CYCLI
Een van de belangrijkste leerstellingen. Overeenkomstige woorden in het Sanskriet. In het Westen zijn maar weinig cycli bekend. Ze veroorzaken de terugkeer van vroeger levende personen. Ze beïnvloeden het leven en de evolutie. Wanneer vond het eerste moment plaats? De eerste trillingsfrequentie bepaalt de daaropvolgende. Wanneer de mens de bol verlaat, sterven de krachten. Schokken en rampen. Reïncarnatie en karma vermengd met de cyclische wet. Beschavingen keren terug. De cyclus van Avatars, Krishna, Boeddha en anderen verschijnt cyclisch. Kleinere personages en grote leiders. Cycli die zich kruisen veroorzaken schokken. De cycli van de maan, de zon en de sterren. Individuele cycli en die van reïncarnatie. De beweging door de sterrenbeelden heen, en de betekenis van het verhaal van Jonas. De zodiakale klok. Hoe de ideeën door volkeren worden opgenomen en bewaard. Oorzaak van aardbevingen, kosmisch vuur, ijstijden en overstromingen. De brahmaanse cycli.
V. Hoe worden cycli tot stand gebracht?
A. Cycli worden natuurlijk niet tot stand gebracht door een of ander groot wezen voor de menselijke wezens. Laten we eens kijken naar de cycli van de aarde die om haar as draait, van de maan die om de aarde draait, van beide die om de zon draaien, en van de zon die om een centraal hemellichaam draait, waarbij ze door de verschillende sterrenbeelden trekt in de loop van 25.868 jaar. Al deze cycli zijn tot stand gebracht door de kracht en intelligentie van die wezens die aanwezig waren bij het begin van de evolutie van dit universum en dit zonnestelsel; het is het van tijd tot tijd terugkeren en opnieuw verschijnen van die wezens die de grote cycli instellen; cycli betekenen de terugkeer van datgene wat eerder was.
V. Hoe zou u zeggen dat karma verband houdt met de wet van de cycli?
A. Uiteindelijk betekenen cycli in feite karma. We kunnen zien dat we onszelf tot onze eigen betrekkingen hebben gebracht met de veranderingen van de zon door de verschillende sterrenbeelden heen.
De tekens van de dierenriem waaronder we geboren worden, geven ons, wanneer ze juist worden geïnterpreteerd, een indicatie van wat de toestand van de beschaving op een bepaald moment zal zijn, omdat de wezens die in het verre verleden bepaalde betrekkingen zijn aangegaan, simpelweg zijn teruggekeerd en die eerdere betrekkingen en vergelijkbare omstandigheden hebben hervat.
V. Zijn we dan net zo onderworpen aan cycli als aan karma?
A. En net zoals aan reïncarnatie. Nogmaals, reïncarnatie betekent hetzelfde als cycli. Door incarnatie brengen we onszelf in relatie met alle fysieke zaken – de aarde waarop we ons bevinden, de omstandigheden op die aarde, de betrekking tot andere planeten en tot andere stelsels. Dit zijn allemaal omstandigheden die we zelf hebben veroorzaakt; we ervaren deze omstandigheden in een lichaam op aarde, en zijn eraan onderworpen vanwege ons denken en handelen.
V. Maar zijn we verplicht om de cycli op ons te laten uitwerken?
A. We moeten ze zeker ervaren, aangezien wij de oorzaak ervan zijn.
We moeten eronder functioneren, maar we hoeven niet onderworpen te zijn aan, of gecontroleerd te worden door de omstandigheden die zich voordoen. De werkelijke oorzaken liggen altijd achter de fysieke effecten. Het is de spirituele aard van de mens die de drijvende kracht is, de ondersteunende kracht – het leven zelf, het bewustzijn zelf – achter alles wat tot stand is gebracht. Dus wat er ook op aarde bestaat, is op hogere bestaansniveaus tot stand gebracht door de ontelbare handelingen van verschillende intelligenties. We bevinden ons fysiek en uiterlijk onder de omstandigheden, maar innerlijk hebben we de kracht om erboven uit te stijgen.
