijgen de leringen van Jezus, die tot een beperkt publiek waren gericht, zoveel meer aandacht van deze westerse naties dan de leringen van de theosofie, die zwart op wit zijn vastgelegd en zich tot de hele wereld richten, zonder uitzondering?
A. Is het geen passend karma dat de nu geïncarneerde Egyptenaren, die vroeger de Joden tot slaaf maakten, nu zelf tot slaaf worden gemaakt door de dogma’s van de Joodse religie? Want het zijn niet de leringen van Jezus die algemeen in praktijk worden gebracht door de zogenaamde christelijke volkeren. De ware leringen van Jezus waren de leringen van de theosofie. Jezus onderwees dezelfde dingen die Boeddha zo’n zeshonderd jaar vóór hem onderwees; hij herhaalde slechts dezelfde leringen aan een kleiner volk, aan de Joden, die zijn missie waren, zoals hij zelf zei. Die missie verspreidde zich onder een volk dat niet voorbereid was op kennis, maar veeleer op allerlei bijgeloof en dogma’s.
Jezus kwam in een lagere cyclus dan die welke de Boeddha bracht. Er brak een tijdperk aan van mentale en spirituele duisternis, en in plaats dat kennis werd verspreid, moest deze juist worden onttrokken aan de onwetende klasse van Ego's die toen bestond. Zelfs in India, waar veel van deze oude kennis werd bewaard en was gedocumenteerd, werd deze afgeschermd gehouden van de massa. Dit is de reden waarom Jezus de menigte in gelijkenissen onderwees.
V. Als de wet van de kruising van de cycli wijst op de komst van een zeer groot wezen dat op aarde verschijnt, zou dat ook elk idee van een opvolger tenietdoen, nietwaar?
A. Het feit dat drie cycli elkaar kruisen en daarmee wijzen op een buitengewone gebeurtenis in de komst van een bepaalde figuur ligt aan de basis van het begrip van de hele filosofie.
Als we het feit niet begrijpen dat de bron van de filosofie een daadwerkelijke kennis is, en ons niet realiseren dat het wezen dat die kennis presenteerde, deze kende en alles gaf wat op dit moment kon worden gegeven, hebben we nog geen enkel aanknopingspunt. Met dat aanknopingspunt kunnen we steeds meer licht in alle richtingen verwerven; we kunnen zien wat deze dingen betekenen, want het heeft de neiging om wat je het spirituele oog zou kunnen noemen, te openen.
V. In dit hoofdstuk wordt op p. 139 gesproken over een komende Avatar die de eigenschappen van twee van de grootste uit het verleden zal combineren. Wat zou dat betekenen?
A. Natuurlijk moeten we erkennen dat we het einde van onze omloop nog niet hebben bereikt, en dat er nog veel moet gebeuren voordat dat het geval is. Er zal geen einde komen aan de pogingen om de ideeën te bevorderen en te verspreiden die het denken van de mens moeten wakker schudden. Net als de snelle, krachtige slagen van een hamer zullen deze pogingen voorafgaan aan wat en wie er ook komen gaat. Nu was Krishna een krijger, niet in militaire zin maar in de ware zin; Hij was een bestuurder, terwijl Boeddha ethische intelligentie was. De volgende grote Avatar zal de vereniging zijn van bestuurlijke en ethische intelligentie.
V. Ik heb sommige theosofen horen zeggen dat er binnenkort weer een grote verlosser zal komen.
A. Hij zal komen wanneer wij er klaar voor zijn, maar de Meesters hebben om een zeer goede reden geen tijdschema voor zijn komst gegeven. Veel van de joden aan wie een Messias was beloofd, herkenden hem niet toen hij kwam en zijn nog steeds naar hem op zoek. Net zo kenden veel theosofen hem niet en hebben hem in verschillende lichamen laten incarneren, om hem bekend te maken.
V. Zou de cyclus van de theosofie afhangen van het werk van de studenten?
A. Als alle inspanningen worden geleverd om het werk voort te zetten zoals de Meesters het hebben achtergelaten om voortgezet te worden; als het wordt verspreid, en niet erover wordt gespeculeerd, zal het een veel bredere invloed hebben, en bij de volgende komst zal er een groepering van mensen gereed zijn voor de leraar.
V. Worden deze algemene inspanningen geleverd op een moment dat de vernietiging van enkele van de grote beschavingen op handen is?
A. Ja; maar we moeten niet vergeten dat de vernietiging van een beschaving niet de vernietiging van de Ego's betekent. Het betekent de vernietiging van het systeem dat voorheen werd gevolgd. Dan sterven individuen, die het oude systeem volgen op de een of andere manier uit, of worden fysiek vernietigd. Het is een kwestie van de grote keuze voor iedereen, en de vraag is zowel welke kant, als welk pad we zullen inslaan.
V. Verandert de onwetendheid van de mens zijn evolutie, of verandert de wet van de cycli zijn onwetendheid?
A. De onwetendheid van de mens houdt hem onwetend. Dat is zijn evolutie. Als hij onwetend wil blijven, kan geen enkele cyclus en geen enkel persoon hem veranderen.
V. Wat zijn de cycli van het lot?
A. Het zijn allemaal cycli van het lot. Toegepast op onszelf, zijn wij het die ons eigen lot bepalen – we beschikken het voor onszelf. De put waarin we vallen is de put die we zelf hebben gegraven. Dat is ons lot.
