Wegens Corona gaan onze voordrachten online door. Meer info onder "Activiteiten".

Nieuwsflits » Activiteiten » Publicaties » Studies in De Geheime Leer » De schrijver van de Geheime Leer

De schrijver van de geheime leer

  1. [Theosofie is] de grondslag en basis van alle wereldreligies en filosofieën, door enkele uitverkorenen onderwezen en in praktijk gebracht sinds de mens een denkend wezen werd.

  2. De WIJSHEIDSRELIGIE was altijd één, en daar zij het laatste woord vormt van kennis die voor de mens mogelijk is, werd ze zorgvuldig bewaard. Ze is vele eeuwen ouder dan de Alexandrijnse theosofen, bereikte die van deze tijd en zal iedere andere religie en filosofie overleven.

  3. Bewijzen van haar verbreiding, authentieke verslagen van haar geschiedenis, een volledige reeks documenten die haar karakter en aanwezigheid in ieder land aantonen, samen met de leringen van al haar grote adepten, bestaan tot op deze dag in de geheime onderaardse gewelven met bibliotheken die toebehoren aan de Occulte Broederschap.

  4. De leden van verscheidene esoterische scholen [… ] beweren alle heilige en filosofieboeken in handschrift en in druk te bezitten: in feite alle boeken die sinds de schrijfkunst begon ooit zijn beschreven, in welke taal of met welke lettertekens ook, van de ideografische hiërogliefen tot aan het alfabet van Cadmus en het Devanagari.

  5. Het werk dat nu aan het oordeel van het publiek wordt onderworpen, is de vrucht van een vrij goede bekendheid met Oosterse Adepten en van de bestudering van hun wetenschap.
  6. De schrijfster [HPB] houdt ook van hen [de Ouden] en gelooft daarom in de Ouden en in de tegenwoordige erfgenamen van hun wijsheid. En omdat zij in beiden gelooft, geeft zij nu aan alle die het willen aannemen door wat zij zelf heeft ontvangen en geleerd.6

  7. Waar ik in geloof is: (1) de ononderbroken mondelinge leringen die door levende goddelijke mensen tijdens de kindsheid van de mensheid aan de uitverkorenen onder de mensen werden geopenbaard; (2) dat deze ons ongewijzigd hebben bereikt; en (3) dat de MEESTERS grondig bedreven zijn in de wetenschap die op deze ononderbroken lering is gebaseerd.7

  8. De GEHEIME LEER is geen verhandeling of een reeks vage theorieën, maar bevat alles wat in deze eeuw aan de wereld kan worden bekendgemaakt.8

  9. Geen Meester van Wijsheid van het Oosten zal zelf verschijnen of iemand naar Europa of Amerika zenden [… ] tot het jaar 1975.9

Deze negen verklaringen zijn neergeschreven door een Russische vrouw die voor zichzelf de titel van “de grootste bedriegster van de 19e eeuw” verwierf en die ‘wetenschappelijke onderzoekers’ deed verklaren dat “het grondbeginsel van haar hele Theosofische leer een pure leugen is”. Dat was meer dan een kwart eeuw geleden [thans ruim 130 jaar geleden]. Er is meer vraag dan ooit naar haar filosofie en leringen waarvoor zij alle eigendomsrechten van de hand wees en waarvan zij de verdienste en wijsheid toeschreef aan haar Oosterse Meesters. Die Russische vrouw droeg de naam Helena Petrovna Blavatsky. Van 1875 tot nu toe is er nauwelijks een andere naam die zulke stormen deed oplaaien. Niet slechts kritische opmerkingen of aanvallen, maar zelfs nekslagen werden toegebracht aan haar karakter, leringen en werk. Toch zijn die blijven voortleven om hart en denken van de mensen te inspireren en verlichten, hoewel zij zelf voor fysieke ogen onzichtbaar is geworden

H.P. Blavatsky heeft twee grote werken geschreven, elk in twee delen die duizenden pagina’s beslaan, namelijk Isis Ontsluierd en De Geheime Leer. Ze bespreken verouderde theologie en moderne wetenschap. Zij behandelen onder andere theoretische en praktische filosofie; symbolen, zinnebeeldige tekens en mythen; elke tak van de voortschrijdende ‘exacte’ wetenschap; de geboorte en evolutie van zonnestelsels; de oorsprong en het ontstaan van de collectieve mensheid; rassen binnen de mensheid: etnologisch en psychologisch; de mens: fysiek, psychisch en geestelijk; materie, bewustzijn en de ziel; onbekende, nauwelijks bekende of verkeerd begrepen talen en ambachten; oude tradities en moderne cultuur; goden en atomen; solaire natuurkunde en occulte scheikunde; oude en nieuwe chronologie en kalenders; de wetenschap van cijfers; de Indische Purana’s en de Egyptische pyramiden; verloren gegane continenten en legendes over de overgebleven continenten - werp eens een blik op de Inhoudsopgave van deze vier boekdelen en kijk eens naar de Index van elk van de twee werken.