V. Kan de mens een punt bereiken waar cycli geen invloed op hem hebben of hem niet belemmeren?
A. Slechts in één opzicht. De mens is altijd onderworpen aan cycli. Als het bijvoorbeeld tijd is om te gaan slapen, kan hij niet anders dan zich naar binnen terug te trekken. Maar het bewustzijn kan zich in een zodanige staat van activiteit bevinden dat er geen onderbreking of verlies van herinnering bestaat tussen de verschillende toestanden.
Gewoonlijk weet de mens niet wat zijn bewuste activiteit is terwijl het lichaam slaapt. Daarom is hij in veel grotere mate onderworpen aan de slaapcyclus dan een adept.
V. Als we de cyclische wet naleven, kan dan worden gezegd dat we met de cycli werken?
A. Kennis wordt precies op die manier verworven. Cycli zullen hun loop vervolgen, of we ons daar bewust van zijn of niet, maar door ons bewust te zijn van cycli, zijn we in staat er voordeel uit te halen. Vastberaden volhouden tijdens een dalende cyclus is even noodzakelijk als de juiste vooruitgang boeken tijdens een stijgende cyclus. Het feit dat indrukken of gebeurtenissen van allerlei aard terugkeren, is een kans waardoor we met elke volgende cyclus een hogere toestand kunnen bereiken.
V. Kunt u alstublieft het volgende op pagina 142 toelichten: — “ Hiermee wordt niet beweerd dat de conjunctie de gevolgen veroorzaakt, maar dat eeuwen geleden de Meesters van Wijsheid alle problemen betreffende de mens hebben doorgrond…”enz.
A. De conjunctie van de planeten brengt het gevolg niet teweeg; zij geeft slechts het tijdstip aan, net zoals de zodiakale klok dat doet, of zoals onze gewone klokken dat doen. Het veroorzaakt niet het effect, maar geeft aan wanneer het effect van een bepaalde oorzaak zal plaatsvinden.
V. Wat wordt bedoeld in het laatste gedeelte van diezelfde zin — “en doordat ze de symboliek van de dierenriem in het denken van de oude volkeren inprentten…”?
A. In het begin van de aarde zijn er eerst de oudere of de meer gevorderde Ego’s van de vorige aarde aanwezig. Daarna komen, in het kielzog van de gevorderde Ego’s, degenen die minder zijn gevorderd, totdat allen die zelfbewust zijn, zich, laten we zeggen, in de vroegere staat van de aardbol bevinden. Daarnaast komen de ego’s die de ontluikende mensheid vertegenwoordigen – een mensheid analoog aan die waar de huidige hogere dieren van deze ronde in onze zevende ronde naartoe zullen evolueren. De hogere Ego's, dan, die in de eerste bol hebben gewerkt en deze hebben gevestigd, gaan over naar de tweede, terwijl de latere stroom van Ego’s in de eerste toestand komt. Het zijn de hogere of meer gevorderde Ego's die de daaropvolgende of minder ontwikkelde Ego's de kennis met betrekking tot deze wetten bijbrengen; het is een doorgeven van wat eerder bekend was.
V. Gezien het feit dat de mens een spiritueel wezen is en altijd van koers kan veranderen, zie ik niet in hoe Meesters cycli zouden kunnen bepalen, tenzij mensen noodzakelijkerwijs allemaal op vrijwel dezelfde manier handelen.
A. Ze berekenen cycli op basis van het gemiddelde van de massa van de mensheid, niet op basis van de positie van het individu ten opzichte van de cyclus. Een individu kan een heel andere positie innemen dan die van de massa ten opzichte van een bepaalde cyclus, maar niettemin beweegt hij mee en is hij gebonden aan die cyclus; hij moet met dat ras meebewegen, hetzij erboven, hetzij eronder. Niemand kan ontsnappen aan het ras waartoe hij behoort. Het effect van cycli op ons, of het gebruik van de cyclische terugkeer, hangt echter van het individu af.