V. Kunt u iets uitleggen over de toepassing van deze wet van cycli, bij het vormen en doorbreken van persoonlijke gewoonten?
A. De leer van de cycli is overal van toepassing. Er is geen enkele indruk die we hebben van welke aard dan ook die niet zal terugkeren; zelfs geen gedachte die we denken die niet zal terugkeren; geen handeling die we verrichten die niet zal terugkeren. We doorlopen voortdurend vaste cycli – zelfgecreëerde cycli. Welnu, de manier om gewoonten te corrigeren is te erkennen dat verkeerde gedachten zullen terugkeren, dat volgens de wet zelfs ongewenste gedachten onvermijdelijk zullen terugkeren.
Stel je dan een tegengestelde gedachte voor – een gedachte van een tegengestelde aard, of een gevoel van een tegengestelde soort, of onderneem een handeling van tegengestelde aard. Blijf dat zo goed mogelijk doen, en uiteindelijk zul je de oude cyclus vernietigen en een nieuwe tot stand brengen.
Er zijn mensen die last hebben van de ‘blues’ – hun dagen van moedeloosheid. Meneer Judge zei ooit: “ik heb andere dingen, maar ik heb nooit de blues.” De meeste mensen hebben die echter wel. De somberheid komt over hen heen en lijkt de persoon volledig in haar greep te krijgen; maar ze kan worden verholpen, als hij de gelegenheid aangrijpt om een andere cyclus in gang te zetten. Hij dient zich te realiseren dat ze rond een bepaalde tijd komt, dat er meestal een bepaalde tijd verstrijkt tussen periodes van somberheid, en wetende dat ze eraan komt, zich erop voorbereiden.
Dan begint hij te denken aan de gelukkigste dag of het gelukkigste moment of de gelukkigste herinnering die hij ooit heeft gehad, en dan houdt hij zich zo goed mogelijk vast aan dat geluk. Het zal hem de eerste keer niet lukken, en waarschijnlijk ook niet de tweede keer, maar als hij de inspanning volhoudt, zal hij elke keer alle kracht terugvinden die in de eerdere inspanningen is gestoken, totdat er na verloop van tijd, in plaats van de periode van neerslachtigheid, een periode van geluk zal zijn.
Door te letten op de terugkeer van indrukken kunnen we deze gewoontes dus corrigeren. Gewoontes van welke aard dan ook worden gevormd door herhaling. De eerste keer dat we iets doen, is het nog geen gewoonte; maar we herhalen de handeling en blijven die herhalen, en uiteindelijk wordt het automatisch. Met de kennis van cycli hebben we onze gewoontes intelligent in de hand.
V. Wat zijn de belangrijkste factoren die van invloed zijn op de tijdsduur die verstrijkt bij individuele terugkeer van indrukken?
A. De oorzaak zelf. De eerste indruk heeft in zichzelf zijn eigen beperking, want de terugkeer van een indruk hangt af van de kwaliteit en kracht van de eerste oorzaak. Als we bijvoorbeeld even naar een licht kijken en vervolgens onze ogen sluiten, zal dat licht in het innerlijke oog te zien zijn, enigszins veranderend, komend en gaand, totdat de indruk vervaagt. Dit duurt slechts enkele seconden; andere oorzaken hebben meer tijd nodig om tot rijping te komen, afhankelijk van hun aard en de aard die erin is gelegd.
Het onderwerp van cycli is van het grootste belang en de grootste waarde, zowel voor de mens, persoonlijk en individueel beschouwd, als voor naties en beschavingen, beschouwd als grote groepen eenheden. Er zijn twee punten in dit hoofdstuk die de student in het bijzonder een inzichtelijk beeld zouden moeten geven. Het ene is dat het de mensheid is, spiritueel beschouwd, die alle andere rijken bijeenhoudt. Wanneer zijn werk op de aarde is volbracht, verlaat hij deze — zijn kracht wordt teruggetrokken en het ontbinden van de verschillende levensvormen waaruit de aardbol bestaat, begint. De cataclysmen, in de vorm van vuur en overstromingen, waardoor deze ontbinding verloopt, zijn geen oorzaken, maar het gevolg van de terugtrekking van de mens.
Een ander punt is dat cycli niet de terugkeer zijn van indrukken die ons worden opgedrongen. Wij zijn die cycli. Cycli zijn de terugkeer van oorzakelijke verbanden die we eerder in gang hebben gezet, als individuen, als een volk, als een ras, en als de hele mensheid.
We zijn allemaal verbonden met elk ander wezen in het universum waarin we ons bewegen. Alle weerkerende patronen in de dierenriem, in de omloopbanen van de planeten, in de koers van de zon, en in elke andere richting zijn altijd de terugkeer van oorzaken die in gang zijn gezet door degenen die de gevolgen ervan voelen. Als we onszelf in een donker tijdperk bevinden, in een tijd van fysieke en psychologische epidemieën, betekent dit dat we ermee verbonden zijn. We zouden de oorzaak dienen te gaan zien in het gevolg, en als het gevolg verkeerd is, ons dan onttrekken uit dat soort gevolgen om tot een ware grondslag in denken en handelen te komen, terwijl we bij onze medepelgrims blijven en met hen samen blijven volhouden. Zo hebben de Meesters het gedaan.