Maar er is nog iets: H.P. Blavatsky was een verbazingwekkende schrijfster van tijdschrift- en krantenartikelen in het Frans en het Engels, naast haar eigen moedertaal het Russisch. Ze schreef niet alleen over spiritualiteit en mystiek, over occultisme en occulte kunsten, maar ook over magie en vrijmetselarij, over yoga en yogi’s, over de uitstervende stammen van de Todas en de Mulakrambhas, en moderne bewegingen als de Arya en Brahmo Samaj, over Indiase metafysica en Europese hiërofanten, over dromen en feiten, fysieke en psychische verschijnselen, over joden en ongelovigen, heidenen en christenen.

Lees van haar A modern Panarion en The Caves and Jungles of Hindustan; blader de talrijke jaargangen van The Theosophist, Lucifer en The Path eens door, en een aantal andere tijdschriften, en merk de verscheidenheid aan behandelde onderwerpen op en de meesterlijke uitdieping ervan.

Als u een aaneengesloten, samenhangende en heldere voorstelling van haar gedachtestelsel verlangt, lees dan De Sleutel tot de Theosofie. Maar houd daar niet op. Schaf een exemplaar van De Stem van de Stilte aan. Dit zakboekje bevat wijsheid van onschatbare waarde. Als het qua filosofie te diepzinnig is, overdenk dan de ethica daarvan Als ook die in de praktijk onmogelijk of moeilijk te verwezenlijken is, lees het dan als een literaire schepping en wees geraakt door zijn regelmatig vloeiend ritme en schoonheid van taal. Het hart van de dichter, het denkvermogen van de filosoof, de kracht van de profeet onthullen hun schoonheid, scherpzinnigheid en energie. “De grootste bedriegster van de 19e eeuw!” O, hadden we er maar meer van.

Maar hoe zit het met deze negen verklaringen? Hoe kan een intelligente 20e eeuwse [en 21e eeuwse] persoon die aanvaarden? Een systeem “dat zo oud is als de denkende mens”; dat “het laatste woord van kennis die voor de mens mogelijk is” vormt en dat “ons onveranderd bereikte”; en dit alles dan via een Russische vrouw? “Onmogelijk,” schreeuwt de moderne mens luidkeels. Hoe egoïstisch en bespottelijk dat een boek uit twee delen “alles bevat wat er in deze eeuw aan de wereld kan worden gegeven” en wat een manier om de profeet uit te hangen: “Geen Meester van Wijsheid van het Oosten zal zelf verschijnen of iemand naar Europa of Amerika zenden […] tot het jaar 1975!”

En niettemin spreekt ze over “bewijzen”, “authentieke verslagen”, “een volledige reeks van documenten” en het bestaan van “de leringen van al haar grote adepten”. Moeten we niet zoeken naar dit alles? Moeten we de bewijzen, de verslagen en de documenten niet opeisen die “tot op de dag van vandaag bestaan in de geheime onderaardse gewelven van bibliotheken die tot de occulte broederschap behoren?” H.P. Blavatsky zou er zelf op staan dat we het idee afwijzen dat haar leringen het karakter hebben van een openbaring. Ze zegt: “Deze waarheden worden volstrekt niet als een openbaring naar voren gebracht; evenmin eist de auteur de plaats op van onthuller van mystieke kennis die nu voor het eerst in de wereldgeschiedenis openbaar wordt gemaakt.”10 In De Sleutel tot de Theosofie wordt verder gezegd:

Moeten we de Theosofie zien als een soort openbaring? Volstrekt niet - zelfs niet in de zin van een nieuwe en rechtstreekse onthulling door hogere, bovennatuurlijke of althans bovenmenselijke wezens; maar alleen in de zin van een ‘ontsluiering’van oude, zeer oude waarheden voor mensen die daar tot nu toe niets van wisten en zelfs onbekend waren met het feit dat zo’n archaïsche kennis bestond en bewaard is gebleven”.11