Stel dat er, laten we zeggen, een wereldwijde revolutie zou plaatsvinden, waarbij alle vormen op hun kop zouden worden gezet en alle ideeën over waarde en eigendom zouden worden vernietigd, hoe zouden mensen dan worden geraakt? Sommigen zouden hierdoor verschrikkelijk worden getroffen; anderen, nauwelijks. Het zou geheel afhangen van de individuen – van de mate van hun gehechtheid aan de resultaten die een dergelijke gang van zaken teweegbrengt. Vrijheid komt voort uit een ontbreken van eigenbelang in de resultaten van wat we ook doen. Als we mét dingen werken, niet voor dingen, voor het welzijn van allen, zonder gehecht te zijn aan succes of mislukking, dan worden we niet getroffen door dergelijke catastrofes. Ze kunnen ons niet raken. We zijn geïnteresseerd in hun gevolgen voor anderen en niet die voor onszelf.
V. Moeten de massa’s dan, net als het individu, leren te handelen ongeacht het eigenbelang?
A. Dat is de opvatting. Als ieder mens alles zou doen wat hij kan voor elk ander mens, dan zou niemand lijden. Er zou geen armoede zijn in welke vorm dan ook.
V. Kunnen we een cyclische terugkeer van het Schrikbewind verwachten?
A. Ongetwijfeld. Dezelfde omstandigheden die het in Frankrijk teweegbrachten, zouden in elk ander land dezelfde omwenteling kunnen veroorzaken. Het is belangrijk om op te merken dat vele jaren vóór de Revolutie een zekere grote persoonlijkheid, bekend als Graaf de St. Germain, in Frankrijk ter plaatse was. Hij vervulde vele diplomatieke missies voor de machthebbers van die tijd en waarschuwde hen keer op keer voor wat er zou komen zodra bepaalde veranderingen zouden worden doorgevoerd en bepaalde voorzorgsmaatregelen zouden worden getroffen. Daar werd een poging ondernomen door iemand die wist hoe hij dat karma kon tegenhouden. Zijn inspanningen waren altijd gericht op de waarheid – op ware broederschap in de hoogste zin van het woord.
V. Maar het motto van de Franse Revolutie was toch “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap“?
A. Ja; juist dat motto werd gebruikt om revolutie en bloedvergieten teweeg te brengen – gebruikt voor destructieve doeleinden, in plaats van in overeenstemming met de spirituele, constructieve basis die de woorden werkelijk vertegenwoordigen. Een interessante parallel is wellicht waarneembaar in dit land. Al in 1886 zei Mr. Judge dat dit grote en glorieuze land niet lang in rust zal blijven, dat het volk in opstand zal komen – waarvoor, wie zal het zeggen? Hij zei dat als onze wetgevers wisten wat er zou gebeuren en tegenovergestelde effecten teweeg konden brengen, ze dat zouden doen; maar dat geen enkele wetgeving en geen enkele inspanning van patriotten zou helpen wanneer het uur slaat wanneer karmische aanpassingen onder het volk moeten plaatsvinden.
V. Waarom luisteren mensen niet naar dit soort waarschuwingen?
A. Velen zijn van mening dat zoiets hier natuurlijk nooit zou kunnen gebeuren.
Ze zijn geobsedeerd door het idee dat we spiritueel gezien veel verder zijn dan de tijd waarin dergelijke omstandigheden mogelijk waren. Maar zijn we als geheel wel zo ver gevorderd? Streven we als geheel niet naar eigenbelang, persoonlijke hebzucht, persoonlijke roem en bezittingen van allerlei aard? Er is onder de mensen in het algemeen en met name onder onze politici en zogenaamde ‘intellectuelen’, geen echt begrip van wat het doel van het leven is; bijgevolg wordt de enige kennis die zou kunnen helpen, niet toegepast. Wat zit er achter de Volkerenbond die momenteel in oprichting is? Eigenbelang van de kant van elke natie. Het heeft absoluut geen zin om de kwestie te vermijden. We moeten inzien wat het echte probleem van de mensheid is. Het is een feit dat we geen echte idealen hebben; het is ieder voor zich –individualisme, eigenbelang, zelfzuchtigheid. Toch zijn we verbonden met andere individuen en met andere naties. Wat hen overkomt, zullen we in meer of mindere mate onvermijdelijk voelen.
V. Als alle mensen het ideaal van broederschap zouden omarmen, zoals de theosofie dat voorstelt, zouden we dan een duidelijk verschil in de omstandigheden zien?
A. Alles hangt af van de idealen die mensen aanhangen. Als mensen als geheel ertoe gebracht zouden kunnen worden om naar de boodschap van de theosofie te luisteren en deze toe te passen, zouden de ellende, het lijden en de ontberingen die nu in de wereld bestaan, zo goed als ophouden te bestaan. Maar het ligt buiten het bereik van welke macht dan ook om mensen ertoe te brengen te luisteren en toe te passen. Zij moeten eerst verlangen en ervoor kiezen om te luisteren.
V. Dan zijn we dus zeer beperkt in ons vermogen om te helpen?
A. Dat we ‘beperkt’ zijn, geeft ons geen excuus om niet alles te doen wat we kunnen, en dat is alles wat iemand kan doen. Als er onder een grote groep wezens mensen zijn die een bepaald ideaal nastreven en daarvoor de nodige inspanning leveren, behoren zij in feite niet tot dezelfde groep als de anderen, en opereren zij niet onder dezelfde omstandigheden. Maar als zij volhardend blijven in het helpen van anderen, komt de grootste hulp na verloop van tijd de rest ten goede. Zo'n groep zouden we een liga van individuen kunnen noemen die zou groeien in kennis en in kracht en steeds beter in staat zou worden om de rest te helpen.
V. U zegt dat de enige hoop voor een volk ligt in het luisteren naar de juiste ideeën? Hoe zit het dan met Rusland?
A. In Rusland hebben ze naar leiders geluisterd. Dat is het probleem daar. Een of andere leider heeft hun de eigendommen beloofd van degenen die deze nu bezitten, niet werken en eten in overvloed. Dat is wat ze wilden. Dus luisterden ze naar zijn belofte en terwijl ze luisterden, slaagde hij erin hen zo onder de duim te krijgen dat niemand van hen het waagde nee te zeggen. Ze hebben een leider nodig die weet wat het juiste is en die met ijzeren hand zal regeren in het belang van de rechtvaardige zaak. Dan zou iedereen gedwongen worden het juiste te doen ten bate van de rest. Dat is de enige manier waarop het in Rusland kan worden gedaan.
V. Zouden hoge idealen, in het algemeen gesproken, een ware energiestroom teweegbrengen?
A. Ieder mens is een onophoudelijke dynamo van voortdurend geproduceerde energie, die uiteindelijk invloed zal hebben op de aarde zelf waarop wij leven. De hersenen fungeren als een verdeler; geen enkele energie die wij in welke gedachte dan ook steken, gaat verloren, maar wordt onderdeel van de energie van de aarde. Als die energie meer wordt gewijd aan desintegratie dan aan goede en constructieve idealen, dan zal dit niet alleen leiden tot de vernietiging van de beschaving, maar ook van de aarde zelf. Er is geen scheiding tussen ons en de andere natuurrijken.
We zijn allemaal met elkaar verbonden. We leven voort op de lagere natuurrijken; we ontlenen onze instrumenten aan hen, en we beïnvloeden hen hetzij weldadig, hetzij schadelijk. Met de energie die we in eigenbelang steken, wekken we een schadelijke invloed op, die uiteindelijk, in een cyclisch verloop, zal uitmonden in een of andere ramp. De energie die door hoge idealen wordt opgewekt, zal eveneens een hoogtepunt bereiken, maar dan als een groot voordeel. We moeten de theosofie leren kennen, maar meer nog, we moeten er in ons leven een levende kracht van maken, om ervoor te zorgen dat ze een weldadig effect heeft en zich verspreidt voorbij onze eigen beperkte horizon van denken en voelen. We moeten die dynamische kracht leveren, niet voor één bepaald kanaal, maar voor alle. Het is de kracht van het bewustzijn wanneer die bevrijd is van eigenbelang; het is de Geest, bevrijd van eigenbelang.