Dus H.P. Blavatsky’s gedachtestelsel geeft ons, om haar eigen woorden toegepast op spiritualiteit te citeren, “feiten, die wij kunnen onderzoeken, geen beweringen die wij zonder bewijzen moeten geloven.”12 Met een helderheid en nadruk die onmiskenbaar zijn, schrijft ze in haar Sleutel tot de Theosofie:

Zoals alle theosofen moeten worden beoordeeld naar hun daden en niet naar wat zij schrijven of zeggen, moeten ook alle theosofische boeken op zichzelf beoordeeld worden en niet op grond van het gezag waarop zij mogelijk aanspraak maken.”13

En De Geheime Leer zegt zelf:

Het is vóór alles belangrijk voor ogen te houden dat geen enkel theosofisch boek ook maar de minste extra waarde ontleent aan zogenaamd gezag.”14

We bevinden ons hier in een ietwat ongewone positie: er worden ons bewijzen aangeboden, we worden dringend verzocht deze te testen en te beoordelen, te onderzoeken en te verifiëren; niet te geloven in welke openbaringen dan ook maar de leringen op hun eigen waarde te toetsen, te onderzoeken en te controleren. Als dat geen wetenschappelijke houding is, wat dan wel?

Gelovigen en sceptici worden blindgelovigen en onredelijke sceptici wanneer ze aan fanatisme ten prooi vallen. Het is onze opdracht om te studeren, te toetsen, te beoordelen; om gestaag maar eerlijk te onderzoeken; om niets te geloven tenzij het bewijs is gevonden, maar ook om niets te verwerpen zodra dat bewijs is verkregen. En dan niet verkregen via verschijnselen maar door filosofie; niet beïnvloed door de persoonlijkheid maar door aan principes vast te houden; niet door blind geloof maar door de verlicht rede; niet door argumentatie maar door meditatie; niet door dwaze goedgelovigheid maar door intelligente samenwerking; en niet door van de leraar naar de leringen te gaan, maar door het onderzoeken van de samenhang, de logica, de intrinsieke waarheid, de redelijkheid en de volledigheid van de leringen zelf. Werp het licht van alle beschikbare kennis op de leringen; en werp het licht van deze leringen op alle beschikbare kennis; beoordeel de leringen van H.P. Blavatsky aan de hand van wederzijdse vergelijking en heldere kritiek.

Waarheid is heilig en kan daardoor best een ontheiligende en heftige aanval weerstaan. H.P. Blavatsky nodigt tot zo’n grondig onderzoek uit. Blindgelovigen bewijzen haar een slechte dienst als ze door hun voorbeeld of voorschriften de houding van kritisch ondervragen ontmoedigen. Aan ons de opdracht om deze getuige van de Occulte Wereld van Oude Adepten te toetsen en aan een kruisverhoor te onderwerpen; aan ons de taak om te trachten haar bewijsmateriaal te ontkrachten en anderen aan te moedigen hetzelfde te doen. Als zulke verklaringen als de negen die hierboven zijn aangehaald onbewijsbaar zijn, dan moeten we als oprechte mannen en vrouwen deze boodschapper afwijzen en haar leugens en oplichterij prijsgeven aan een verterend vuur. Want als deze leringen onbewijsbaar zijn, dan zijn volgens haar eigen getuigenis, haar eigen maatstaf en in overeenstemming met haar eigen uitspraken, zij en haar ‘synthese van wetenschap, religie en filosofie’ erger dan kletspraat. Zoals zij zelf schreef:

Maar dit is de persoonlijke opvatting van de schrijfster; en men kan niet verwachten dat haar orthodoxie meer gewicht in de schaal legt dan enig andere ‘doxie’, in de ogen van hen voor wie elke nieuwe theorie heterodox is totdat het tegendeel is bewezen.”15

Kennis en niet geloof is wat H.P. Blavatsky aanbood. Als op de dag van vandaag de wereld van kennis haar leringen niet meer uitgebreid onderzoekt, is dat omdat haar vele volgelingen burgers zijn van de wereld van geloof. Helaas, zelfs een groot aantal van degenen die de hoofdlijnen van haar gedachtestelsel onderschrijven, spreidt een flagrante onwetendheid ervan ten toon.