V. Op pagina 146 staat: ”Deze vier yuga’s zijn: krita, of satya, het gouden yuga; treta; dvapara; en kali of het zwarte yuga.” De aard van de twee middelste wordt niet uitgelegd. Wat zou de aard van die twee cycli zijn?
A. De cycli worden het gouden, het zilveren, het bronzen en het ijzeren genoemd. De aard van elke cyclus komt enigszins overeen met de aard van de metalen, hun waarden en hun bestanddelen. Het eerste tijdperk komt overeen met de kindertijd – een cyclus van onschuld en zuiverheid. Dan komt de jeugd met haar uitbundigheid van leven; vervolgens de volwassenheid, wanneer alle krachten in actie zijn – waarbij het intellect de neiging heeft de spirituele aard te overstijgen. Het ijzeren tijdperk ontstaat altijd als gevolg van het feit dat de gehele kracht van het intellect wordt besteed aan materiële zaken, in plaats van aan spirituele waarneming.
V. Wat volgt er na het ijzeren tijdperk?
A. Wanneer het ijzeren tijdperk haar cyclus heeft voltooid, volgt daarop in logische volgorde het gouden tijdperk. Maar dat is nog ver weg. We hebben pas de eerste vijfduizend jaar van de kali-yuga achter de rug, waardoor er nog iets meer dan vierhonderdduizend jaar te gaan zijn. Laten we zeggen dat over vijftigduizend jaar alle beschavingen op aarde hun mogelijkheden als zodanig hebben uitgeput. Dan komt er een grote verstoring, zoals de geologische veranderingen die op elke planeet zichtbaar zijn, laten zien. Deze verstoringen zijn de reacties van de krachten die de mens zo lang heeft ingeperkt, en veroorzaken een herverdeling van de continenten.
Stel je eens voor dat een grote catastrofe de aarde overspoelde; dat het land zonk, zoals dat in zulke periodes gebeurt, en dat er land oprees waar voorheen de zee was; dat een gedeelte van de bevolking ontsnapte en zich op dat land vestigde. Degenen die het overleefden, zouden zich bezighouden met de eerste levensbehoeften: voedsel, kleding en onderdak. De kunsten en wetenschappen die bestonden, zouden geen plaats meer hebben, maar zouden slechts een traditie worden voor de kinderen die onder die omstandigheden werden geboren. Hun kinderen zouden een traditie hebben die nog verder verwijderd was van de oude kunsten. Zo zou een geheel nieuwe fase van bestaan tot stand komen.
De volgende generaties, gebukt onder de last van het dagelijks levensonderhoud, zouden alleen die kunsten en wetenschappen leren die van toepassing waren op hun omgeving, en de cyclus van de terugkeer van de oude kunsten zou nog lang op zich laten wachten. Zo zou het verhaal van onze huidige westerse beschaving zijn. Al onze herkenningspunten zouden binnen tweehonderd jaar of meer verdwenen zijn. Dan zouden we ons misschien in een ander leven, op een ander continent dat uit de zee is opgerezen, afvragen welke mensen dit of dat kleine overblijfsel van de beschaving achterlieten. Deze beschaving zal dezelfde fasen doorlopen als elke andere; zij vertegenwoordigt slechts de belichamingen van zielen die vroegere beschavingen hebben doorgemaakt. Want wij zijn het tweede ras, het derde, en het vierde ras; het tweede versmolt met het derde, het derde met het vierde, het vierde met het vijfde, en zo moet de vermenging met toekomstige rassen doorgaan. In al die rassen werd het leven geleefd in een tijdperk van onschuld en zuiverheid, gevolgd door een tijdperk waarin zuiverheid en onschuld afnamen door de groei van het intellect langs fysieke lijnen, en vervolgens ging de fysieke vaart van de beschaving door in al haar complexiteit tot aan haar uitsterven.