Een onpartijdige en kritische studie van haar gedachtestelsel, niet met het verlangen om te bewijzen dat ze gelijk heeft, of om te bewijzen dat ze ongelijk heeft, maar om uit te vinden wat haar leringen inhouden; dat is wat er nodig is. Lossen zij de ingewikkelde problemen op waarmee we geconfronteerd worden? Verlichten zij onze intelligentie? Vervullen zij de hunkeringen van het menselijk hart? Inspireren zij ons tot een nobele levensstrijd, tot een groter altruïsme, tot een grootmoedigere zelfloosheid? En bovenal: zijn ze in overeenstemming met de vastgestelde feiten van de oude wetenschap, de bewezen wetten van de antieke ethica, de diepzinnige waarheden van de antieke filosofie? Verlichten zij de duisternis en maken zij bekend wat momenteel onbekend is maar wat in het verleden volledig gekend was?

Maken deze leringen - terwijl ze een dergelijk wonder ten uitvoer brengen - door hun ingeboren en inherente aard duidelijk kenbaar dat zij ontsnapt zijn aan de tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende degeneratie van het ahankara en egotisme van hun leraar dat zich in de leringen belichaamt? Richter, de Duitse geleerde, schreef ooit: “Ik heb gehoord dat sommige filosofen in hun zoektocht naar de Waarheid teneinde haar eer te bewijzen, hun eigen beeltenis in het water zagen en die in plaats daarvan bewonderden.” Heeft mevrouw Blavatsky dit gedaan? Dit zijn de testmiddelen. Via dergelijke wegen moeten de bewijzen gezocht worden. De methode van zo’n testmiddel wordt ons door mevrouw Blavatsky getoond. In Lucifer, Vol. I, p. 431, zegt ze:

Theosofie is goddelijke kennis, en kennis is waarheid: elk waar feit en elk oprecht woord zijn derhalve een essentieel onderdeel van de Theosofie. Iemand die bedreven is in goddelijke alchemie, of zelfs bij benadering gezegend is met de gave van het inzicht in waarheid, zal haar vinden en haar zowel uit een dwaling als uit een juiste bewering halen. Hoe klein het deeltje goud verloren in een ton met afval ook is, toch blijft het edelmetaal en dus de moeite waard om op te diepen zelfs ten koste van wat extra moeite. Zoals gezegd is het dikwijls even nuttig om te weten wat iets niet is, als om te weten wat het is.”16

Is zij “de grootste bedriegster van de 19e eeuw”? Is zij de Boodschapper van de Oude Broederschap voor een eeuw die aanbrak in 1875? Het antwoord op deze vragen moet niet worden gezocht in de gebeurtenissen van haar leven, in de kritieken van haar tegenstanders of de lofprijzingen van haar volgelingen, noch in de meningen van de goedgunstige of vijandige recensenten van haar boeken, maar in haar leringen zelf. Als naar het antwoord gezocht dient te worden, luister dan naar deze woorden:

Voor hen die mentaal lui of afgestompt zijn, moet de Theosofie een raadsel blijven; want zowel in de mentale als in de geestelijke wereld moet iedereen door eigen inspanning vooruitkomen. De schrijfster kan niet voor de lezer denken en die zou ook niet beter af zijn als een dergelijk plaatsvervangend denken mogelijk was.”17

B.P. Wadia.


1 H.P. Blavatsky, Het Theosofisch Glossarium, GLT-uitgave, lemma ‘Theosophia’, p. 451

2 H.P. Blavatsky, De Sleutel tot de Theosofie, Den Haag, TUP, 1985, p. 7

3 H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, Eng. p.xxxiv

4 Idem, I, Eng. p. xxiii

5 H.P. Blavatsky, Isis Ontsluierd, I, Eng. p.v

6 H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, Eng. p. xxxvii

7 Uit: Lucifer, Oktober 1889, p. 157

8 H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, Eng. p. xxxviii

9 Preliminary Memorandum: aangehaald in Theosophy, Vol. I, p. 455

10 H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, Eng. p. vii

11 H.P. Blavatsky, De Sleutel tot de Theosofie, p. 34.

12 H.P. Blavatsky, Isis Ontsluierd, I, Eng. p. XI

13 H.P. Blavatsky, De Sleutel tot de Theosofie, p. 279

14 H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, Eng. p. xix

15 H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, II, Eng. p. 438

16 H.P.Blavatsky, ‘Wat is Waarheid?’, in THEOSOFIE, 2006, nr. 2, p. 54. Vertaling van ‘What is Truth?’, Theosophical Articles by H.P.Blavatsky, I, Los Angeles, The Theosophy Co., 1981, p.9.

17 H.P. Blavatsky, De Sleutel tot de Theosofie, p. xi